search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
INTERVIEW ▶▶▶


Avebe levert uitsluitend ingrediënten aan andere bedrijven, zoals zuivelproducenten. Dat kent een heel andere dynamiek. De dag- verse zuiveltak, waarin ik indertijd werkte, had bovendien een veel regionaler karakter. Voor Avebe is dat heel anders, slechts 3% van onze producten wordt in Nederland afgezet. En de omvang van Avebe is overzichtelijker dan bij de grote zuivelbedrijven. Avebe is meer een familiebedrijf met 2.300 leden en 1.300 mede- werkers. Nog een onderscheid tussen de zuivel en Avebe is dat melkveehouders niet zo maar een alternatief hebben om te pro- duceren. Akkerbouwers hebben dat wel. Als een gewas onvol- doende saldo oplevert, kunnen ze een ander gewas opnemen in hun bouwplan. Dat speelt bij Avebe vooral sinds in 2012 de teelt van zetmeelaardappelen werd ontkoppeld van de bedrijfstoesla- gen die de telers ontvangen.”


In 2012 verviel ook de vereveningspremie van jaarlijks € 14 miljoen. Welke gevolgen had het voor de coöperatie dat de koppeling met de teelt en deze premie wegvielen? “Door de koppeling teelden de akkerbouwers maximaal zet- meelaardappelen. Daardoor produceerde Avebe ook zetmeel waar we geen winstgevende afzet voor hadden. Na de ontkop- peling hebben we een leveringssysteem ingevoerd met A-, B- en C-aardappelen. Daardoor kan Avebe de aanvoer van aardappe- len beter afstemmen op de vraag uit de afzetmarkten. We zijn na 2012 weggegaan uit onrendabele afzetmarkten. Dat heeft de keten veel rendabeler gemaakt. Dat de vereveningspremie weg- viel was prima. Na 2012 is het snel bergopwaarts gegaan met Avebe.”


‘Dat de boeren de straat zijn opgegaan, zegt veel over de klem waar ze in zitten.’


Wat vindt u de sterke punten van de Nederlandse land- bouw? “De efficiëntie is hoog. De landbouw is een vindingrijke sector en het aanpassingsvermogen is groot. Maar bij dat laatste is het wel van groot belang dat boeren de tijd krijgen zich aan te passen. Daar gaan de boerenacties ook over. Nederland is vooral een land van dialoog en niet zo van acties. Dat de boeren toch de straat zijn opgegaan zegt veel over de klem waar ze in zitten. Ze investe- ren voor de lange termijn. Dan moeten ze er op kunnen vertrou- wen dat de regels niet op de korte termijn veranderen. Er is een constructief gesprek nodig. Ook de landbouw heeft een verant- woordelijkheid om Nederland leefbaar te houden.”


10 ▶ AGRI-TOP50 | 13 DECEMBER 2019


In het Avebe Innovation Center bedenken medewerkers nieu- we toepassingen voor zetmeel, eiwit en andere stoffen uit de aardappel.


Ik constateer op een aantal terreinen een grote kloof tus- sen de landbouw en de maatschappij. Hoe kan de sector die afstand kleiner maken? “Er is inderdaad een grote afstand tussen de stedelijke gebieden en de landbouwgebieden. In de Randstad wonen veel opiniema- kers. Maar ja, je kunt gemakkelijk een mening hebben over iets wat verder van je afstaat. We besteden binnen Agri-Nl (een sa- menwerkingsverband tussen agrifoodbedrijven, Rabobank en LTO; red.) veel aandacht aan het verbeteren van het imago van de landbouw. Maar dat is niet zomaar gedaan. Wat me opvalt is dat het imago van de Nederlandse landbouw in het buitenland veel beter is dan in Nederland zelf.”


Het CDA publiceerde in november een toekomstvisie waar- in wordt gesteld dat Nederland niet per se de tweede land- bouwexporteur ter wereld moet zijn. Wat vindt u daarvan? “In Nederland zou het accent niet moeten liggen op volumegroei. De landbouwproductie ligt op een heel hoog peil. Maar we moe- ten af van het volumedenken. Dat is achterhaald. Ik werk graag in een omgeving waar het draait om innovatie en het creëren van marktwaarde. Nederland heeft een efficiënte infrastructuur met goed onderwijs en gedegen onderzoek. Dat helpt om via innova- tie meer waarde toe te voegen aan onze landbouwproducten. Daar zit de meerwaarde en niet in het volume dat we produce- ren.”


Landbouwminister Schouten wil toe naar een circulaire landbouw. Vindt u dat haalbaar? “Het ligt er aan hoe je een kringloop omschrijft. Vanuit het Neder- landse perspectief moet je niet voor te kleine kringlopen kiezen. Daarnaast werkt de landbouw al voor een groot deel circulair. De landbouw verwerkt veel reststromen uit andere sectoren. Wat me wel opvalt, is dat in veel nota’s wordt gesproken over nieuwe ver- dienmodellen. Maar ik lees weinig over hoe dat moet; het is vaak lastig te realiseren. Ik denk niet dat groei in volume langer haal- baar is in Nederland. Maar door innovatie kunnen we wel meer toegevoegde waarde creëren. Dat vind ik een verdienmodel voor de Nederlandse landbouw.”


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44