38 praktijk
waarden. Kijkend naar de vragen over dit onderwerp is er een duidelijke top vijf te onderscheiden.
1. jubilea; 2. buitengewoon verlof; 3. pensioen; 4. aanpassing arbeidsduur en 5. ontslag
1
1. Jubilea Als goed werkgever waardeer je het natuurlijk wanneer een van je werknemers een jubileum viert. In de KNMT Arbeidsvoorwaardenregeling staat helder omschreven hoeveel jaar iemand in dienst moet zijn om van een jubileum te kunnen spreken en hoe dat wordt gewaar- deerd. Van een jubileum is sprake wanneer een werk- nemer 12,5, 25, 40 of 50 jaar ononderbroken in dienst is. Iemand die 12,5 jaar in dienst is, heeſt volgens de Ar- beidsvoorwaardenregeling recht op een jubileumgrati- ficatie ten bedrage van een half bruto maandsalaris. Bij 25 jaar is dat één bruto maandsalaris en een vrije dag, idem bij 40 jaar. Een werknemer die vijſtig jaar onon- derbroken in dienst is, heeſt recht op één vrije dag.
Voor de jubileumgratificatie bij 25 en 40 jaar geldt dat deze wat de Werkkostenregeling betreſt valt onder de gerichte vrijstellingen of nihil waarderingen, waardoor de vrije ruimte niet benut wordt en er geen eindhef- fing van tachtig procent over het overige plaatsvindt. Dit geldt niet voor de jubileumgratificatie bij 12,5 jaar dienstverband. Overigens wordt onder maandsalaris verstaan: het bruto maandsalaris vermeerderd met de vakantiebijslag over één maand.
2
2. Buitengewoon verlof In de arbeidsvoorwaardenregeling van de KNMT wor- den verschillende soorten verlof benoemd. Daarvan zijn zwangerschaps- en bevallingsverlof, adoptie- of pleegzorgverlof, calamiteiten en ander kort verzuim- verlof, kortdurend en langdurend zorgverlof en ou- derschapsverlof bij wet geregeld. Buitengewoon verlof daarentegen wordt in een cao of, zoals hier, in een arbeidsvoorwaardenregeling vastgelegd. Wanneer er sprake is van buitengewoon verlof, kan vrij eenvoudig in de arbeidsvoorwaardenregeling worden nagelezen. Daar staan echter ook aanvullende bepa- lingen in. Zo moet er rekening mee worden gehouden dat bijzonder verlof één aaneengesloten periode moet beslaan. Bijvoorbeeld: voor een huwelijk staan vier da- gen bijzonder verlof. Trouwt een werknemer op maan- dag, dan kan hij op maandag tot en met donderdag
NEDERLANDS TANDARTSENBLAD jaargang 72/19, 24 november 2017,
www.ntdigitaal.nl
aanspraak maken op bijzonder verlof. Ook wanneer de werknemer op dinsdag altijd vrij is; dan heeſt hij in feite dus maar drie dagen bijzonder verlof. Zo geldt ook dat als hij op vrijdag trouwt, hij op die vrijdag en op de maandag daarop aanspraak kan maken op bijzonder verlof. Een werknemer die partime werkt, heeſt evenredig aan de omvang van zijn dienstverband recht op bui- tengewoon verlof, indien de verlofdagen vrij door hem kunnen worden bepaald, bijvoorbeeld bij een huwelijk. Mocht een partimer de verlofdagen niet zelf vrij kun- nen bepalen, zoals bij een overlijden of bevalling, dan heeſt hij volledig recht op buitengewoon verlof indien deze dagen vallen binnen de overeengekomen werk- tijd. Dat laatste houdt in dat er geen recht is op bui- tengewoon verlof bij bijvoorbeeld een overlijden als de werknemer toch al wegens vakantie vrij is.
3. Pensioen
Omdat een aantal jaar geleden de cao voor tandartsas- sistenten is opgehouden te bestaan, is er nog wel eens het misverstand dat een tandartsassistent (cq tandarts- assistent plus) geen recht zou hebben op een pensioen- voorziening. Maar het woord misverstand geeſt al aan dat die veronderstelling niet klopt. Omloopassistenten, sterilisatieassistenten, tandartsassistenten junior, vakvolwassen en senior, preventieassistenten, ortho- dontieassistenten en kaakchirurgie-assistenten moeten verplicht deelnemen aan de pensioenvoorziening van het Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW). Dit vloeit voort uit wetelijke regels: Nederlandse werkgevers zijn verplicht om hun werknemers een pensioenregeling aan te bieden, als er een cao van kracht is of als het bedrijf binnen een sector met een collectief bedrijfstak- pensioenfonds valt. In het geval van tandartspraktijken geldt het laatste; een praktijkeigenaar moet een tand- artsassistent zodoende verplicht bij PFZW aanmelden. Andersom geldt dat een tandartsassistent verplicht aan de pensioenvoorziening deelneemt. Slechts bij zeer hoge uitzondering wordt hiervan afgeweken.
3
En hoe zit het met werknemers die niet tot de genoem- de categorieën tandartsassistenten behoren? Voor hen geldt die verplichte deelname aan de collectieve pen- sioenvoorziening niet. Wel is er de mogelijkheid dat een praktijkhouder ervoor kiest niet alleen assistenten, maar alle werknemers aan te melden. Hierdoor vallen alle overige functies ook onder de verplichtstelling. Die aanmelding geldt dan echt expliciet voor alle werkne- mers, het is niet toegestaan om slechts een deel van de andere medewerkers aan te melden.
NEDERLANDS TANDARTSENBLAD jaargang 72/19, 24 november 2017,
www.ntdigitaal.nl
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52