search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
34 achtergrond


mondzorg werken behandelaars veelal als zelfstandige ondernemers. Bovendien zijn ze sterk gericht op de in- dividuele patiënt.“ Van der Heijden stelt daar graag iets tegenover. “Als ik vanuit mijn kamer op ACTA de ene kant opkijk zie ik Amsterdam-West, aan de andere kant zie ik Amstel- veen. In West leven de mensen gemiddeld tien jaar kor- ter. En hun gemiddelde kwaliteit van leven is lager dan die in de laatste tien levensjaren van Amstelveners. Dat zijn toch thema’s bij de publieke taakstelling voor de gezondheid van de bevolking die we vanuit de zorg, en dus ook de mondzorg, niet kunnen laten liggen?”


Tanende


Als je de belangstelling van tandartsen voor de NVSST als leidraad neemt voor hun belangstelling voor de sociale tandheelkunde, kun je gemakkelijk constateren dat die tanende is. De NVSST leidt immers een zo goed als slapend bestaan, zegt ook haar secretaris, professor dr. Josef Bruers. Hij voert daar als een van de redenen voor aan dat het begrip sociale tandheelkunde onder jonge tandartsen niet goed meer ‘bekt’. Ook heeſt het te maken met de groei van specialismen, waarbinnen tandartsen zich nu organiseren en bijscholen. Bruers: “En ook de bijeenkomsten van de NVSST voldoen qua vorm kennelijk niet meer aan hoe jonge tandartsen contact met elkaar willen hebben.” Volgens Van der Heijden zegt het slapende bestaan van de NVSST echter niets en is de belangstelling voor de sociale tandheelkunde juist alles behalve tanende. “Veel onderwerpen die we kunnen scharen onder soci- ale tandheelkunde – kwaliteit van zorg, aandacht voor de bijzondere patiënt, communicatie – hebben de laat- ste decennia juist enorm aan aandacht gewonnen.“


Ongelijkheid Bruers aanvaardde in 2014 bij ACTA de leerstoel ‘Kwa- liteit van mondzorg in de praktijk’. Binnen de KNMT is hij verantwoordelijk voor de praktijkgegevens van de Peilstations. Kijkend naar de historische context van de sociale tandheelkunde zegt hij: “De hoogtijdagen van de sociale tandheelkunde, en tegelijk van de bredere sociale gezondheidszorg, zijn gekoppeld aan de on- gelijkheid in de toegang tot de zorg. Er waren destijds grote verschillen in gebitsgezondheid tussen grote bevolkingsgroepen. Aandacht voor de verbanden tus- sen die gezondheidsverschillen, de sociale status en de beschikbare menskracht stimuleerde de ontwikkeling van de sociale tandheelkunde.” Bruers meent dat deze klassieke sociaal-tandheelkun-


NEDERLANDS TANDARTSENBLAD jaargang 71/19, 25 november 2016, www.ntdigitaal.nl


dige items onverminderd actueel zijn. ”Ze verdienen volop aandacht, net als veel thema’s waarvoor ik soci- ale tandheelkunde nog steeds een prima parapluterm vind!”


Transparantie Tot die thema’s rekent hij in de eerste plaats de kwali- teit van zorg. Elke medicus moet kunnen verantwoor- den waarom hij handelt zoals hij handelt en waarop hij zijn beslissingen baseert. Daar hoort transparantie richting de patiënt bij. En die patiënt deelt bij voorkeur in de ‘decision making’: ook diens verantwoordelijk- heid wordt aangesproken. “Actuele vragen voor de tandarts zijn hoe hij dat organiseert en hoe ver hij daarin kan en wil gaan. Niet voor niets krijgt de com- municatie met de patiënt op de universiteiten inmid- dels royaal aandacht: voorlichting, gespreksvoering, stimuleren van mondgezondheid en gezond gedrag.”


In het vastleggen van observaties en het verantwoor- den van behandelingsbeslissingen lopen tandartsen volgens Bruers niet bepaald voorop. “De norm in de geneeskunde is: je beslissingen zijn gebaseerd op onderzoek, op bevindingen gebaseerd op proefon- dervindelijke vaststelling. Dat onderzoek is er op veel mondzorggebieden nog niet. En tandartsen leggen re- latief weinig vast van wat ze zien, besluiten en doen.” Bruers verzamelt daarom bij tandartsen die individuele ervaring en kennis. Inzicht in wat ‘in het veld’ wordt gedaan geeſt zicht op best practices: “Ervaringsbewijs is ook bewijs!”


Duidelijker profileren Van der Heijden zou willen dat de mondzorg zich dui- delijker profileert vanuit een sociaal-maatschappelijk perspectief op de mondgezondheid van de bevolking. Hoe kan mondgezondheid bijdragen aan de algehele gezondheid? Hoe krijgen we grip op de ongelijkheid in (mond)gezondheid, binnen en tussen allochtone en autochtone Nederlanders, en op de grote verschillen in de ontvangen zorg? “Natuurlijk, ik vind die specialisti- sche ambachtelijkheid in de individuele patiëntenzorg een prachtig en noodzakelijk aspect van het tand- artsvak. Maar de tandheelkunde als geheel zou meer naar buiten gericht mogen zijn. Binnen de mondzorg is de publieke missie en de klassieke taakstelling van de sociale tandheelkunde de afgelopen decennia wel enigszins verwaarloosd. Bij mijn aantreden drie jaar terug heb ik de wens geuit dat de zusterfaculteiten de leerstoelen in dit veld spoedig zouden invullen. In Nij-


NEDERLANDS TANDARTSENBLAD jaargang 71/19, 25 november 2016, www.ntdigitaal.nl


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52