Tekst Leo van Dooren Foto’s Evelyn Parmentier
Verre Oosten
rem in de aandrijfl ijn. De energievoorziening werd uitgebreid met lichtpanelen, want een van de voorwaarden voor deelname was dat de camperaars voor een periode van minimaal drie dagen zelfredzaam moesten kunnen zijn.
Solidariteit Op 2 april 2014 was het zover: de camper werd gestart en de reis ging richting Ruska Wie´s in Polen, waar de deelnemers bij elkaar zouden komen. Een internationaal gezelschap van Hollanders, Duitsers en een Oostenrijker maakte kennis met elkaar. “Iedereen besefte dat we met negen campers een halfjaar met elkaar moesten optrekken”, vertelt Evelyn Parmentier. “En dan maar hopen dat het een beetje klikt, want soms heb je elkaar keihard nodig.”
Dat bleek maar al te gauw toen ze Kazachstan in reden. “Het wegennet heeft onvoorstelbaar veel en diepe kuilen. Wegenbelasting is hier waarschijnlijk een onbekend fenomeen. We
moeten blij zijn dat wij dat mógen betalen”, grapt Ad Parmentier. Opletten en rustig aan dus, maar desondanks ging het mis in een van de kuilen: met een knal klapte de voorruit eruit. “Dat was schrikken! Gelukkig bleef de ruit in de rubbers hangen. Met vele handen, een trekkoord en spanbanden hebben we ‘m weer min of meer op zijn plek gekre- gen.” Ducktape gaf nog wat extra zekerheid, zodat het gezelschap de reis kon vervolgen. Maar vooral was het groepsgevoel versterkt, doordat de deelnemers de eerste tegenvaller gezamenlijk hadden overwonnen. Zo ging het hobbeldebobbel in vijf dagen door Kazachstan naar Oezbekistan.
Ritselen Bij de grens met dit land stond de nieuwe gids al klaar, die het gezelschap door het land moest loodsen. “Wat een prachtig land zeg”, stelt Ad Parmentier, “maar wel met een ver- velende beperking: er was bij de pomp geen
druppel diesel te koop. Aangezien we zeven dagen moesten rijden tot de grens met Kirgi- zië, was dat wel een probleem. Gelukkig wist onze gids raad en kon hij lokale handelaren aanspreken, die wel iets wisten te regelen. Met de nodige contanten bleek er ineens wél diesel te koop te zijn: ’s lands wijs ’s lands eer.” De bevolking was uiterst vriendelijk en bereid tot een praatje met handen en voeten. “Zo ontmoetten we een vrouw met een letterlijk gouden lach. Toen we vroegen of we een foto mochten maken, haalde ze het gebit uit haar mond en zei: mooi hè?” Het op een hoogte van 3.900 meter passeren van de grens met Kirgizië was een hele belevenis. “Zowel voor de chauf- feur als voor de camper, want bij sommige campers nam het motorvermogen door gebrek aan zuurstof angstig ver af. Gelukkig haalden alle negen campers de eindstreep boven op de berg, waar we konden wisselen van gids”, blikt Ad Parmentier terug. Kirgizië was de laatste hobbel op weg naar China.
>>
NKC Kampeerauto nr. 2/2016 | 57
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76 |
Page 77 |
Page 78 |
Page 79 |
Page 80 |
Page 81 |
Page 82 |
Page 83 |
Page 84