search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
Deze laatste conflicten draaiden om directe staatsbelangen: zelfverdedi- ging, de status als koloniaal heerser of de communistische dreiging. Dit alles geeft het ‘oude’ veteraanschap een andere lading, nog los van de leeftijdskloof. De jonge veteraan is bovenal een uitvoerder van buiten- lands beleid onder brede – en soms vage – koepels als vredeshandha- ving, mensenrechten en human security. Hij is eerder een soldaat- diplomaat of humanitarian soldier. Dit levert als vanzelf een andere beeldvorming op. De doelen zijn anders, vaak abstracter. Het ‘bedje’ waarin de jonge veteraan terugkeert


vanzelfsprekende belangenbehartiger als de gewenste beeldvorming in het gedrang komt. Dit sluit aan bij het bredere fenomeen dat militairen steun verwachten van hun bazen júist vanwege de bijzondere offers die ze brengen. Veelzeggend is de opschudding die ontstond naar aan- leiding van twee ‘officiële’ histori- sche studies over de meidagen 1940. Deze verschenen in respectievelijk 1990 (Mei 1940) en 2005 (‘Ik had mijn Roode-Kruisband afgedaan’). Sommige veteranen zagen het zowat als verraad dat uitgerekend histo- rici van het ministerie van Defensie benadrukten dat zowel aan Duitse


extra positieve bagage meenemen naar de arbeidsmarkt.


YouTube Wars


De kloof tussen oud en jong wordt hier gedicht tijdens de viering van Bevrijdingsdag op 5 mei in Wageningen. Foto: William Moore


na een missie is bovendien wezenlijk anders dan wat de oude veteranen ervoeren. De aandacht voor indi- vidueel welzijn en gezondheid is inmiddels veel groter. Dit verklaart dan weer deels waarom in de beeld- vorming vooral de jonge veteranen geassocieerd worden met gezond- heidsklachten en slachtofferschap.


Ministerie van Defensie Het ministerie van Defensie speelt


natuurlijk een hoofdrol in de fra- ming van de Nederlandse veteraan. Het is daarbij manoeuvreren tussen enerzijds het beeld dat de veteranen, de politiek en de maatschappelijke druk ‘oplegt’ aan Defensie en ander- zijds het beeld dat het ministerie zélf van zijn veteranen wil schep- pen. Veel veteranen beschouwen het ministerie van Defensie als hun


10 MAART 2014


als Nederlandse zijde schendingen van het oorlogsrecht waren voorge- komen. Een rechtszaak bleef niet uit. Defensie kon tijdens de Koude Oorlog nog terugvallen op een ‘van nature’ overtuigend beeld: Hollandse jongens die het vaderland moeten verdedigen tegen de Rode Hordes uit het oosten. Dat ze lang haar droegen, was tot daar aan toe. Het beeld verschoof ingrij- pend na het vallen van de Berlijnse Muur in 1989 en de overgang naar een beroepsleger. De beeldvorming die Defensie creëerde draaide al snel om militairen die ‘goed doen over de grenzen’. Inderdaad, de spreek- woordelijke humanitarian soldier die tussen de partijen staat, opbouwt en mensen letterlijk uit de nood sleept. Daarnaast benadrukt de officiële beeldvorming dat jonge veteranen kunnen presteren onder druk en dus


Er rust in de officiële beeldvorming echter nog steeds een zeker taboe op expliciete geweldsframes. Dit was al zichtbaar in bijvoorbeeld Neder- lands-Indië. Het leed dat militairen aanrichten, wordt liefst ontweken. Eufemistisch taalgebruik verhult de werkelijkheid. Denk aan ‘politi- onele acties’ of ‘een robuuste inzet van middelen’. Minister Eimert van Middelkoop veroordeelde in 2009 een tv-spotje van de Socialistische Partij tegen de Uruzgan-missie. Hij noemde het smakeloos. Het spotje doorbrak een taboe: het liet spat- tende bloeddruppels zien, begeleid door het geluid van schreeuwende en schietende militairen. ‘Dit is een vorm van propaganda die zelfs de SP onwaardig is’, fulmineerde Van Middelkoop. Voor militairen en veteranen leveren de geweldsframes een stevige spagaat op. Aan de ene kant willen ze niet dat ‘anderen’ hun inzet al te fraai en simpel afschilde- ren als betrekkelijk risicoloos werk voor een goed doel. De hele discus- sie over Uruzgan als ‘opbouwmis- sie’ versus ‘vechtmissie’ past in dit kader. Aan de andere kant wil men het thuisfront niet verontrusten en komt de eigen framing vaak neer op: maak je maar niet ongerust! Ten slotte de vraag welk effect social media op de beeldvorming rond militairen en veteranen hebben of zullen hebben. Dit middel voegt immers een extra laag toe aan de informatievoorziening en beeldvor- ming. Moeten overheden nu vrezen voor een ongefilterde grabbelton aan kritiek, onthullingen en YouTube Wars? Vooralsnog lijkt deze vrees ongefundeerd. Uitzonderingen daar- gelaten, gebruiken dienende militai- ren en veteranen social media toch vooral om een beeld van professio- nalisme en zelfs krijgshaftigheid voor het voetlicht te krijgen. Natuur- lijk is er ook kritiek en wordt er – soms oeverloos – gescholden. Maar het accent ligt doorgaans toch op het eigen werk, de eigen uitzen- ding en opbouwende aspecten als kameraadschap en verbondenheid. De angst dat social media een ont- luisterende beeldvorming gaan ople- veren, lijkt voorlopig ongegrond. Waarvan acte.


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64