This page contains a Flash digital edition of a book.
WATERVEILIGHEID Nieuwe beoordeling primaire keringen


Moeten waterbeheerders opnieuw leren fi etsen?


Op 1 januari trad de nieuwe risiconormering voor de primaire waterkeringen in werking. Daarbij hoort ook een geheel nieuwe methode om te kunnen beoordelen of de kering aan die normen voldoet. Bij twee dijken is al ervaring opgedaan met het Wettelijk Beoordelingsinstrumentarium 2017 (WBI2017). Conclusie: het blijft lastig om een goede faalkans te berekenen. Het maken van de juiste schematisaties voor de verschillende faalmechanismen vereist specialistische en lokale kennis.


door Bart Brookhuis en Jeroen van Mechelen, beiden adviseur Waterveiligheid bij Sweco


Voor de beoordeling van de veiligheid van primaire waterkerin- gen rekent Rijkswaterstaat sinds 1996 met de overschrijdings- kans van maatgevende waterstanden. Maar als het bij derge- lijke extreem hoge waterstanden misgaat, is de impact niet overal hetzelfde. Door hoogteverschillen in het achterland bijvoorbeeld, kunnen de gevolgen mee- of tegenvallen. Ook kan het gevolg van bijvoorbeeld piping voor een specifi ek stukje dijk veel groter zijn dan elders. Dit wordt in de huidige beoordeling niet meegenomen.


Nieuwe benadering


De nieuwe waterveiligheidsnormering die op 1 januari in werking trad, gaat uit van het overstromingsrisico. Dat risico bestaat uit de overstromingskans maal de gevolgen van over- stromen. Deze gevolgen zijn een functie van de waterdiepte, de populatie en de economische waarde, en zijn bepaald voor


42 WATERFORUM NR 1


heel Nederland. Via het maatschappelijk aanvaardbare over- stromingsrisico is de maximaal toelaatbare overstromings- kans afgeleid en deze is vastgelegd in nieuwe normen voor ruim 200 nauwkeurig vastgelegde dijktrajecten.


Probabilistische rekenmodel


De hydraulische belastingen op de dijken zijn opnieuw vast - ge-steld en verwerkt in het probabilistische rekenmodel Hydra-NL van Rijkswaterstaat. Maar het maken van de juiste schematisaties voor de verschillende faalmechanismen vergt specialistische en lokale kennis. Het blijkt nog steeds lastig om met modellen de werkelijkheid goed te kunnen benade- ren. Voor betrokkenen bij de nieuwe beoordelingsmethodiek is het belangrijk om op de hoogte te blijven van de nieuw- ste kennis op het gebied van de dijkdoorbraakmechanismen en de bijbehorende modellering en schematisatie van de


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48