INTERVIEW ▶▶▶ Henny Swinkels
Kalfsvlees, netwerken en anticiperen
De agrarische sector heeft een nieuwe krachtenbundeling nodig. Vooral horizontaal, tussen de diverse productieketens. Het huidige gebrek daaraan maakt de sector onnodig zwak, vindt Henny Swinkels.
DOOR KLAAS VAN DER HORST W
ie Henny Swinkels (1950) zegt, zegt kalfsvlees en netwerken. Hij wil overal bij zijn, ook op plaatsen waar hij schijnbaar niets te zoeken heeft. Al die in- zet heeft zijn werkgever, de familie VanDrie, geen
windeieren gelegd. Swinkels heeft als ‘director corporate affairs’ de weg bereid voor de producten van de VanDrie Group, steeds nieuwe kansen gezocht en ook gepakt, èn de achterhoede ge- dekt. Het was eigenlijk te veel om in een persoon te verenigen. Nu hij het op zijn 68e iets rustiger aan begint te doen, worden zijn taken in pakketjes geknipt en geleidelijk overgedragen. Dat wil niet zeggen dat hij het bijltje er al bij neergooit. Swinkels broedt – zelf en in gesprekken met anderen – op een plan waar de hele agrarische sector baat bij kan hebben: een organisatorische krachtenbundeling, waarmee het nog altijd gevoelde verlies van de product- en bedrijfschappen kan worden goedgemaakt.
‘Hoe blijft een enkel boertje staande op markten ver weg?’
Waarom zou een nieuwe krachtenbundeling nodig zijn? “Er is nu geen orgaan met de nodige doorzettingsmacht om te komen tot verdere kwaliteitsverbetering. Dit terwijl we heel hard een nieuw kwaliteitsmodel nodig hebben. Het zal de redding zijn voor de Nederlandse agrosector.”
14 ▶ AGRI-TOP50 | 18 DECEMBER 2018
Hoezo? “De ontwikkelingen op kwaliteitsgebied, zowel in de vleeskalver- sector als elders, gaan zo hard dat diverse partijen dat niet meer kunnen volgen. Zeker niet individueel. Ondertussen lijden we aan versnippering, gebrek aan richting en moeten we acteren om onze relatief hoge kostprijs goed te maken. De tijd dat primaire producenten zelfstandig produceren voor een wereldmarkt is echt voorbij.” Swinkels pauzeert even en herhaalt: “Echt voorbij.”
Wellicht vooral in de kalverketen, waar bedrijven toch al voor de integraties werken … “Ook in andere sectoren. Misschien dat sommige bedrijven een broodwinning houden in de regio, met producten voor die markt. Dat gaat perfect, maar hoe kan een individueel boertje – en ik zeg dat met alle respect – zich nu staande houden op markten ver weg? Zelfs in Duitsland of België zijn de markt en consumenten- voorkeuren al heel anders, om maar te zwijgen van markten als Japan en China. Als grote exporteur moeten wij op die markten wel de behoefte kennen om goed te kunnen verkopen. Wij moe- ten goed georganiseerd zijn. Niet alleen in productieketens, maar ook tussen de diverse ketens en sectoren onderling. Met de pro- ductschappen ging het uiteindelijk fout door een mismatch in ontwikkeling tussen de primaire sector en het bedrijfsleven. Ook was er te weinig horizontale afstemming.”
Is dit niet een beetje nostalgie naar vroeger, de tijd van het corporatisme en zo? “Nee, het moet op andere basis. Maar er gaat in Nederland weer een instelling komen die horizontale zaken regelt, met daaronder diverse verticale structuren. In zo’n instelling moeten overheid, bedrijfsleven en brede agro-kennisinstellingen vertegenwoordigd zijn. Aansluiting is vrijwillig. Ondernemingen zullen zich echter
KASTERMANS STUDIO
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44