klachtenregeling 43
COMMENTAAR
Mr. Bart Admiraal Monitor
de potentiële ernst van parodontologische proble- matiek. Evenmin is het RTG ervan overtuigd geraakt dat de tandarts daadwerkelijk voldoende adequate maatregelen heeſt genomen om herhaling van een casus als deze te voorkomen. De tandarts erkent tekort te zijn geschoten, maar doet dat niet volmon- dig. Hij blijſt wijzen op de rol van klaagster en de door haar geuite wensen en overtuigt niet met zijn verklaring ter ziting dat hij “achteraf, gelet op de gevoeligheid, misschien wat had moeten vermoe- den”. Daarnaast volhardt hij erin niets te hebben gezien wat op een parodontologisch probleem had kunnen wijzen, wat het RTG onaannemelijk acht. Ook lijkt er nog steeds geen sprake te zijn van een duidelijk en adequaat röntgenbeleid. De tandarts geeſt weliswaar aan vaker röntgenfoto’s te maken, maar noemt daarbij een frequentie van elke drie tot vijf jaar, terwijl de geldende professionele standaard uitgaat van elke drie jaar. Daarbij stelt de tandarts inmiddels bij iedere patiënt de DPSI toe te passen en bij een daartoe aanleiding gevende DPSI-score te verwijzen naar een mondhygiënist of parodonto- loog, maar dit onderbouwt hij verder niet. Evenmin heeſt de tandarts de gestelde geïntensiveerde bij- en nascholing met stukken onderbouwd. Het RTG wil wel aannemen dat er ten aanzien van het inzicht van de tandarts in de aard en de potentiële ernst van parodontologische problematiek enige verbe- tering is opgetreden en dat hij aanpassingen heeſt doorgevoerd in de praktijkvoering. Het RTG betwij- felt echter of deze verbeteringen voldoende zijn om herhaling van fouten te voorkomen. Bij het RTG bestaat dan ook ernstige bezorgdheid ten aanzien van patiënten van de tandarts met problematiek vergelijkbaar met die van klaagster.
BESLISSING Het RTG legt de tandarts een voorwaardelijke schorsing van drie maanden op met een proef- tijd van twee jaar. Daarbij houdt het RTG er reke- ning mee het verwijtbare handelen heeſt plaatsge- vonden vóór de hiervoor genoemde uitspraak van 8 juli 2014.
Mondzorg gemist?
Bij veel zaken in deze rubriek denk je: “Tja, dat had mij ook zomaar kunnen gebeuren.” Maar deze casus is van de categorie ‘daar valt mijn mond van open’. Tijdens het lezen van de volledige uitspraak verloopt de emotie van onbegrip via woede naar medelijden. Zes- entwintig jaar parodontale ver- waarlozing, minimaal 52 keer HJO/TV gedeclareerd, geen DPSI, geen pocketstatus, geen parodon- taal vervolgonderzoek et cetera. De tandarts was door de goede mondhygiëne van de patiënt op het verkeerde been gezet en had dus geen vermoeden? Dat is niet de professionaliteit die van een Goed Hulpverlener mag worden verwacht op basis van de huidige kennis en wetenschap, protocol- len en richtlijnen. Geen röntgen- foto’s omdat de patiënt dat lie- ver niet heeſt? Waarom niet uit- gelegd dat dat heel zelfdestructief kan zijn, en dat röntgendiagnos- tiek op bepaalde protocollair aan- bevolen termijnen cq indicaties belangrijk is om verval op te spo- ren. Als de patiënt dan nog persis- terend blijſt weigeren, dan komt dat klip en klaar in het dossier te staan. Het zou een reden kunnen zijn voor afscheid: gedwongen worden om onder het niveau van een Goed Hulpverlener te wer- ken. We leven in een leerzame PAO-tijd , KRT, iQual-groepen en visitaties. Wat een feest is het om die kennis en vaardig- heden op te doen. Ook éénpit- ters: het hok uit en contact met
NEDERLANDS TANDARTSENBLAD jaargang 72/19, 24 november 2017,
www.ntdigitaal.nl
de wetenschap en collega’s. Na deze tweede zaak is de tand- arts er nauwelijks overtuigd dat het beter moet. Kennelijk heeſt hij de aansprakelijkheidsstelling gemist met bijbehorende scha- declaim. Bij het lezen van de eer- dere veroordeling wordt het beeld ook duidelijker, hier is de Monitor Mondzorg gemist. Er is iets fun- damenteel droevigs aan de hand, hier past de collegiale behulpzame arm van de professie. Achter de regels schuilt het vermoeden van een persoonlijk probleem, geen weer-of-geen-weer-ik-declareer routine. Naast de juridische afwik- keling is hulp gewenst. En blijſt het inzicht bij deze tandarts ont- breken dan was het inderdaad gewoon ‘paroverlakkerij’ en rest niets anders dan doorhaling in het BIG-register. Wij zijn op de wereld om elkaar te helpen nietwaar?
Mr. Bart Admiraal is tandarts np sinds 2013, jurist en sinds 1983 tandheelkundig adviseur op het terrein van het gezondheidsrecht. Wilt u reageren op zijn commen- taar:
nt@knmt.nl.
NEDERLANDS TANDARTSENBLAD jaargang 72/19, 24 november 2017,
www.ntdigitaal.nl
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52