vakinhoud 23 Een moedervlek op de lip BEELDSPRAAK
WAT ZIE IK? In uw praktijk verschijnt een nieuwe patiënt voor con- trole. Hij is 54 jaar, heeſt een gesaneerde dentitie en geen tandheelkundige klachten. De patiënt rookt enkele sigareten per dag en heeſt, behoudens licht longemfyseem, een blanco voorgeschiedenis. Hij gebruikt geen medicatie. Er valt u een bruine, regelma- tige en scherp begrensde pigmentplek van vijf bij drie millimeter van zijn bovenlipvermiljoen op. De patiënt heeſt er geen last van en vermoedt dat deze er al enkele jaren zit. Bij verdere zorgvuldige inspectie van zijn gezicht en orale slijmvliezen ziet u geen andere verge- lijkbare pigmentvlekken.
WAT IS HET? Deze laesie past het best bij een solitaire melanotische macula van het lippenrood (SMML). Die ontstaat op middelbare leeſtijd, komt vaker voor bij vrouwen, zit meestal in het middelste 1/3e deel van de lip en dan vooral op de onderlip. De SMML is vaak enkele milli- meters groot en kan in kleur variëren van lichtbruin tot bijna zwart. Men vermoedt een relatie met zonbelas- ting. Histologisch gaat het om een toename van mela- nine pigment in melanocyten en keratinocyten van de basale cellaag met soms toename van het aantal mela- nofagen, zonder celkern atypie. Ze vormen een onder- deel van orale melanotische laesies en moeten onder- scheiden worden van het maligne melanoom van het slijmvlies dat zich zeer agressief kan gedragen. Daar moet men vooral bij pigment laesies van gingiva en palatum aan denken. In tegenstelling tot wat vroeger gedacht werd, tonen meerdere studies - ook uit Neder- land - aan, dat de SMML geen verhoogd risico heeſt op ontaarding tot maligne melanoom. Indien er meerdere
NEDERLANDS TANDARTSENBLAD jaargang 71/19, 25 november 2016,
www.ntdigitaal.nl
pigmentvlekken op de slijmvliezen worden aangetrof- fen, moet men aan andere oorzaken denken, zoals gebruik van sommige medicijnen, de bijnierziekte van Addison, het zeldzame Laugier-Hunziker syndroom met ook nagelpigmentaties, of het eerder in deze column besproken syndroom van Peutz-Jeghers (zie ook Nt 13/2015, p 25. ).
WAT DOE IK? U inspecteert grondig alle orale slijmvliezen, om de aanwezigheid van meerdere laesies uit te sluiten. Omdat de SMML een goedaardige aandoening betreſt en vrijwel nooit maligne ontaardt, hoeſt u de patiënt niet te verwijzen, tenzij deze de laesie cosmetisch sto- rend vindt. Dan kan verwijdering ervan plaatsvinden. U kunt volstaan met de patiënt te adviseren alleen te terug komen bij groei of onregelmatige kleurverande- ringen van de laesie, of wanneer er meerdere pigment- plekken ontstaan. Hoewel een relatie met roken niet is aangetoond, doet u er verstandig aan hem het roken te ontraden.
DR. ROBERT VAN ES bespreekt in deze rubriek afwijkingen rond en in de mond. De nadruk ligt op het herkennen van de afwijking en het zo nodig behandelen ervan of, waar zinvol, verwijzing naar meestal de mka-chirurg.
Literatuur
Gupta G etal. The labial melanotic macule: a review of 79 cases. Br J Dermatol. 1997;136:772-5.
http://www.mdedge.com/node/322/path_term/13
NEDERLANDS TANDARTSENBLAD jaargang 71/19, 25 november 2016,
www.ntdigitaal.nl
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52