praktijk 29
onlangs ook haar eerste NEN-norm zelf ontwikkeld, vanuit een gezamenlijk onderzoek van ACTA en Har- vard. Dit project ‘Dental codes’ omschrijſt de diagnos- tische definities en codes in de tandheelkunde. Die terminologie ontbrak nog, terwijl dat wel van belang is, zeker internationaal gezien, zegt Feilzer. “Als je bij- voorbeeld een richtlijn over cariës wil maken, moet iedereen wel hetzelfde verstaan onder de diagnoses die genoemd worden, zoals primaire cariës.” De Ne- derlandse norm wordt nu voorgelegd aan ISO, het Eu- ropese normalisatie-instituut CEN en de World Health Organization (WHO). Er bestaat een grote kans dat deze norm wordt geïmplementeerd in de WHO standaard voor medische diagnostiek ICD11.
Uniform Berendsen voegt toe dat deze zelfgemaakte norm veel kan betekenen voor epidemiologisch onderzoek maar ook voor kwaliteitscontrole in tandartspraktijken. Als terminologie uniform is en diagnoses worden vastge- legd, kunnen vervolgens met computerprogramma’s de diagnose waarop de indicatie van een behandeling berust met de resultaten van de behandeling worden bekeken en vergeleken. Berendsen: “Bij mijn patiëntjes bij de Jeugdtandverzorging Den Haag komt bijvoorbeeld veel acute cariës voor. Wanneer computersoſtware dat gecodeerd kan registeren, kan worden bekeken bij welke populaties dit voorkomt en hoe zich dit in de loop der tijd ontwikkelt. Dan kun je zien of je succesvol bent in het bestrijden van de ziekte cariës of dat je blijſt hangen in symptoombestrijding. En kun je de resul- taten ook aan zorgverzekeraars tonen, waardoor zij wellicht meer de nadruk gaan leggen op preventie.” Het toont maar aan dat het werk van de commissie heel wezenlijk is en bovendien leuk , vindt Berendsen. Feilzer wil uiteindelijk het aantal normen nog veel meer terugdringen. "Nu zijn normen opgesteld per pro- duct (‘verticale normen’). Het zou beter zijn wanneer er meer horizontale normen zouden komen, normen die voor alle producten gelden. Bijvoorbeeld biologische veiligheid. Nu gelden er andere criteria voor bijvoor- beeld de corrosieweerstand van amalgaam dan voor die van gietlegeringen. Op zich is dat niet logisch."
Ook hoopt Feilzer, net als Berendsen, dat het hoofdbe- stuur van de KNMT het belang van deze commissie in blijſt zien en dat ook andere verenigingen zoals de ANT hier in gaan investeren. Leden van de normcommis- sie financieren de normalisatie zelf. Feilzer: “De KNMT heeſt altijd problemen uit te leggen wat de vereniging met het lidmaatschapsgeld doet, maar dat wordt dus onder meer hieraan goed besteed. Dit zou beter bekend moeten zijn.” Een brede vertegenwoordiging van de beroepsgroep
Normen op een rijtje
• NEN – NEN ondersteunt het normalisatieproces en brengt Nederlandse normen uit: NEN-normen. Deze zijn over veel onderwerpen beschikbaar, zoals gebruiksvoorwerpen en de bescherming van persoonsgegevens, maar ook papierformaten en de nummering van weken.
• EN – De CEN, het Europees normalisatie-instituut, geeft EN-normen uit. Normalisatie-instituten zijn verplicht deze Europese normen nationaal over te nemen. Voor de Nederlandse markt dragen Euro- pese normen dan de codering NEN-EN.
• ISO – Internationaal normalisatie-instituut met bijbehorende internationale normen. Bekendste is ISO 9001: de norm die eisen stelt aan het kwali- teitsmanagementsysteem van een organisatie. Tandartspraktijken kunnen ook ISO 9001-gecer- tificeerd worden. ISO-normen worden meestal overgenomen door NEN, tenzij er zwaarwegende bezwaren zijn; als deze norm bijvoorbeeld botst met nationaal geldende wet- en regelgeving.
• CE – Als een product voldoet aan wet- en regel- geving binnen de Europese Economische Ruimte (EER), krijgt het een zogenaamde CE-markering. Deze markering, die overigens geen keurmerk is, heeft tot doel de vrije handel binnen de lidstaten te bevorderen en de veiligheid in het gebruik van de producten te verhogen.
• HKZ – HKZ is in 2012 samengegaan met NEN. HKZ (Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorg- sector) is een keurmerk. Het staat voor duurzame kwaliteitsverbetering in zorg en welzijn. HKZ stelt kwaliteits- en veiligheidsnormen op voor branches in zorg en welzijn, ook voor tandartsen.
is ook een wens van Peterse. Wat haar betreſt horen tandtechnici, die nu nog ontbreken in de normcom- missie, daar ook bij. Sowieso zijn meer leden welkom; vanuit de industrie en wetenschap, maar ook indivi- duele tandartsen. Peterse: “Het is misschien niet het meest sexy onderwerp, maar nu ik er al die jaren bij betrokken ben, zie ik hoe belangrijk normen zijn voor de veiligheid. Er is soms inderdaad sprake van bureau- cratie, maar normen zijn zeker niet bedoeld om tand- artsen dwars te ziten.”
NEDERLANDS TANDARTSENBLAD jaargang 71/19, 25 november 2016,
www.ntdigitaal.nl
NEDERLANDS TANDARTSENBLAD jaargang 71/19, 25 november 2016,
www.ntdigitaal.nl
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52