SPECIAL AUTOMATISCH MELKEN
geholpen bij de adoptie van het automatisch melken’, ver- telt Hendriks. De verkoop van melkrobots komt door de bemoeienissen van meer partijen duidelijk in de lift. Ook dan blijven er verhalen van melkveehouders die wor- stelen met wurgcontracten voor onderhoud en hoge kos- ten voor vervangende merkonderdelen. LTO neemt de zaak hoog op en kaart het probleem aan bij Fedecom, de brancheorganisatie van onder andere melkmachineleve- ranciers. LTO wil met haar actie bereiken dat er op de markt voor melkmachines meer prijstransparantie en keus in aanbieders van servicecontracten en machineon- derdelen komt. Het moet leiden tot meer onderhande- lingsruimte voor boeren. Lely stelt bij monde van Marcel Hendriks dat het de kritiek van LTO serieus heeft geno- men en dat er nu meer balans zit in ‘hetgeen er van de melkveehouder en van ons verwacht mag worden’. Bij Lely spreken ze sindsdien ook niet meer van een onder- houdscontract, maar van een onderhoudsovereenkomst tussen boer en leverancier.
Robots met hout
In 1992 kwamen de eerste exemplaren van de melkrobots op de markt, met nog veel hout in plaats van roestvrijstaal erin. Dat is nu niet meer voor te stellen, maar toen heel normaal. Waar het zwaartepunt jarenlang lag op de door- ontwikkeling van de hardware – roestvrijstaal in plaats van hout, betere boxen, betere armen, werken aan betere speenplaatsing – ligt de focus de laatste tien jaar steeds meer op betere software. Robotmelken is een continu proces van verbetering en doorontwikkeling van software geworden. Sensortechnologie wordt steeds goedkoper en daarmee inzetbaar op grotere schaal. Daardoor komen er steeds meer en betere data beschikbaar. Fabrikanten ont- wikkelen platforms waarmee ook data van toeleveranciers en afnemers van melkveebedrijven gekoppeld kunnen worden. Dat biedt enorme mogelijkheden.
Salesmanager Stefan Schulte van DeLaval voorspelt dat er de komende jaren veel ontwikkelingen komen op het gebied van dataverzameling in combinatie met meer en betere sensoren. ‘Daarmee kunnen melkrobots steeds beter en nauwkeuriger voorspellingen doen over de con- ditie van de koe over een of twee weken. De melkveehou- der kan op basis daarvan zijn werkzaamheden beter plan- nen of tijdig ingrijpen. Die ontwikkeling is al een tijdje aan de gang’, stelt hij.
Van attentie naar voorspelling
In 2015 introduceerde DeLaval de Body Condition Score- camera (BCS) op de melkrobot, een dagelijkse monitoring van de koegezondheid. ‘Koppel je dit aan voldoende data dan word je in het voorspellen steeds nauwkeuriger.’ Bij de introductie van de V310 in 2019 introduceerde DeLaval de RePro-module. Deze maakt de vruchtbaarheidsstatus van de koe inzichtelijk door het niveau aan progesteron te meten. Dit geeft een 99,99 procent zekere tochtdetectie. ‘Zelfs stille tochten worden gesignaleerd, iets wat in rela- tie met weidegang en grote veestapels steeds belangrijker wordt. Op basis daarvan kunnen wij al een taakvoorstel doen: die koe moet over twee dagen geïnsemineerd wor- den. Dus je kunt veel beter plannen en het bedrijf mana- gen. Maar daarmee kun je ook het vervangingspercentage flink terugdringen en dat biedt de veehouder weer meer mogelijkheden binnen de fosfaatruimte.’ Hendriks van Lely onderschrijft dat. ‘We staan pas aan het begin van enorme ontwikkelingen op het gebied van kunstmatige intelligentie.’ In 2021 verving Lely zijn T4C- managementsysteem door het Lely Horizon-management- platform. Deze applicatie geeft proactief advies. Het kan robotdata verbinden met beschikbare relevante data van leveranciers op het melkveebedrijf. Hendriks geeft een voorbeeld. ‘Tot voor kort was het zo dat de melkrobot de boer attendeerde op afwijkingen. Koe 38 heeft in het
Koen Brinkman, GEA: ‘Beste melkrobot ooit’
GEA verkocht wereldwijd zo’n 13.000 melkrobots. Het bedrijf introduceerde in 2018 de DairyRobot R9500. Kenmerk van deze robot is dat veehou- ders met realtime celgetalmonitoring per kwartier sneller mastitis kunnen opsporen.
GEA lanceerde in 2021 ook zijn nieuwe kudde- en
bedrijfsmanagementprogramma DairyNet, waar- mee de melkveehouder alle informatie van de melkrobot terugziet op één eenvoudig dashboard. Koen Brinkman, general manager bij GEA, noemt de in 2021 geüpdatete DairyRobot R9500 ‘de beste melkrobot die ooit is gemaakt’.
2011
SAC komt met de Futureline Max, als opvolger van zijn eerste robot BouMatic komt met de MR-S1 melkrobot. Deze melkt door de achterpoten.
2012
BouMatic komt nu ook nog met een dubbelbox-melk- robot.
Introductie van de DairyProQ van GEA: draaimelkstal met op elke stand een robotarm.
2014
Fullwood vervangt de Merlin 225 door de M²erlin. De robotarm is geheel elektrisch.
2015
GEA komt met de Monobox. Deze ro- bot is compleet nieuw. De melktech- niek is dezelfde als bij de DairyProQ, waarbij een robotrotor wordt toegepast. SAC komt met de RDS Futureline Elite, als opvolger van de Futurline Max.
28 veeteelt AUGUSTUS 2022
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68