14 interview
“Over het algemeen gaat het heel goed met de orthodontie in Nederland.”
voor zorgen dat orthodontie goed wordt uitgevoerd, ofwel door een tandarts die orthodontie doet óf door een orthodontist, en dat de patiënt weet door wie hij wordt behandeld. Hoe je die verwarring het beste kunt wegnemen? Nog meer publiciteit dan bijvoorbeeld de KNMT al heeſt gedaan. Je zou bijna zeggen: plaats het paginagroot op de voorpagina van De Telegraaf...”
Hoeſt er nu niets meer te worden geregeld? Veldhuijzen van Zanten: “Nee. Er zijn tandartsen die met gebrek aan kennis gemotiveerd worden door een vertegenwoordiger van bijvoorbeeld brackets en dan orthodontie starten alsof het een gadget is. Het zou goed zijn als tandartsen die orthodontie doen zich aan- sluiten bij de OVAP en zich genoeg bijscholen. Een patiënt moet goed geïnformeerd worden om zelf een keuze te maken door wie hij wil worden behandeld. Als de eigen tandarts ook orthodontie doet, is het moeilijk voor een patiënt de keuze voor een specialist te maken. Een orthodontist heeſt een brede wetenschappelijke opleiding gevolgd. Niet alleen kan een orthodontist het gehele palet aan afwijkingen behandelen maar door zijn wetenschappelijke scholing worden er goede keu- zes gemaakt in de planning. Goede nascholing is ver- eist voor beide om de kwaliteit te waarborgen”
Naar wie moet een algemeen practicus een patiënt nu verwijzen? Veldhuijzen van Zanten: “Naar een specialist indien de afwijking heel complex is of naar een van beide, spe- cialist of tandarts voor orthodontie. Ik denk dat een tandarts voor orthodontie veel dingen hetzelfde doet als een orthodontist, zolang hij zich daar bekwaam in voelt. Je kunt daar dus geen duidelijk onderscheid in maken. Echter, de orthodontist heeſt ervaring met het gehele palet aan afwijkingen. Schisis is echter een specialistische behandeling die echt alleen bij de orthodontist hoort.” Lamark: “Als tandartsen voor orthodontie werken wij ook samen met kaakchirurgen en doen we uitgebreide behandelingen. Wij hebben daarbij vaak het geluk dat we een orthodontist kunnen vragen mee te kijken.” Veldhuijzen van Zanten: “Een OVAP-tandarts in de buurt van mijn praktijk komt regelmatig met een pa- tiënt langs en vraagt dan of ik kan meekijken. Als je op die manier met elkaar samenwerkt, lever je goede zorg. Andersom vind ik dat tandartsen die orthodon- tie doen vaak veel meer kijk hebben op een multidis-
NEDERLANDS TANDARTSENBLAD jaargang 72/19, 24 november 2017,
www.ntdigitaal.nl
ciplinaire prothetische tandheelkundige aanpak.” Lamark: “De tandarts kent de patiënt en heeſt de regie waar hij die heen stuurt. Hij heeſt als het goed is erva- ring met een aantal mensen en weet dus waarheen hij moet verwijzen.”
Is er dan onderling nooit sprake van broodnijd? Lamark: “Nee. Ik denk dat zo’n veertig procent van de orthodontische behandelingen door de tandarts wordt gedaan en zestig procent door de orthodontist en dat is al jaren zo. Je ziet wel de behandelbehoeſte in bepaalde regio’s toenemen. Ik denk dat het over het algemeen heel goed gaat met de orthodontie in Nederland.” Veldhuijzen van Zanten: “Het Capaciteitsorgaan heeſt berekend dat er een dekkend orthodontisch aanbod is, en daar zijn tandartsen die orthodontie doen in meege- rekend. Dus in principe is er geen broodnijd. Ik denk zelfs dat we in bepaalde regio’s een probleem zouden krijgen als tandartsen voor orthodontie zouden moeten stoppen. Ik sta voor kwaliteit en het gaat mij erom dat een behandeling goed gedaan wordt. Dan maakt het niet uit door wie. Nogmaals: het gaat om de patiënt, niet om ons.”
Hoe weet je of iemand kwaliteit levert? Lamark: “Wij hebben het Orthodontisch Kwaliteit- register, het OK-register, waar bijna honderdtwintig OVAP-leden staan ingeschreven en waarvoor we verge- lijkbare eisen hanteren als de orthodontisten. Daar zien we op toe en dat functioneert heel goed. Het is een waarborg voor kwalitatief goede zorg. Het gaat dan om zaken als ervaring, visitatie en bij- en nascholing. Natuurlijk zou het ideaal zijn als alle driehonderd OVAP-leden in het OK-register komen te staan.” Veldhuijzen van Zanten: “Ik denk dat dat slim is. Dan kun je patiënten ook verwijzen naar een OK-geregis- treerde tandarts. Daar kunnen we als orthodontisten prima mee leven.”
Wat zijn de laatste ontwikkelingen op orthodontiegebied? Lamark: “De digitale techniek heeſt natuurlijk de toe- komst. Verder bestaan aligners al een tijd, maar die nemen de laatste jaren echt een vlucht. Ik denk dat dat de toekomst heeſt.” Veldhuijzen van Zanten: “Dat denk ik ook. Over tien jaar denken we: plaatsten we toen echt die slotjes op de tanden? Bij de aligners ligt het gevaar van gemak op de
NEDERLANDS TANDARTSENBLAD jaargang 72/19, 24 november 2017,
www.ntdigitaal.nl
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52