Tragisch duo N
VESUVIUS EN POMPEÏ
Als we ons over de krater- rand van de Vesuvius bui- gen, zien we een breed, diep gat, als de gapende muil
van een prehistorisch dier. Er komt slechts een sliertje rook uit z’n bek, maar dat is dan ook alles. Het stinkt niet eens... Toch komen er jaarlijks honderdduizen- den mensen het spektakel bekijken.
TEKST DOUWE DE VRIES // FOTO’S DOUWE DE VRIES E.A.
a een spannende busrit over een sterk slingerend weggetje omhoog en een wandeling van een kilome-
ter, staan we boven op de Vesuvio, zoals de Italianen de vulkaan met gevoel van respect noemen. Het is prachtig, helder weer, zodat we kunnen genieten van een schitterend uitzicht op de Golf van Napels en het omringende landschap. Volgens de statistieken komt de vulkaan eens in de dertig jaar tot een uitbarsting. De laatste was in 1944 en de honderd- duizenden mensen die onder de rook van de vulkaan wonen, zouden zich dus eigenlijk zorgen moeten maken.
Angstaanjagend tafereel Maar blijkbaar stoort niemand zich
aan dat kleine rookpluimpje, dat nog steeds uit de krater opstijgt, maar aan de buitenkant niet meer zichtbaar is. De slapende reus wordt echter nauw- lettend in de gaten gehouden door het Osservatorio Vesuviano, het vulkanisch waarnemingsstation aan de voet van de vulkaan. Talloze bezoekers maken ijve- rig selfi es aan de rand van de krater. Zij hoeven zich dus geen zorgen te maken over een uitbarsting.
Dat was in het jaar 73 na Christus wel anders. Op 24 augustus van dat
WWW.NKC.NL KAMPEERAUTO 1 - 2018
jaar werden de ongeveer 25 duizend bewoners van het stadje Pompeï na een enorme vulkaanuitbarsting verrast door een gloeiende en giſt ige wolk as. De bewoners hadden geen enkele kans, vielen ter plekke dood neer en werden bedolven onder een dikke laag as, ste- nen en modder. De Romeinse schrijver Plinius de Jongere, die als zeventien- jarige knaap tijdens de ramp aan de overkant van de Golf van Napels stond, beschreef in brieven aan de historicus Tacitus wat hij zag. ‘De opstijgende wolk had de vorm van een pijnboom met een lange arm en takken... brede vlammen waaiden omhoog.’ Zijn oom Plinius de Oude was een van de slacht- off ers. Het moet een angstaanjagend tafereel zijn geweest. Pas in het begin van de negentiende eeuw werd begon- nen met de opgravingen van Pompeï en ook het veel kleinere stadje Hercula- neum, dat ook volledig werd bedolven.
Met de bus
Als we onze camper parkeren op de kleine camping Fortuna Village, bijna tegenover een van de ingangen van Pompeï, hebben we zicht op de vul- kaan. Een groot deel van de berg is nu begroeid en van de gestolde lavastro-
49
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76 |
Page 77 |
Page 78 |
Page 79 |
Page 80 |
Page 81 |
Page 82 |
Page 83 |
Page 84 |
Page 85 |
Page 86 |
Page 87 |
Page 88 |
Page 89 |
Page 90 |
Page 91 |
Page 92 |
Page 93 |
Page 94 |
Page 95 |
Page 96 |
Page 97 |
Page 98 |
Page 99 |
Page 100