18 interview
maken van wat ze zelf konden doen aan hun gezond- heid, waaronder het gebit. Ik heb onder meer het effect daarvan onderzocht. Op basis van loting kreeg de ene groep scholen het lespakket, terwijl de andere groep van controlescholen geen pakket kreeg. Het was inte- ressant om mee te maken hoe je goed onderzoek moet opzeten.”
Wat kwam eruit naar voren? “Het bleek dat kinderen die het GVO-lesprogramma kregen, zich er meer bewust van waren dat ze het lot in eigen hand konden nemen. Dit was in die periode bij- zonder. Toen heerste nog het idee dat gezondheid iets was dat je overkwam. Cariës werd toen bijvoorbeeld wolf genoemd, iets waaraan je niets kon doen. Ik vond onderzoek gericht op het gedrag van mensen erg inte- ressant. Toen ze in Wageningen bij het Rikilt-DLO- instituut iemand zochten om de afdeling Smaakonder- zoek op te richten, ben ik dat gaan doen. Nadat de overheid in 1990 besloot smaakonderzoek niet meer te financieren, heb ik het Centrum voor Smaakonderzoek opgericht.”
Smaak is een heel subjectieve zaak. Maakt dat smaakonderzoek niet erg moeilijk? “Dat valt nog wel mee. Subjectiviteit zit in ieder geval niet in het waarnemen van verschillen, bijvoorbeeld of een wijn rood of wit is. Dat is objectief te beoordelen. Juist het waardeoordeel dat je toekent aan het verschil bepaalt het subjectieve deel. Bij smaakonderzoek kijk je enerzijds of iemand inderdaad de verschillen kan waarnemen, bijvoorbeeld dat hij in staat is om ver- schillen in zoetheid met getallen aan te geven. Ander- zijds onderzoek je of hij een product lekker vindt, dat is het subjectieve deel. Dat vind ik het meest interessant. Het is cultuurgebonden en verschilt per persoon, omdat geen mens gelijk is aan een ander.”
Wat is het belang van een gezonde mond voor de smaak?
“De mond is een heel erg gevoelig instrument. Een baby verkent zijn wereld met zijn mond. Ook iemand die eet en drinkt, tast met zijn mond. Met een gezonde mond ben je optimaal uitgerust om iets met je smaak te doen. Als je kiespijn hebt, heb je vaak geen zin om te proeven. Een gezonde mond draagt bij aan de kwaliteit van leven. Mensen snappen pas hoe belangrijk smaak is als ze geen smaak meer hebben en niet kunnen proeven. Het is zo vanzelfsprekend dat het er is. De rijkdom van signalen die via de zintuigen binnenko- men is een groot goed, daar moet je je van bewust zijn. Genieten van smaak is ook een vorm van vitaliteit. Oudere mensen die de zin in het leven verliezen, ver- liezen ook hun smaak.”
Hoe komt smaak eigenlijk tot stand? “Er is altijd sprake van een smaakopbouw. Als je een stukje kaas proeſt, dan beoordeel je dat op grond van wat je in je geheugen hebt opgeslagen van alle andere kazen die je ooit hebt gegeten. Op basis daarvan kun je dan zeggen dat iets bijvoorbeeld belegen kaas is. Heb je nooit belegen kaas gegeten, dan kun je dat niet zeggen. Dat betekent voor ons onderzoek dat je mensen moet uitzoeken die een smaakgeheugen hebben opgebouwd voor een bepaald product. Voordat mensen hier komen, gaan we na welke producten ze regelmatig eten. Pas dan kunnen ze goed oordelen over de beteke- nis van de geproefde verschillen. Mensen die weten waar ze het over hebben, proeven ook meer. Trouwens, als je goed wilt proeven, doe dit dan blind. Zet bijvoor- beeld vijf wijnen uit verschillende prijsklassen zonder etiket op een rijtje en proef ze. Dan ontdek je de kwali- teit van je eigen smaakniveau. Doe je dit vaker dan leer je steeds beter proeven.”
Centrum voor Smaakonderzoek
Het Centrum voor Smaakonderzoek, gevestigd in Wageningen, is in 1990 door Bob Cramwinkel opgericht. Recent is het door zijn zoon overgenomen. Het centrum doet smaakonderzoek in op- dracht van bedrijven en instellingen. Het brengt de samenhang tussen producteigenschappen en consumentenvoorkeuren in kaart en schat de marktkansen in van aangepaste recepturen en nieuwe producten. De eerste klant was de Consumentenbond, die het de smaakverschillen tussen rode wijnen uit de super- markt liet onderzoeken.
NEDERLANDS TANDARTSENBLAD jaargang 72/20, 8 december 2017,
www.ntdigitaal.nl
Wat maakt iets lekker? “Lekker heeſt te maken met een pretig gevoel. Voor de meeste mensen was het eerste fijne gevoel het drinken van moedermelk, die zoet en romig is. Zoet en romig geven dus bij heel veel mensen een goed gevoel. Maar je kunt niet aan de moedermelk blijven, dus je bouwt in je verdere leven nieuwe smaken op die je een pretig gevoel geven. Het gegeven dat veel kinderen gek zijn op chocolade of roomijs, is een voortzeting van de moe- dermelkperiode.”
Wat betekent dit voor de tandheelkunde? “Vanuit tandheelkundig perspectief moet je mensen verstandig leren omgaan met zoet. Je moet er daarom voor pleiten dat iemand niet te veel eet- en drinkmo- menten per dag heeſt. Dat bleek ook uit literatuuron-
NEDERLANDS TANDARTSENBLAD jaargang 72/20, 8 december 2017,
www.ntdigitaal.nl
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52