nderd ton melk
de latere jaren scoren de honderdtonners flink hoger dan alle koeien uit datzelfde jaar.’
De vergelijkingen voor levensduur en levensproductie (figuren 2 en 3) laten hetzelfde beeld zien. Ook voor die kenmerken scoren de honderdtonners beduidend hoger in fokwaarde dan hun jaargenoten. ‘Deze cij- fers tonen aan dat fokwaarden een goede voorspel- ling zijn van de daadwerkelijke capaciteit van koeien’, concludeert Snelder. ‘Met andere woorden: hogere fokwaarden vergroten de kans dat een koe honderd- tonner wordt.’ Voor percentage eiwit (figuur 4) en ook voor percen- tage vet scoren de honderdtonners juist ondergemid- deld. ‘Dat laat zien dat het de melkrijke koeien zijn die de 100 ton eerder halen. Bij honderd ton gaat het natuurlijk ook alleen om kilo’s melk’, nuanceert Ger- ben de Jong, hoofd van de afdeling AEU. ‘Bij 10.000 kilo vet en eiwit is dat anders; daar zijn gehalten wel
Figuur 4 – Vergelijking fokwaarde percentage eiwit voor honderdtonners en voor alle koeien uit hetzelfde geboortejaar in de periode 1990-2012
honderdtonners
0,2 0,3
–0,3 –0,2 –0,1 0,0 0,1
alle koeien
’90 ’94 ’96 ’98 ’00 ’02’04 ’06’08 ’10 ’12 geboortejaar
’92
94 95 96 97 98 99 100 101 102 103 104
van belang om die grens te passeren. Ik verwacht dat de vergelijking bij tientonners daarom andersom uit- pakt. De tientonners zullen voor gehalten waarschijn- lijk ook hoger scoren dan hun leeftijdsgenoten.’
Beter in persistentie en laatrijpheid ‘Behalve voor de productiekenmerken scoren de hon- derdtonners ook beter voor persistentie en laatrijp- heid’, vervolgt Snelder de toelichting op de resultaten van de analyse. In figuur 5 is de relatie tussen geboor- tejaar en fokwaarde laatrijpheid weergegeven voor honderdtonners en alle koeien uit een bepaald geboor- tejaar. ‘Gemiddeld scoren de honderdtonners in verge- lijking met hun jaargenoten 1,7 punten hoger voor persistentie en 1,9 punten hoger voor laatrijpheid’, zo laat ze aan de hand van de cijfers zien (tabel 1). Tabel 1 laat ook voor de andere kenmerken het ge- middelde verschil in fokwaarden zien tussen hon-
Figuur 5 – Vergelijking fokwaarde laatrijpheid voor honderdtonners en alle koeien uit hetzelfde geboortejaar in de periode 1990-2012
honderdtonners alle koeien
’90 ’94 ’96 ’98 ’00 ’02’04 ’06’08 ’10 ’12 geboortejaar
’92
96 97 98 99 100 101 102 103 104
Figuur 6 – Vergelijking fokwaarde uiergezond- heid voor honderdtonners en alle koeien uit hetzelfde geboortejaar in de periode 1990-2012
honderdtonners alle koeien
Honderdtonners noteren hogere fokwaarden voor melk, levensduur en levensproductie, maar niet voor vet- en eiwitgehalte
’90 ’94 ’96 ’98 ’00 ’02’04 ’06’08 ’10 ’12 geboortejaar
’92
veeteelt AUGUSTUS 2022
7
fokwaarde % eiwit
fokwaarde laatrijpheid
fokwaarde uiergezondheid
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68