GESPONSORD ARTIKEL STALVOEREN
Kunst van stalvoeren is vooruitkijken
Met stalvoeren kunnen veehouders vers gras zo optimaal mogelijk benutten. Freddy Westrik van De Heus geeft handvatten voor het voeren ervan.
S
talvoeren is bezig aan een opmars. Steeds meer veehouders zien de voor- delen van het voeren van vers gras.
‘Vers gras is een smakelijk product en heeft een hoge voederwaarde. Daarnaast beperk je met stalvoeren inkuilverliezen’, vertelt Freddy Westrik. Maar volgens de rundvee- specialist bij De Heus is de belangrijkste reden om ermee te starten het verbeteren van de eiwitbenutting. ‘Dat geldt zeker in het najaar, omdat het benutten van eiwit uit najaarskuilen moeilijker is.’
Stalvoeren vraagt wel het nodige van een veehouder. Zo staat of valt het, net als wei- degang, met een goede planning. ‘Het stre- ven is om te starten met stalvoeren als er twee ton droge stof per hectare staat. Maar het gras groeit de dagen erna door’, geeft Westrik aan. ‘Als er te veel gras staat, ga je meer stengel maaien. Dan knalt de voeder- waarde van het verse gras naar beneden.’
Groeitrappen nodig Westrik maakt een vergelijking met weide- gang. ‘Als een koe graast, eet ze het liefst het topje van het gras op. Dat bevat de meeste voederwaarde. Bij stalvoeren heb je daarom groeitrappen nodig, zodat je naar een ander perceel kunt als het gewas te grof wordt.’ Met een simpele rekensom kan een veehou- der een planning maken, geeft Westrik aan. ‘Stel dat een veehouder 100 koeien heeft en zijn koeien 6 kilo droge stof gras wil voeren. Dan heeft hij per dag 0,3 hectare nodig als er in het land twee ton droge stof staat’, zo rekent Westrik voor. Bij een grasgroei van 80 kg droge stof per dag duurt het 25 dagen voor er weer twee ton droge stof staat (fi- guur 1). ‘Als je dan 25 dagen 0,3 hectare per dag maait, dan heb je in totaal 7,5 hectare nodig voor stalvoeren. In de herfst wordt dat areaal zomaar dubbel zo groot, omdat de groeisnelheid dan halveert.’ Voor de maaidiepte raadt Westrik minimaal 7 tot 8 centimeter aan. Niet alleen verloopt de hergroei van het gras daardoor sneller,
ook blijft het gewas schoner, omdat er min- der zand meekomt. ‘Bovendien blijft de bodem meer bedekt, waardoor onkruid minder kans krijgt. Ook is het bladopper- vlak groter, waardoor er meer fotosynthese plaatsvindt en de hergroei sneller verloopt.’ Wat het beste moment van de dag is om te stalvoeren, verschilt per seizoen. ‘Het liefst maai je een droog gewas en zorg je voor zo min mogelijk beschadiging van het gewas’, geeft Westrik aan. ‘In het voorjaar kun je bij fris en zonnig weer prima de tweede helft van de ochtend stalvoeren, omdat zeker robotmelkers ook weer niet te veel suiker in het gras willen hebben. Maar in het najaar, als de dagen korter zijn, kun je juist beter ’s middags maaien, zodat het gras meer energie bevat. Het verschil tus- sen ’s ochtends en ’s middags maaien kan zomaar 50 gram suiker per kilo droge stof zijn. Die suikers zorgen voor een betere eiwitbenutting en voor extra smaak.’ Inspelen op de omstandigheden is bij stal- voeren sowieso een must. Zo wisselt de kwa- liteit van het gras gedurende het groeisei- zoen. ‘Vers gras is geen constant product. Als het een paar dagen bewolkt is, bevat het gras minder suikers en moet je meer ener- gie aanbieden. De kunst van stalvoeren is anticiperen en vooruitkijken. Loop regelma- tig door het land om de kwaliteit van het gras te beoordelen, houd de melkgift en het ureum in de gaten en durf te schakelen.’ l
Figuur 1 – Gemiddelde grasgroei in Nederland
25 50 75 100 125
Steeds meer veehouders voeren vers gras op stal. In samenwerking met De Heus beschrijft VeeteeltGRAS hoe je dat het beste kunt doen.
80 60 40
01 mrt. 29 mrt. 26 apr. 24 mei 21 jun. 19 jul. maand
16 aug. 13 sept. 11 okt.
veeteeltGRAS MAART 2024
21
gem. grasgroei (kg ds per ha/dag)
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45