search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
praktijk 39 4


4. Wijziging arbeidstijden Menig werkgever – en dan niet per se tandartsen – heeſt weleens verzucht hoe de overheid ooit tot invoering van de Wet flexibel werken heeſt kunnen besluiten. Volgens die wet hebben werknemers die ten minste 26 weken in dienst zijn recht op aanpassing van de arbeidsduur, arbeidsplaats of werktijd. Zo kun- nen werknemers, meent de overheid, werk en privé waar nodig beter in balans brengen. Tegelijk kan het bij praktijkhouders voor problemen zorgen. Zij hebben er immers belang bij dat de praktijk kan blijven draaien. Zeker bij kleinere praktijken kan een verzoek van een assistent om minder – of meer! – te gaan werken, de organisatie van de praktijk verstoren. Ook de overheid heeſt gelukkig ingezien dat voor kleine bedrijven met minder dan tien medewerkers een ver- zoek tot aanpassing van de arbeidsduur ingrijpend en verstrekkend is. Voor deze bedrijven is de Wet flexibel werken dan ook niet van kracht. Althans, in de wet is opgenomen dat deze kleine bedrijven zelf een rege- ling moeten treffen met betrekking tot het recht van werknemers op in ieder geval een vermindering van de arbeidsduur. Aan dit recht mogen beperkende voor- waarden zijn verbonden, die echter niet dusdanig van aard mogen zijn dat het recht op een aanpassing van de arbeidsduur feitelijk niets meer waard is. Maar hoe richt je als praktijkhouder zo’n eigen regeling in? De KNMT heeſt in haar Arbeidsvoorwaardenrege- ling een eenvoudig model opgenomen waarmee een praktijkhouder – na het te hebben ingevuld – aan de wetelijke eis voldoet. Voor praktijken met tien of meer medewerkers volstaat dit model helaas niet. Daarvoor zijn de Wet flexibel werken en de in deze wet genoem- de procedure en uitsluitingsgronden onverkort van toepassing.


Overigens, kijkend naar de arbeidstijden is er nog een issue: overwerk. En dan meer concreet, hoe zit het nu precies met de vijſtien-minutenregel? Stel dat de arbeidsdag van een werknemer om 17.00 eindigt. Als er dan tot maximaal 17.15 uur nog wordt gewerkt, dan telt dat kwartier niet als overwerk. Duurt het werk on- verhoeds tot 17.30 uur, dan telt dat eerste kwartier wel mee. De werknemer werkt dan dus een half uur over.


5. Einde dienstverband Een dienstverband kan om verschillende redenen worden beëindigd. Een van de meest ingrijpende, voor zowel werknemer als werkgever, is ontslag op staande voet. Als een werkgever daartoe overgaat, is er serieus iets misgegaan in de arbeidsrelatie. Volgens het burger-


5


Praktijkhoudende leden van de KNMT ontvangen jaarlijks gratis per post de KNMT-Arbeidsvoorwaardenregeling inclusief een toelichting daarop. Het is mogelijk om extra exemplaren te bestellen. De eerste extra brochure kost € 15,- elk volgend exemplaar € 7,50: www.knmt.nl.


NEDERLANDS TANDARTSENBLAD jaargang 72/19, 24 november 2017, www.ntdigitaal.nl NEDERLANDS TANDARTSENBLAD jaargang 72/19, 24 november 2017, www.ntdigitaal.nl Op een rij


In de Arbeidsvoorwaardenregeling van de KNMT zijn de – al dan niet wettelijke – rechten en verplichtingen van werkgevers en werknemers op een rij gezet. Voor een aantal functies in de praktijk zijn er ook adviessalarissen in opgenomen, echter niet voor tandartsen. Praktijkhouders zijn niet verplicht de regeling over te nemen, een groot deel doet dat echter wel. Anderen wijken deels van de regeling af; het is wel zaak die afwijkende afspraken in de arbeids- overeenkomst op te nemen. De KNMT-Arbeidsvoorwaar- denregeling dient overigens elk kalenderjaar opnieuw van toepassing te worden verklaard. Dat kan eenvoudig door het tekenen van een addendum door werkgever en werk- nemer en deze aan het personeelsdossier toe te voegen.


lijk wetboek moet er bij ontslag op staande voet sprake zijn van een dringende reden (art. 7:677). Het ontslag moet ook onmiddellijk – de wet spreekt van onverwijld – aan de werknemer gegeven worden, evenals de drin- gende reden.


Maar wanneer is daarvan nu sprake? Bij diefstal, ver- duistering, frauduleus handelen en geweld tegen een collega of patiënt, lijkt daarvan zeker sprake te zijn. Maar wat nu als een medewerker zich op bijvoorbeeld Facebook onbehoorlijk uitlaat over de praktijk, een collega of een patiënt? In zo’n geval is het, als de mede- werker het ontslag aanvecht, van een groot aantal za- ken afankelijk of een rechter het ontslag ook toekent. Gold er in de praktijk bijvoorbeeld een protocol voor het omgaan met sociale media? Het is daarom in der- gelijke situaties aan te raden contact op te nemen met een jurist of met KNMT Ledenservice. Die kunnen u op het goede spoor zeten. U kunt KNMT Ledenservice een e-mail sturen ls@knmt.nl of bellen: (030) 607 63 80.


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52