ACHTERGROND RUWVOERKOSTEN
Jaco Visscher: ‘Onze emissiearme bedrijfsvoering loopt als een tierelier’
sinds twee jaar zijn zoon Arjan 85 koeien melkt. ‘De interesse begon met het produce- ren van A2-melk. Het is bijzonder dat de koe verschillende samenstellingen van melk kan maken, wat me aan het denken zette over het prachtige product dat we leveren. Niet alleen de koe heeft effect op de melk, ook het voer dat je de koe geeft.’
Rond 2016 daagde Jaco Visscher (52) zich- zelf uit: binnen tien jaar wilde hij zonder kunstmest dezelfde drogestofopbrengst hebben van zijn grasland als voorheen mét kunstmest. ‘Destijds zat de opbrengst op zo’n 9000 kilo droge stof per hectare. We zijn nu ongeveer acht jaar verder en ik denk dat we mogen zeggen dat we die doelstel- ling hebben gehaald.’ Destijds begon Vis- scher na te denken over specialisatie van zijn melkveebedrijf Erve Slendebroek in Zwolle, waar hij met zijn vrouw Roelien en
Sindsdien ging het roer om en worden de koeien volledig grasgevoerd. Daarin horen volgens Visscher ook kruiden. En die krui- den komen beter tot hun recht zonder kunst- mest . ‘Op onze huiskavel van 40 hectare passen we nu maximaal beweiding toe. Om daar het meeste uit te halen is het zaak om de koeien elke dag een nieuw stuk aan te bieden. Niet te vroeg in een stuk met jonge hergroei, maar even wachten tot er genoeg gras staat.’ Met die insteek hoeft de maaier veel minder vaak achter de trekker gezet te worden. Het vee heeft een kortere stal- periode en kan daarom met een derde van het kuilgras toe dat het voorheen kreeg. ‘Dat scheelt grasverliezen en we hebben veel minder dieselkosten. Daarnaast wor- den onze koeien ouder en hebben we veel minder jongvee nodig om melkvee te vervangen.’
Het is dat verschil in kosten dat maakt dat de nieuwe strategie uit kan voor het bedrijf. Ondanks dat de werkwijze inmiddels acht jaar biologisch is, schakelde het bedrijf pas drie jaar geleden om naar gecertificeerde biologische melk. Kortom: tot die tijd kreeg
Visscher geen meerprijs voor de melk en was die ook niet nodig om rond te komen. ‘Daaraan zie je dat het economisch ook een slimme manier van boeren is. Terwijl de melkproductie natuurlijk wel is gezakt. We zaten op 9000 kilo en dat is intussen onge- veer 7500 kilo. Maar dat doen we op een minimum van krachtvoer en qua ruwvoer zijn we zelfvoorzienend.’
Dat de drogestofopbrengst weer op niveau is, komt volgens Visscher door de bodem. ‘Sinds we zijn gestopt met kunstmest is de organische stof jaarlijks met bijna één pro- cent toegenomen. Elke procent organische stof levert 25 kg stikstof op jaarbasis, naast het feit dat het CO2
vastlegt. Neem daarbij
de vlinderbloemigen zoals klaver, die 90 kilo stikstof vastleggen per jaar. Het boven- gronds mest uitrijden schijnt nitrificerende bacteriën actief te maken, die ook stikstof vastleggen. Al met al hoef je dan geen kunstmest bij te bemesten.’ Het belangrijk- ste dat dat duidelijk maakt, is volgens hem de afrekening van de stikstofalans. ‘Vorig jaar legden we 100 kilo stikstof meer vast dan we in melk en mest van het bedrijf af- voerden. Een stikstofalans van –100 dus. Want wat er niet aan krachtvoer en kunst- mest ingaat, komt er qua mest ook niet uit. Kunstmest komt uiteindelijk terug in de vorm van excretie. De emissiearme bedrijfsvoering loopt als een tierelier en levert ons naast een goed saldo ook nog eens veel meer werkplezier op.’
ting. En daarbij zal het niemand verbazen dat meer bemesting leidt tot een hogere opbrengst. Door lagere bemestingsnormen kunnen we dus minder kilo’s droge stof van het land halen.’
Inzetten op hoge ruwvoerkwaliteit Daarmee kom je uit op een vorm van extensivering, concluderen Countus-adviseurs Hoksbergen en Stokman. ‘Vaak wordt verwacht dat de kwaliteit van het ruwvoer daalt als er minder bemest wordt. Maar in de cijfers zien we het omgekeerde. Bij 150 kilo stikstofbemesting wordt 980 vem per kilogram droge stof gerealiseerd. Bij een bemesting van 550 kilo is dat met 960 vem per kilogram droge stof iets minder’, geeft Hoksbergen aan. ‘De totale vem- opbrengst per hectare daalt wel met een lagere be- mesting, de kwaliteit in vem per kilo droge stof neemt licht toe. Dat leidt in theorie weer tot lage- re krachtvoerkosten.’ Om te kijken of dat het geval is, vergelijkt Stokman het krachtvoergebruik met de kwaliteit van het ruw-
20 veeteeltGRAS MAART 2024
voer (figuur 4 op pagina 19). Bij een hogere vem in het ruwvoer neemt het krachtvoergebruik per 100 kg melk slechts heel beperkt af. ‘We hadden verwacht dat bedrijven die een hogere vem per kilo droge stof van hun land weten te halen, ook lagere krachtvoerkosten hebben – en dus vooral melken uit eigen ruwvoer – maar dat verband is minimaal’, legt Stokman uit. ‘Het voordeel van goed ruwvoer wordt blijkbaar nog niet volledig benut om aankoop van krachtvoer te beperken. Naast spreiding in de kosten en opbrengsten in het land is er ook een grote sprei- ding in de voerefficiëntie.’
Extensivering is niet alleen een gevolg van wetge- ving, volgens Hoksbergen is het ook een duidelijke wens van de maatschappij dat de melkveehouderij extensiveert. ‘Daarbij zijn er zeker nog uitdagingen, bijvoorbeeld om ruwvoeropbrengsten goed te benut- ten, of om bewerkingskosten laag te houden. Maar anderzijds laat de spreiding in kosten en opbrengsten ook zien dat er veel mogelijkheden zijn om in een extensiever bedrijfsplan goed te boeren.’ l
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45