This page contains a Flash digital edition of a book.
WATERBEHEER


Omgevingswet: facts and fi gures


In maart vorig jaar heeft de Eerste Kamer ingestemd met de Omgevingswet, die in 2019 in werking zal treden. De wet voegt 26 wetten samen en schrapt honderden regels. Er komt een loket voor alle overheidsdiensten.


De Omgevingswet zelf is een ‘kaderwet’. Veel zaken worden uitgewerkt in lagere regelgeving, de zogeheten Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s). De nieuwe wet gaat bij het verlenen van vergunningen uit van het antwoord ‘Ja, tenzij’. Overheden worden geacht mee te denken over hoe bepaalde


activiteiten binnen de wettelijke regels kunnen worden gere- aliseerd.


Het afgelopen jaar stuurde minister Schultz van Haegen van Infrastructuur en Milieu met grote regelmaat nieuwe stukken naar de Tweede Kamer over de invoering van de Omgevings- wet. In de zomer meldde ze uitstel van de invoering van 2018 naar 2019, omdat de vier Algemene Maatregelen van Bestuur waarin de Omgevingswet wordt uitgewerkt, niet op tijd klaar zijn.


er gebeurt heel wat. Kennismiddagen, proeftuinen en pilots schieten als paddenstoelen uit de grond. Alle landelijke koepelorganisaties namen afgelopen jaar deel aan de offi ciële consultatierondes en stuurden hele boekwerken aan bevin- dingen naar de wetgever. Over het algemeen zijn de water- schappen, provincies, drinkwaterbedrijven en gemeenten blij met de kansen die de Omgevingswet biedt, maar zij zijn ook onzeker over de uitvoering in praktijk.


De grootste bezorgdheid bij de waterschappen zit in de bor- ging van een goed functionerende waterhuishouding. Water- beheerders vrezen dat fl exibilisering van de regels gevolgen zal hebben voor de verplichte watertoets voor ruimtelijke plannen. Na de invoering van de Omgevingswet mogen de waterschappen nog wel advies geven over het borgen van waterbelangen, maar dat advies is niet bindend. Met een ge- degen motivatie mag het advies door andere overheden ter zijde worden geschoven. De Unie van Waterschappen (UvW) is het daar niet mee eens en blijft met het oog op klimaatver-


andering onvermoeibaar lobbyen voor een wettelijk verplichte watertoets. Minister Schultz gaat er vooralsnog vanuit dat overheden er onderling wel uit zullen komen. De waterbe- heerder 2.0 zal dus goed moeten kunnen lobbyen.


Daarnaast vrezen de Koepelorganisaties UvW, Vewin, het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Vereniging van Neder- landse gemeenten (VNG) dat er lokaal en regionaal grote verschillen zullen ontstaan bij het loslaten van landelijke lo- zingsregels voor afvalwater. Zij hielden afgelopen najaar een vurig pleidooi voor regionale samenwerking in de waterketen. Vanaf 2020 wordt het verplichte gemeentelijk rioleringsplan vrijwillig. Waterschappen en gemeenten gaan dan binnen de geldende normen zelf de lozingsregels bepalen. En dat kan er in de praktijk toe leiden dat er in aangrenzende gemeenten verschillende regels gelden. “Regionale bestuurlijke afspra- ken lijken onontkoombaar om willekeur te voorkomen”, stelt de Unie van Waterschappen.


WATERFORUM JANUARI 2017


35


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48