search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
Melken met robots combineren met weidegang: hoe doe je dat op een goede manier, zodat het melken met robots goed tot z’n recht komt en er ook voldoende vers gras in de koeien gaat? ‘Stel een duidelijk doel en durf daar tijd en geld in te investeren’, adviseert Herman de Zwaan van Agrifirm.


O


p bijna 83 procent van de Nederlandse melkveebedrij- ven wordt weidegang toegepast. Tegelijkertijd groeit het aantal melkveebedrijven met een automatisch melksysteem: ruim 34 procent van de bedrijven melkt de koei- en tegenwoordig met een of meer robots. De combinatie robot- melken en weidegang is uitdagend. Immers, het doel om zoveel mogelijk melk uit een robot halen lijkt te botsen met het doel om zoveel mogelijk vers gras in de koeien te krijgen. Herman de Zwaan, teamleider robotmanagement bij Agrifirm, erkent dat de combinatie robotmelken en weidegang uitdagend is. ‘Toch kun je heel goede resultaten halen, mits je werkt met een duidelijk plan en bereid bent om er tijd in te investeren.’


Stel een duidelijk doel


Het begint volgens De Zwaan allemaal met het stellen van een duidelijk doel. Is het doel zoveel mogelijk vers gras in de koe krijgen? Is het doel om zoveel mogelijk melk uit de robots ha- len? Of is het doel een combinatie van deze twee? ‘Daar moet de melkveehouder voordat het weideseizoen begint een duidelijk antwoord op hebben.’ Hij stelt dat de keuze hierin vaak wordt bepaald door hoe vol de melkrobot zit. ‘Bij zestig koeien op één robot wordt maximaal vers gras in de koeien krijgen een heel grote uitdaging. Maar bij veertig koeien kun je veel makkelijker zeggen: ik wil in elk geval maximaal vers gras in die koeien.’ Andere factoren die een rol spelen bij het kiezen van het doel, zijn hoeveel gras er beschikbaar is en hoeveel tijd en euro’s de melkveehouder wil spenderen aan het gestelde doel. Is de keus gevallen op zoveel mogelijk vers gras in de koeien, wat betekent maximaal proberen te weiden, dan is het zaak om te zorgen voor goed bereikbare percelen. Soms vraagt dat om investeringen, zoals voor poorten voor weideselectie, extra ka- velpaden, meer afrastering of een goede watervoorziening in het weiland. ‘De koeien moeten graag naar buiten willen en dat betekent dat de routing logisch moet zijn, maar ook dat er dage- lijks vers en smakelijk gras staat te wachten. Het werkt niet als de koeien meerdere dagen op hetzelfde stuk lopen. Je moet ze prikkelen om iedere dag naar buiten te gaan’, stelt De Zwaan. ‘Het systeem Nieuw Nederlands Weiden is wat ons betreft echt aan te bevelen, omdat de koeien dan elk dag vers gras krijgen en het een relatief makkelijk op te pakken systeem is.’ Bedrijven die dag en nacht willen beweiden, kunnen beter kie- zen voor een ander systeem, zoals stripgrazen. Ook het aanbie- den van vers water in de wei is volgens Agrifirm heel belangrijk. ‘Het eerste wat een koe wil als ze na het melken naar buiten gaat, is drinken. Bied dus ruimschoots water aan in de wei.’


Wei ook open op 95 procent melktoestemming In de stal zelf kunnen veehouders ook de nodige maatregelen treffen om het weiden aantrekkelijker te maken. ‘Zorg voor beperkt voer voor het voerhek als je wilt gaan weiden’, zegt De Zwaan. ‘Dat klinkt logisch. Toch zien we in de praktijk nog veel bedrijven die gewend zijn om ’s ochtends vroeg te voeren en dit in de weideperiode ook gewoon te blijven doen. Wees dan niet verbaasd dat de koeien niet naar buiten willen.’


Nog een logisch, maar lang niet altijd toegepast advies: ‘Houd tijdens de eerste uren beweiden de staldeur dicht, zodat de wei de enige optie is.’ Die methode kan bovendien helpen om te voldoen aan de voorwaarde dat minimaal 75 procent van de melkgevende koeien in de wei loopt op opgegeven uren. En een andere belangrijke: ‘Zorg dat alle koeien altijd naar buiten mo- gen, ongeacht de melktoestemming. Nu zie je vaak dat koeien die op 70 procent melktoestemming zitten, niet naar de robot mogen én niet de wei in kunnen. Zo’n koe gaat in de box liggen. Niet doen, daarmee leer je weidegang heel snel af. Ook al zit een koe op 95 procent melktoestemming, gewoon naar buiten laten gaan’, adviseert De Zwaan.


Het weidegras is aan het begin van het seizoen het meest sma- kelijk. Dus hoe eerder in het seizoen de koeien naar buiten gaan, hoe beter, adviseert Agrifirm. Dat geldt ook voor de dage- lijkse routine: hoe vroeger op de dag de koeien weiden, hoe beter. De Zwaan: ‘Gras is rond de ochtendschemering het meest smakelijk en het is dan nooit te warm. De selectiepoort zo in- stellen dat koeien al om 4.00 of 5.00 uur ’s ochtends het wei- land in kunnen, is helemaal geen raar idee. Rond dat tijdstip zijn de koeien het minst actief en het is een manier om ze toch actief te krijgen.’


Kiezen voor siëstabeweiding


Nu de afbouw van derogatie mest nog waardevoller maakt, zijn steeds meer melkveehouders geneigd om zoveel mogelijk mest in de put op te vangen. Zo kunnen ze de mest gericht inzetten voor bemesting. Dit zet nog meer druk op de combinatie van robotmelken met weidegang. Kiezen voor siëstabeweiding kan dan een mooie oplossing zijn. Door ’s ochtends tussen 5.00 en 9.00 uur te weiden en ’s avonds tussen 17.00 en 21.00 uur nog- maals, gaat er meer vers gras in de koeien en wordt de capaci- teit van de melkrobot optimaal benut. ‘De koeien zijn dan over- dag in de stal en vertoeven op het heetst van de dag lekker onder de ventilatoren. Siëstaweiden is de ideale combinatie van veel melk uit de robot halen en voldoende vers gras binnenkrijgen, helemaal als je het combineert met zomerstalvoeren.’ De melkrobotspecialist herhaalt zijn boodschap van het begin: ‘Is het doel minimaal weiden en maximaal melk uit de robot halen, dan is het zaak om de stal wat aantrekkelijker te maken dan het weiland, bijvoorbeeld door hier veel en lekker voer aan te bieden. Is het omgekeerd, dan moet je het weiland iets aan- trekkelijker maken en de stal iets minder aantrekkelijk.’ Bij volledige robotbezetting is het volgens hem met een goed plan nog steeds mogelijk om 6 kilo droge stof uit vers gras te halen. ‘Mits je als veehouder tijd wilt investeren in het ophalen van de koeien en voeren op andere tijden dan je gewend bent.’ De Zwaan besluit met de constatering dat het aantal robotbe- zoeken niet bepalend is voor de melkproductie. ‘In het zomer- seizoen zal de bezoekfrequentie wat lager liggen dan in de win- ter. Maar als je ervoor zorgt dat de verse koeien in elk geval drie keer daags worden gemolken en de oudmelkte koeien minimaal tweemaal daags, kun je met weidegang nog steeds topproduc- ties bij de koeien halen.’ l


veeteeltGRAS MAART 2024 17


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45