Uw partner in scheepsverven @nelfpaints
www.nelfmarine.nl
WEEK 06-07 10 FEB 2016
Kostendaling in de binnenvaart wordt een halt toegeroepen
ROTTERDAM Binnenvaartondernemers kenden in 2015 een aanmerkelijk lagere kostprijs dan in het jaar 2014. Dit was vooral het gevolg van de lagere brandstofprijzen. Het is het derde opeenvolgende jaar waarin onderzoeksbureau Panteia een kostendaling rapporteert. Voor het komende jaar wordt echter een stabilisatie verwacht van het kostenniveau in 2015. Voor alle categorieën schepen blijven de kosten min of meer gelijk. Deze conclusie volgt uit de kostenrappor- tages voor de binnenvaart die recent zijn geactualiseerd door Panteia in opdracht van het Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnen- vaart (CBRB).
B
ij de actualisatie van het rapport voor de deelmarkt ‘zand en grind’ zijn te- vens de zeven representatieve reizen aangepast aan actuele marktomstan- digheden. Ook is de analyse met betrekking tot de haalbaarheid van nieuwbouwschepen uitgebreid naar drie verschillende schepen.
2015 ten opzichte van 2014 Bij een gelijkblijvende inzetbaarheid van de schepen, varieert de kostendaling in 2015 tussen de 3,0 procent en 10,3 procent ten op- zichte van 2014. De kostendaling is vooral het gevolg van de dalende brandstofprijzen. De achterliggende kostenstructuur is bepalend voor de mate van de kostendaling. De groot- ste daling in de kosten is te zien bij kapitaalin- tensieve schepen (nieuwbouwtankers, grote droge lading schepen) en de schepen die relatief veel vaaruren maken (continuevaart), waarbij het aandeel brandstofkosten in de totale exploitatiekosten groot is (bijvoorbeeld in de tankvaart en de duwvaart).
Daar waar kostencomponenten als rente- lasten* (-8,9 procent) en de brandstofprij- zen (-19,2 procent) daalden, stegen andere kostencomponenten beperkt. De toenemende bedrijvigheid in de binnenvaart zorgde ervoor dat de reparatie- en onderhoudskosten met 1,5 procent stegen. Ook werd de factor arbeid duurder in 2015: deze kostencomponent steeg met 0,8 procent. De waarde van de schepen bleef gelijk, en bij een gelijkblijvende verzeke- ringspremie resulteerde dit in een stabilisatie van de verzekeringskosten.
Vooruitblik naar 2016 In 2016 wordt een stabilisatie verwacht van de exploitatiekosten: de kostenindex varieert, afhankelijk van het type schip, tussen de -1,0 procent en +1,0 procent, afhankelijk van het type reis en type schip. Schepen met veel vaaruren zullen profiteren van de lagere brandstofkosten, maar daarentegen staan stijgende kosten als gevolg van hogere arbeids- en onderhoudskosten. Ook blijven de kapitaalkosten dalen als gevolg van de lagere rentes (-7,9 procent). Wanneer de brandstof- kosten buiten beschouwing worden gelaten, dan wordt een kostenontwikkeling verwacht van -0,5 procent tot +1,5 procent.
De werkelijke ontwikkeling van de gasolieprijs zal dus scherp gevolgd moeten worden. Op basis van de raming van het Centraal Plan- bureau (CPB) wordt in 2016 een daling van 1,9 procent verwacht ten opzichte van 2015. Echter, de component ‘brandstofkosten’ is be- hoorlijk onvoorspelbaar en is sterk afhankelijk van de omstandigheden die de wereldwijde oliemarkt bepalen. Zo ligt de actuele brand- stofprijs momenteel 30 procent onder het gemiddelde niveau in 2015.
Ontwikkelingen in de zand- en grindmarkt Panteia heeſt in de meest recente editie van het rapport ‘Kostenstructuur zand- en grind- vaart 2015 en raming 2016’ de representatieve reizen in overleg met sectorvertegenwoordi- gers herzien. Hiermee zijn de representatieve reizen aangepast aan de actuele marktom- standigheden. Daarnaast is de analyse met betrekking tot nieuwbouwschepen herzien en uitgebreid tot meerdere scheepstypen van verschillende groottes. Voor 2015 en 2016 wordt geconstateerd dat nieuwbouwschepen nog altijd een hogere kostprijs laten zien dan de bestaande schepen. In 2015 ligt de kostprijs voor een nieuwbouwschip van 80 à 86 meter 6,3 procent hoger dan bestaande schepen*, bij een continue exploitatie van het nieuwbouwschip. Bij schepen van circa 70 meter ligt de kostprijs circa 7,7 procent hoger. Bij Kempenaars (55 meter schepen) ligt de kostprijs van nieuwbouwschepen maar liefst 39,3 procent hoger dan bestaande schepen. Nieuwbouw in deze klasse lijkt dan ook niet opportuun. Het versoberen van bedienings- tijden door Rijkswaterstaat maken het echter
moeilijker om een nieuwbouwschip voor zand- en grindvervoer in continuevaart te ex- ploiteren. De perspectieven voor nieuwbouw- schepen zijn de afgelopen jaren verbeterd als gevolg van lagere rentelasten. Deze liggen momenteel op een zeer laag niveau en dit drukt de kapitaallasten, een van de grootste kostenposten van nieuwbouwschepen. Ander- zijds verslechterd de business-case voor nieuwbouwschepen in deze segmenten door de lage brandstofprijzen: hierdoor kan slechts in beperkte mate geprofiteerd worden van voordelen ten aanzien van modernere motor- technieken, efficiëntere schroefaandrijving en een betere hydrodynamische vormgeving van het schip.
Rapport bestellen In samenwerking met het Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart zijn de rapporten beschikbaar gekomen.
De rapporten kunnen bij Panteia worden be- steld via internet
www.webshop.panteia.nl, via email (
w.mars@
panteia.nl) of per telefoon: 079 322 2389. Er is een algemeen rapport waarbij er
doorrekenin- gen zijn gemaakt voor diverse seg- menten (motorvrachtvaart, duwvaart, tankvaart, contai- nervaart, koppelverbanden). Daarnaast is er een gedetailleerd rapport beschikbaar over het vervoer van zand en grind. Dit rapport geeſt de kostenstructuur in absolute bedragen weer en de (verwachte) ontwikkeling voor deze deelmarkt.
* Er is geen rekening gehouden met eventuele rentetoeslagen op individuele basis vanwege risicohoudende kredietverstrekking.
* Hierbij wordt uitgegaan van een volcontinue exploitatie van zowel het nieuwbouwschip en de goedkoopste exploitatiewijze voor het huidige schip.
5
ONDERZOEKSRAAD VOOR VEILIGHEID: ‘Veiligheid op afstand bediende bruggen moet beter’
ROTTERDAM De gemeente Zaanstad heeſt on- voldoende oog gehad voor de manier waar- op mens en techniek elkaar beïnvloeden bij het bedienen van de Den Uylbrug. Dat blijkt uit onderzoek van de Onderzoeksraad voor Veiligheid naar een ongeval waarbij vorig jaar een 57-jarige vrouw om het leven kwam tijdens het openen van deze brug. Het onlangs gepubliceerde rapport ‘Ongeval Den Uylbrug Zaandam - Meer dan de som der delen’ beschrijſt hoe de gemeente het veilig openen en sluiten van de brug benaderde als een technische kwestie en geen aan- dacht had voor de menselijke component. Omdat in Nederland steeds meer bruggen op afstand worden bediend, benadrukt de Raad dat de conclusies uit onderzoek voor brugbe- heerders in heel Nederland van belang zijn.
De Den Uylbrug was oorspronkelijk één brug die vanuit het bijbehorende brugwachtershuis bediend werd. Door de jaren heen werden er diverse ingrijpende wijzigingen doorgevoerd. Zo werd tussen 2004 en 2008 de bediening op afstand geplaatst waardoor de brug met behulp van camera’s vanuit de centrale post werd bediend. De gemeente beschouwde het bedienen op afstand als een technische kwestie: men ging er vanuit dat het veilig was zolang de techniek en camera’s maar van goe- de kwaliteit waren. In 2012 werd er een aparte
fietsbrug naast de bestaande brug gebouwd die tegelijkertijd met de autobrug bediend werd. Ook hierbij werd niet gekeken of dit nieuwe of verhoogde risico’s met zich mee- bracht. Dit terwijl de lokale situatie complexer werd en er meer verantwoordelijkheid bij de brugbedienaar kwam te liggen. De gemeente had meer voorzieningen kunnen treffen om de brugbedienaar in staat te stellen zijn taak veilig en goed uit te voeren. In 2014 werden bij het moderniseren van het camerasysteem nieuwe monitoren geïnstalleerd die de beel- den anders presenteerden aan de brugbedie- naar. Wederom analyseerde men de mogelijke risico’s daarvan niet.
Fietsbrug
Bij de inrichting van de nieuwe fietsbrug werd niet stilgestaan bij de invloed daarvan op het gedrag van fietsers en voetgangers. De slagbomen voor beide rijrichtingen werden aan dezelfde kant geplaatst en de belijning was aan elkaar gespiegeld. Door deze sym- metrische indeling was het voor fietsers en voetgangers lastig om zich te oriënteren. Ook de aankondiging van een naderende brug- opening was summier, dit gebeurde enkel door het ontsteken van een geel en een rood verkeerslicht. Bij het onderzochte ongeval zag het slachtoffer de verkeerslichten over het hoofd en werd zich pas bewust van de
brugopening toen ze de bel hoorde bij het dalen van de slagbomen. In plaats van door te fietsen en het brugdeel te verlaten, stapte zij af. De vrouw merkte daarbij niet dat ze zich tussen slagbomen bevond; waarschijnlijk was ze in de veronderstelling dat ze voor de eerste slagboom stond en zag ze de voeg daarbij aan voor een stopstreep. Het beweegbare brugdeel was ook niet als zodanig herkenbaar gemarkeerd. Toen de brug vrijwel volledig was geopend, viel de vrouw circa 15 meter naar beneden en overleed ter plaatse.
Wisselwerking Uit het onderzoek blijkt dat alle losse onder- delen van de brug, zoals seinen, slagbomen, belijning en het camerasysteem, voldeden aan de gestelde technische eisen. Toch is dit niet voldoende voor een veilig systeem. De Raad is van mening dat juist de wisselwerking tussen techniek, de gebruiker en de omge- ving bepalend is voor de uiteindelijke veiligheid. Bij het doorvoeren van nieuwe bediensystemen en wijzi- gingen is het zaak om een integrale veiligheidsaanpak te hanteren, waarbij mens en techniek in onderlin- ge samenhang worden beschouwd. De gemeente
Zaanstad heeſt dat bij de drie onderzochte wijzigingen niet gedaan en gaf daarmee een te eenzijdige invullen aan haar zorg voor een veilige brug. De Onderzoeksraad ziet dan ook mogelijkheden om de veiligheid te vergroten en beveelt de gemeente aan om van alle gemeentelijke bruggen mogelijk gevaarlijke situaties in kaart te brengen, waar nodig maatregelen te treffen en risicovolle scenario’s mee te nemen in de training van brugbedienaren.
De Onderzoeksraad merkt op dat de factoren die een rol speelden bij de Den Uylbrug, niet uniek zijn voor deze brug of de gemeente Zaan- stad. Het is dan ook van belang dat ook an- dere brugbeheerders in Nederland nagaan in hoeverre er bij hun bruggen sprake is van een blinde vlek in de risicoanalyses en of er sprake is van een integrale veiligheidsbenadering.
WAALHAVEN PIER 8 ROTTERDAM 010-4290888 Dwarshellinglengte 90 m.
WWW.HOOGERWAARD.COM
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34