AFGHANISTANVETERAAN GEGREPEN DOOR MILITAIRE MUZIEK Visitekaartje van de
De Nationale Taptoe, hier tijdens de grote finale in 2014, doet volgens Geert Bergsma zeker niet onder voor de fameuze Royal Edinburgh Military Tattoo. Foto: ministerie van Defensie
Als jonge knul raakte Afghanistanveteraan Geert Bergsma al gefasci- neerd door de pracht en praal van de Nationale Taptoe in zijn geboorte- stad Delft. De vlaggen, de glanzende blaasinstrumenten en de roffelende trommels, de jonge Geert vond het allemaal prachtig. Zo raakte Bergsma besmet met het virus dat militaire muziek heet. Inmiddels is hij voorzitter van Nederlandse afdeling van de International Military Music Society en vertelt hij bevlogen over militaire muziek in Nederland.
Door: Christ Klep O 18
p de Koninklijke Mili- taire Academie was Geert Bergsma hoornbla- zer in het cadettentam-
boerkorps ‘Prins Bernhard’. “Vooral natuurtonen, op een trompet zonder ventielen. Vraagt wat aanleg, maar dat kon ik nog wel aan.” Bergsma voelde in de militaire muziek dezelfde enthousiaste sfeer als tijdens bijvoorbeeld de Nijmeegse Vierdaagse of Veteranendag. “Alle- maal werken aan hetzelfde doel. Prachtig.” Het virus bleek taai, inmiddels is
juni 2017
commodore b.d. Geert Bergsma voorzitter van de Nederlandse afde- ling van de International Military Music Society (IMMS). Bovendien is hij veteraan. Hij diende van oktober 2008 tot maart 2009 als contingents- commandant in Afghanistan. Een uitstekende positie dus om de stand van zaken rond de militaire muziek in Nederland nader onder de loep te nemen. Ook binnen de Nederlandse mili- taire muziek is de laatste jaren veel ingekrompen en geherstructureerd. In de dienstplichttijd zat Defensie
qua aanbod van muzikanten nog ruim in haar jas. Mede daarom telde Defensie in de jaren zestig van de vorige eeuw nog vier militaire harmonieorkesten, twee fanfare- korpsen, twee trompetterkorpsen en niet minder dan twintig erkende tamboerkorpsen! Daarvan zijn er na enkele bezuinigingsrondes nog acht over. Dit aantal is overigens ook gebaseerd op wat minimaal nodig zou zijn voor een konink- lijke bijzetting. Aanvulling is er wel door enkele traditionele part- time reünieorkesten die Nederland
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65