This page contains a Flash digital edition of a book.
(foto: Rijkswaterstaat)


Checklist nieuwe toetsing waterveiligheid


EERDERE ERVARING • Probeer te achterhalen of er eerder toets- of ontwerpervaring met WBI2017-methoden is opgedaan.


• Bestudeer uitkomsten van projecten die al met ontwerp- instrumentarium OI2014v3 zijn ontworpen.


• Bestudeer de uitkomsten van de generale repetitie van WBI2017.


UITGANGSPUNTEN • Defi nieer welke uitgangspunten hard zijn. • Defi nieer welke uitgangspunten niet hard zijn. • Richt een proces in om alle uitgangspunten te kunnen onderbouwen.


TOETSEN • Bestudeer de toetsstappen die zijn vastgelegd in het WBI2017. • Bestudeer de toetsstappen die nog aan verandering onderhevig zullen zijn.


• Gebruik boerenverstand waar nodig. • Laat een collega tegenlezen.


COMMUNICATIE • Zorg dat de nieuwe overstromingskansen helder zijn uit te leggen. • Zorg voor een helder communicatiemiddel dat daarbij helpt.


dijk. Die kennis is nodig om goed te kunnen werken met de nieuwste rekenmodellen.


Case 1 - dijkverbetering Eemshaven-Delfzijl Bij dit dijkverbeteringsproject is gewerkt met het nieuwste Ontwerpinstrumentarium (OI2014v3). De ervaring heeft ge- leerd dat het vooral draait om het bepalen van de juiste uit- gangspunten. Zo worden bijvoorbeeld andere waterstanden en veiligheidsfactoren gehanteerd dan bij de huidige metho- diek. Dit geldt ook voor nagenoeg alle gehanteerde faalme- chanismen, zoals de bekledingsovergangen van zacht naar hard. De nieuwe methodiek bepaalt op een geheel andere wijze waar gras mag worden toegepast.


Meerdere faalmechanismen Het project Eemshaven-Delfzijl heeft ook geleerd dat veel zaken nog niet zijn uitgekristalliseerd. Zo is bijvoorbeeld de invloed van de faalmechanismen op elkaar - bijvoorbeeld van overslag op stabiliteit - nog een vraagpunt. De nieuwe me- thodiek laat wel schade toe, maar het is nog niet helder wat de toelaatbare invloed daarvan mag zijn op erosie van het talud. Zo zijn er meerdere combinaties van faalmechanismen te bedenken die invloed op elkaar lijken te hebben. Dit is enorm complex. Bij de oude methodiek werd alleen getoetst aan één waterstand, nu gaat het om een semiprobabilistische waterstand per faalmechanisme, waardoor de uitgangspun- ten per faalmechanisme verschillen.


Case 2 - verkenning dijkversterking Marken Voor de versterking van de dijk op het schiereiland Marken is in de verkenningsfase gewerkt met OI2014v3. Dit was extra moeilijk, omdat het grotendeels een dijk op een veenonder- grond betreft. Op voorhand was onbekend welke uitgangs- punten gehanteerd moesten worden. Door middel van joint- fact-fi nding, een speciale methode voor kennisontwikkeling


op basis van goede samenwerking en de nieuwste inzichten in de techniek, lukte het om de beste beslissingen te nemen. Voor een aantal parameters, zoals onzekerheidstoeslagen, hydraulische randvoorwaarden en overslagdebiet, zijn gevoe- ligheidsanalyses uitgevoerd die inzicht gaven in de effecten van verschillende factoren op de dijkverbetering en voor het gehele eiland Marken. Zeer belangrijk was ook het meewe- gen van het waterbezwaar. Een overslagdebiet van 10 l/m/s is zeer signifi cant voor het waterbezwaar, ervan uitgaand dat dit eens in de 10 tot 300 jaar voorkomt.


Deelname bewoners De betrokkenheid van de bewoners van Marken - de Eiland- raad - maakte dit project ook bijzonder. De nieuwe risico- normering maakt het namelijk niet makkelijk om met stake- holders te communiceren. Aanvankelijk heerste er bij de bewoners dan ook onbegrip. Dat Marken economisch minder meetelt dan bijvoorbeeld Amsterdam, heeft natuurlijk ge- volgen voor de bepaling van het overstromingsrisico en de maximaal toelaatbare overstromingskans. Het is daarom erg belangrijk duidelijk uit te leggen wat de nieuwe norm betekent ten opzichte van de oude. Zijn we nu veiliger, ja of nee?


De som van alle faalkansen De overstromingskans wordt gedefi nieerd als de opge- telde kans op falen (de faalkansruimte) van verschillende dijkdoorbraakmechanismen. De kans op falen als gevolg van de afzonderlijke dijkdoorbraakmechanismen (vast- gelegd in een faalkansbegroting) wordt bepaald door de belasting (bijvoorbeeld de waterstand of de golfhoogte) en de sterkte (bijvoorbeeld de dikte van een steenzetting, de schuifsterkte van een kleilaag of de hoogte van de dijk).


WATERFORUM JANUARI 2017


43


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48