28 praktijk
veiligheid en kwaliteit, voegt Feilzer toe. De normcom- missie Tandheelkunde bestaat uit acht leden, afom- stig uit zowel de industrie, de wetenschap als de KNMT. Samen ontwikkelen en toetsen zij voor NEN normen en voorstellen. Normen zijn afspraken die marktpar- tijen vrijwillig met elkaar maken over de kwaliteit en veiligheid van hun producten, diensten en processen. Normen zijn dus, in tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, niet verplicht, benadrukt een medewerker van NEN. “Normen zijn best practices. Ze kunnen een hulp- middel zijn om te voldoen aan de wet.” Binnen de tandheelkunde gaan normen vaak over me- dische hulpmiddelen: van extractietang en tandarts- stoel tot vulmateriaal. Maar het gaat verder: voor de tandheelkunde zijn normen ontwikkeld op het gebied van materialen, CAD/CAM, terminologie, dentale in- strumenten en equipement, mondzorgproducten en implantaten. NEN bestaat uit het Nederlands Norma- lisatie-instituut (NNI) en het Nederlands Elektrotech- nisch Comité (NEC), dat is gespecialiseerd in de norma- lisatie van elektrotechniek en ICT. NEN ontwikkelt zelf geen normen; de organisatie inventariseert aan welke normen behoeſte is en brengt belanghebbenden bij el- kaar om deze normen te financieren en ontwikkelen.
Zinnig De NEN-normcommissie Tandheelkunde onderscheidt zich internationaal duidelijk van tandheelkundige commissies uit andere landen, zegt Connie Peterse. Zij is al sinds begin jaren negentig lid van de commis- sie, vanuit haar achtergrond in de organische chemie en haar werk bij Vertex Dental. Volgens Peterse staat de Nederlandse normcommissie erom bekend sterk te kijken naar de inhoud en dan vooral vanuit het per- spectief van de patiënt. “We bekijken met onze com- missie wat zinnig is en wat niet. Uiteindelijk willen we betrouwbare, veilige, kwalitatief goede producten. Dat is het enige wat telt.” In Nederland heeſt de normcommissie een brede sa- menstelling, met leden vanuit de industrie en de we- tenschap en de KNMT. Niet alle 44 landen van TC 106, de werkgroep van alle internationale normcommissies tandheelkunde, opereren echter zo. In sommige landen is de industrie sterk vertegenwoordigd in de normcom- missie. Het gevaar bestaat daarbij dat fabrikanten de normcommissies gebruiken om producten in de markt te positioneren. Het belang van fabrikanten is echter niet altijd in het belang van gebruikers en patiënten, zegt ook Hans Be- rendsen, die namens de KNMT in de normcommissie zit. Hij noemt het voorbeeld van de amalgaamafschei- der, die in de jaren negentig door de overheid verplicht werd gesteld. Er waren verschillende systemen op de markt, die allemaal prima werkten. De KNMT kwam er
NEDERLANDS TANDARTSENBLAD jaargang 71/19, 25 november 2016,
www.ntdigitaal.nl
echter achter dat enkele fabrikanten de ISO-norm zo wilden manipuleren dat enkel de dure apparatuur nog aan de eisen kon voldoen, zegt Berendsen. “Daar is de KNMT toen voor gaan liggen. Dankzij die actie werd voorkomen dat de tandartsen niet alleen onnodig dure apparatuur moesten aanschaffen maar ook dat zij met een extra milieubelasting werden geconfronteerd. Toen beseſten we dat we normalisatie niet alleen aan fabri- kanten konden overlaten.”
Onderhandelingsspelletje Berendsen vindt het van groot belang dat de norm- commissie actief en kritisch blijſt. Toen de commissie een jaar of vijf geleden even niet zo actief was, bleek Japan bijvoorbeeld de norm voor de hoeveelheid licht van operatielampen (te ver) naar beneden te hebben bijgesteld. “Dat onderhandelingsspelletje, daar moet je bij zijn.” Alle landen hebben overigens een even grote stem. Dus de invloed van Nederland is even groot als die van de Verenigde Staten! Stemmen loont dus zeker, vindt Berendsen. Hij geeſt nog een voorbeeld waarin Nederland goed heeſt geacteerd. Het idee leefde dat tandpasta die naar ontwikkelingslanden werd gestuurd misschien niet ef- fectief was, vanwege veroudering. Dat ging Berendsen via de commissie na bij fabrikanten. Het bleek een heel gevoelig punt. De hoeveelheid vrije fluoride-ionen bleek inderdaad af te nemen bij veroudering, waardoor de effectiviteit vermindert. Het leidde uiteindelijk tot een kortere houdbaarheid van tandpasta en een maat voor vrije fluoride in de norm. Berendsen: “Dat zijn feestbijeenkomsten.”
Nog een voorbeeld: de Nederlandse normcommissie slaagde erin de normen voor restmonomeren bij ortho- dontische behandelingen naar beneden bij te stellen. Belangrijk, omdat het bij orthodontie meestal om kin- deren gaat. Maar het lukt niet altijd om de Nederlandse normen te implementeren op wereldschaal. Zo is Ne- derland voorloper op het gebied van infectiepreventie, maar is het lastig om die standaard internationaal door te voeren. Voorbeeld hiervan is het reinigen van hand- en hoekstukken, waar de commissie in Nederland sterk op hamerde en wat uiteindelijk leidde tot de komst van apparatuur die deze instrumenten goed kan reinigen. Dit redde het niet op wereldniveau. Feilzer. “We heb- ben in Nederland hoge normen; op wereldniveau ligt dit soms anders. Een kroon mag bijvoorbeeld een lege- ring hebben van nikkel en chroom met zeventig pro- cent nikkel. Dat voldoet internationaal aan de normen, maar wij vinden het hier niet wenselijk.” Meestal worden voorstellen van nieuwe en al bestaan- de normen onder de loep genomen door de normcom- missie, maar de normcommissie Tandheelkunde heeſt
NEDERLANDS TANDARTSENBLAD jaargang 71/19, 25 november 2016,
www.ntdigitaal.nl
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52