‘Grasland is het ultieme rustgewas’
Derogatie of niet, gras blijft ook in de toekomst het hoofdgewas voor melkveehouders, denkt Zwier van der Vegte. Vooral voor tijdelijk grasland voorziet de projectmanager van De Marke een grote rol. ‘Als je klavers en kruiden volop aandacht geeft, is er geen gewas dat beter scoort in eiwit.’ TEKST INGE VAN DRIE
D
e weilanden rondom Agro-innova- tiecentrum De Marke staan vol plas- sen. Na een extreem nat najaar is er ook in 2024 al flink wat water gevallen in de Achterhoek. ‘We hebben vorig jaar bijna 1200 millimeter regen gehad. Normaal gesproken valt hier in een jaar tijd 850 milli- meter’, weet Zwier van der Vegte. ‘En sloten hebben we hier nauwelijks, dus het water kan ook niet gemakkelijk weg. Op 16 febru- ari mest uitrijden zat er dit jaar niet in.’ Van der Vegte kent het melkveeproefbedrijf in Hengelo, dat onderdeel uitmaakt van Wageningen University & Research en inzet op een schone en rendabele melkveehoude- rij, op zijn duimpje. Bij de start ervan in 1991 begon hij als assistent-bedrijfsleider. Tussendoor maakte hij een uitstapje naar het biologische proefbedrijf Aver Heino, maar sinds 2010 is hij weer terug op het nest. Intussen houdt hij zich als projectma- nager van De Marke vooral bezig met het delen van kennis, onder meer op het gebied van grasland. ‘Melkveehouders hebben 85 procent van de Achterhoekse grond in gebruik. Grofweg 75 procent daarvan is gras, naast 20 procent mais en 5 procent andere voedergewassen.’
Even terug in de tijd. Hoe was de start van De Marke?
‘Ook begin jaren negentig hadden we al stevige doelen op het gebied van ammoniak- emissie en stikstofbodemoverschot. Niet alle veehouders waren daar blij mee. We hopen dat jullie opdracht mislukt, zeiden ze letter- lijk tegen ons, want als we allemaal die kant op moeten … Wat dat betreft zie ik wel parallellen met de huidige tijd. Ook nu ver- zetten veel veehouders zich tegen alles wat er op hen afkomt. En natuurlijk mogen de
hakken ook even in het zand. Maar daarna moet je weer verder kijken naar wat er nog wel kan.’
Welke rol speelde grasland door de jaren heen?
‘Gras heeft hier in de Achterhoek altijd een belangrijke rol gehad. Vergeet niet dat we hier nog landbouwgrond hebben die pas honderd jaar geleden ontgonnen is. Dat waren natuurlijk niet de beste gronden, anders waren ze al wel eerder ontgonnen. Die gronden zijn met varkens- en koemest in productie gebracht, maar ook grasland heeft daarbij een belangrijke rol gespeeld. Dat zorgde voor de opbouw van organische stof en het vermogen van de grond om vocht vast te houden.’
‘Gras blijft voor melkveehouders het hoofd- gewas. Het is een supereiwitbron en wie volop aandacht schenkt aan grasklavers en kruiden, zal niet snel een gewas vinden dat het beter doet in eiwitproductie. Cijfers van accountantskantoren laten daarnaast steeds weer zien dat boeren die weidegang toepassen, nog altijd het hoogste inkomen realiseren. Gras uit het land brengt zonder tussenkomende kosten melk in de tank. De kwaliteit van gras is hoog en vergelijkbaar met die van krachtvoer.’
Wat heeft het verdwijnen van deroga- tie voor gevolgen voor het areaal gras? ‘Sommige mensen zien het wegvallen van derogatie als bedreiging voor het areaal grasland. Binnen het project Koeien & Kan- sen zie ik ook inderdaad dat sommige deel- nemers kiezen voor het verbouwen van meer mais en het opstallen van de koeien. Maar volgens mij is dat niet de route. Ik denk dat de ondergrens van 75 procent gras
in het Gemeenschappelijk landbouwbeleid gaat helpen om het areaal grasland in stand te houden. Een veehouder die minder dan 75 procent gras heeft, moet 4 procent van zijn areaal als niet-productief bouwland of als ecologische zone inrichten. Ook fosfaat zal een rol spelen bij het in stand houden van grasland: met meer bouwland heb je minder plaatsingsruimte voor fosfaat.’
Op welke manier kun je grasland het best inzetten?
‘Ik voorzie vooral een grote rol voor tijde- lijk grasland. Grasland is het ultieme rust- gewas voor akkerbouwers. Zij kunnen met gras als rustgewas hun bodemkwaliteit op een hoger niveau brengen. Gras brengt organische stof, is goed voor het bodemle- ven en zorgt voor wormen in de grond en voor opslag van koolstof. En grasland heeft in vergelijking met bouwland een veel even- wichtiger bodemleven. Grasland bevat bac- teriën én schimmels. Op bouwland zie je alleen bacteriën.’ ‘Een akkerbouwer die twintig jaar lang rooigewassen heeft geteeld, heeft daar vast goed aan verdiend. Maar de bodemkwaliteit is intussen wel achteruitgehold. Voor zo’n akkerbouwer biedt samenwerking met een veehouder veel potentie. Een optimaal teelt- plan zorgt voor een betere bodemkwaliteit, een betere benutting van stikstof en minder problemen met aaltjes. En het levert ook nog eens rendement op. Zo heeft de veehou- der onder meer lagere afzetkosten voor de mest en kan de akkerbouwer meer gewassen telen die geld opbrengen.’
Hoe ziet zo’n ideaal teeltplan eruit? ‘Optimaal is drie jaar grasland en dan drie jaar bouwland. Na het scheuren van gras-
veeteeltGRAS MAART 2024 13
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45