search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
36 klachtenregeling


Ondanks parodontitis toch implantaten


REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG, 9 MEI 2017


KLACHT Klager was tussen 2005 en 2013 onder behan- deling van een tandarts. In het patiëntendos- sier zijn meerdere DPSI-scores ‘3’ te zien. Dit houdt in dat er pockets van vier tot vijf millimeter aanwezig zijn en dat parodontale behandeling noodzakelijk is. De tandarts heeſt die niet inge- zet. Eind 2009 verwees de tandarts klager naar een tandarts-implantoloog voor het plaatsen van drie implantaten. Deze heeſt op 24 augustus 2009 een foto gemaakt van het gebit van klager en een behandelvoorstel en een op 2 november 2009 geda- teerde begroting opgesteld. Klager heeſt het behan- delvoorstel ondertekend. De tandarts-implantoloog heeſt nog een extractie gedaan en uiteindelijk vier implantaten geplaatst. Hierna zijn door de tandarts nog vier elementen getrokken. Begin 2014 heeſt klager zich tot een parodontoloog gewend, die hem heeſt behandeld voor parodontitis. Klager verwijt de tandarts-implantoloog dat deze had moeten constateren dat klager parodontitis had en hem dat moeten melden. Hij had klager bovendien moeten terugverwijzen naar de tandarts voor behandeling van de parodontitis en deze moeten informeren over de kwaliteit van het gebit van klager en de noodzaak van behandeling, voordat hij tot implan- tatie overging. Ook heeſt de tandarts-implantoloog het medisch dossier van klager niet of onvoldoende bijgehouden. Hij heeſt klager op diens verzoek geen informatie meer beschikbaar gesteld over de extrac- tie of de door hem geconstateerde parodontale staat van het gebit van klager.


“Ten minste vijftien jaar bewaren”


Deze rubriek bevat samenvattingen van uitspraken van de Centrale Klachtencommissie van de KNM en de regio- nale Tuchtcolleges en het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. Iedere samenvatting wordt van com- mentaar voorzien door een onafhankelijk deskundige.


NEDERLANDS TANDARTSENBLAD jaargang 72/20, 8 december 2017, www.ntdigitaal.nl


VERWEER De tandarts-implantoloog bestrijdt de klachten.


BEOORDELING De tandarts-implantoloog heeſt erkend dat hij niet meer over alle bescheiden van klager beschikt, maar dat hij altijd een dubbele ad- ministratie bijhield: hij noteerde gegevens in de


computer en maakte uitgebreidere aantekeningen op de behandelkaart. Bij de overdracht van zijn praktijk in 2013 heeſt hij echter de behandelkaarten van al zijn patiënten mee overgedragen. De opvol- gend tandarts heeſt deze vernietigd. Een e-mail aan het RTG van deze tandarts, waarin hij schrijſt dat hij niet over een papieren dossier beschikt en daar ook in het verleden niet over heeſt beschikt, berust niet op waarheid, aldus de tandarts-implantoloog. Volgens het RTG bepaalt artikel 7:454, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) dat een hulpverlener de bescheiden in het patiëntendossier ten minste vijſtien jaar moet bewaren. De wet maakt geen uitzondering voor dossiers van een tandarts die zijn praktijk overdraagt. Uit een uitspraak van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg van 8 mei 2012 (ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1997) volgt ook dat de bewaarplicht van patiëntendossiers bij of na overdracht aan een opvolgende tandarts op de over- dragende tandarts blijſt rusten. De tandarts-implan- toloog heeſt zodoende niet aan zijn bewaarplicht voldaan. Inzake de klachten over de parodontale situatie van klager heeſt de tandarts-implantoloog aangevoerd dat die in november 2009 voldoende was om verantwoord te worden geïmplanteerd. Bij de intake werden altijd pockets gemeten en op de behandelkaart genoteerd; behandeling was op dat moment niet noodzakelijk. Bovendien is klager ge- implanteerd onder een strenge antibioticakuur en heeſt klager voor de implantatie een minuut met chloorhexidine gespoeld. Als de parodontale situ- atie daadwerkelijk zo slecht zou zijn geweest, dan zou binnen een jaar botverlies rondom de implan- taten of zouden gefaalde implantaten te verwachten zijn geweest. Het feit dat daarvan geen sprake is bij klager vormt volgens de tandarts-implantoloog een aanwijzing dat hij juist heeſt gehandeld.


NEDERLANDS TANDARTSENBLAD jaargang 72/20, 8 december 2017, www.ntdigitaal.nl


KLACHTENREGELING


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52