honden ANTWOORD
JANTINE VELDHUYZEN is eigenaresse van
Jachthondenschool De Kust en hondenvrouw pur sang. Ze jaagt twee staande honden
voor op wedstrijden en werkt met haar honden in de praktijkjacht. Ze publiceert regelmatig over het trainen en opvoeden van jachthonden.
‘Ik ben zeer geïnteresseerd in gedrag van zowel mens als hond. Als trainer moet ik in staat zijn om beide goed te kunnen lezen.’
Je kunt niet verwachten dat je alle situaties tijdens de training kunt oefenen. Wat je wel kunt doen, is trainen in prikkelrijke situaties. Er zijn heel veel recreatiege- bieden waar konijnen, hazen of vossen rondlopen. Ga daar vooral ‘s ochtends vroeg heen, als er nog veel geur hangt. Loop erdoorheen met je hond en kijk hoe hij reageert. Dan kun je ook ingrijpen als dat nodig is. Zoek de prikkels op waar de hond aan moet wennen en bouw de prikkelrijke situaties steeds wat meer op. Dit is wel een arbeidsintensieve training.
Je kunt ook afspreken dat je meeloopt tijdens een jachtdag zonder dat de hond aan het werk gaat. Gaat het niet? Ga dan niet vechten, maar haal jezelf en de hond uit de situatie. Het is voor jezelf niet leuk en voor de hond ook niet. Wees eerlijk en zeg dat de hond nog niet klaar is voor deze praktijksituatie. Breng je hond naar de auto en loop zelf nog een driſt mee. De hond heeſt dan gewoon nog niet de vaardigheden om het goed te doen, maar een volgende keer misschien wel. Het is geen zwaktebod om te stoppen als het nog niet gaat.
Heb je alleen problemen met trekken aan de riem tijdens de jacht of ook in andere situaties? Het moet overal en altijd vanzelfsprekend zijn wat hij moet doen. Wees duidelijk in wat je van je hond vraagt. Dat betekent niet trekken aan de riem. Niet op jacht, niet als je hem uitlaat en niet tijdens een trainingssessie. Veel voorjagers zeggen: ‘Ik wil eigenlijk niet dat hij trekt’. In die zin zit nog ruimte. Als je zegt: ‘Ik wil niet dat hij trekt’, dan is er geen ruimte meer en wordt je mindset: dit gaat mij niet gebeuren. De kans is groter dat het dan ook niet meer gaat gebeuren. Wat in ieder geval niet werkt, is ertegen vechten. Train erop dat niet trekken een automatisme wordt voor de hond, vanzelfsprekend in alle situaties en niet alleen in de trainingsklas.
Je hebt de hele zomer om door de velden te lopen waar de hazen om je heen springen: ga daarheen en ga oefenen. Oefening baart kunst.
ANTWOORD
FRANK PAALMAN is mede-eigenaar van
Jachthondentraining Young Hunter en jaagt met drie Springer spaniëls in de praktijk in binnen- en
buitenland. Hij loopt wedstrijden met zijn honden en is keurmeester bij Workingtesten.
‘Het trainen van (voor)jagers om
met hun verschillende jachthonden tot een bruikbare combinatie te
komen, blijſt boeiend. Ik kijk altijd naar welk doel ze voor ogen hebben.’
Het is hartstikke goed dat je op de training alles hebt voorbereid, maar de werkelijkheid van een jachtdag is weer een ander verhaal. De spanning die op zo’n dag heerst, de spanning die je zelf ervaart, de spanning van andere jagers en honden: dat is niet 100% voor te bereiden. Daar komt dan nog het fenomeen warm wild bij. Een echte haas die wegsprint, is niet te vergelijken met een springkonijn waarmee je traint; zo’n lang elastiek met een vachtje eraan.
De beste oplossing is vaker meegaan op jacht, maar dat is een ontzettende dooddoener want je moet natuurlijk ook de gelegenheid hebben om dat te kunnen doen. Wat je wel kan doen, en dat is vooral voor jezelf, is je hond aan de lijn doen tijdens de driſt. Dan loopt hij waarschijnlijk enorm te trekken, maar dat is nog altijd beter dan achter een haas aangaan. Hoe dan ook, blijf zelf rust uitstralen, want jouw spanning gaat door het lijntje heen naar de hond. Blijf gewoon doortrainen op de hondenschool.
Vraag tijdens de training om vooral oefeningen te doen die je voorbereiden op een jachtdag, zoals gezamenlijk in linie oplopen waarbij de honden om de beurt op commando mogen apporteren. Dan leert hij alvast iets meer met spanning om te gaan, omdat hij moet wachten totdat hij aan de beurt is. En hij leert te lopen naast andere honden.
Je kunt ook proberen om vaker mee te gaan op jacht zonder dat je aan het werk gaat. Probeer eens een hele jacht de hond aan de lijn te houden en niet te laten apporteren. Het enige dat de hond mag, is kijken op post. Meer niet. Een ervaren hond mag dan apporteren. Op een gegeven moment legt hij zich daarbij neer en krijg je de rust in de hond. Een labrador is ervoor gemaakt om op post te staan en van daaruit te apporteren. Meelopen in de linie is eigenlijk werk voor staande honden en spaniëls.
maart 2023 - #3 |
| 39
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52