Directeur Gerard Backx van aardappelveredelingsbedrijf HZPC in een kweekkas in Metslawier. HZPC besteedt 16% van de brutomarge aan onderzoek en ontwikkeling, ongeveer € 10 miljoen per jaar. Dat was 15 jaar geleden € 2 miljoen. “Dat moest omhoog.”
bruikbaar om gewenste eigenschappen te realiseren in aardappelen, zoals meervou- dige resistentie tegen phytophthora. Die aardappelen willen wij testen in veldproe- ven in de open lucht, maar dat kan niet in de EU. Daarom gaan wij in 2021 deze aardappelen testen in Canada. We hebben al een kantoor, een laboratorium en facili- teiten voor de productie van miniknollen op Prince Edward Island in Canada.”
Verouderde regels
HZPC komt alleen terug op dit voornemen als de EU de regels voor genetische modifi- catie zo aanpast dat een gene-editingtech- niek als Crispr-Cas niet langer onder de verouderde GMO-regels valt. Backx heeft hoop dat Brussel de koers wijzigt. “Finland heeft eind 2019 dit als voorzitter van de EU op de agenda gezet van de nieuwe Euro- pese Commissie. De EU zal een keer deze technieken moeten accepteren. De rest van de wereld is hier volop mee bezig en doet er zijn voordeel mee. Als veredelaars in de VS en Canada aardappelen kweken die volle- dig resistent zijn tegen phytophthora, dan zullen zij de pootgoedmarkten in Afrika en Azië langzaam van Europa overnemen. Bovendien is een aardappel die voortkomt uit een gene-editing techniek niet te onder-
scheiden van een aardappel die is gekweekt via klassieke veredeling.”
Metslawier
Het verplaatsen van veldproeven met aardappelen betekent niet dat HZPC de veredeling ook verhuist naar Canada. Vol- gens Backx blijft HZPC het veredelingswerk doen in Metslawier. HZPC besteedt onge- veer 16% van de brutomarge aan onderzoek en ontwikkeling, ongeveer € 10 miljoen per jaar. Dat was 15 jaar geleden slechts € 2 mil- joen. Dat moest omhoog, zegt Backx. “We
hebben alleen al € 2 miljoen nodig puur voor het selecteren van nieuwe rassen. Dan blijft er te weinig over voor onderzoek. HZPC heeft zich van een selectiebedrijf ontwikkeld naar een researchbedrijf.” Daarnaast is HZPC internationaler geworden in de 20 jaar van zijn bestaan. Het bedrijf is in 1999 ontstaan uit een fusie van het particuliere aardappelbedrijf Hettema & Zonen en de Friese coöperatie ZPC. Toen Backx aantrad in 2001 was het bedrijf vooral een Nederlandse exporteur. “We zijn daarna in andere lidstaten in de EU pootaardappelen gaan telen. We willen verder groeien om een mondiale speler te worden. Daarom zijn we ook bezig om de productie van aardappelzaad onder de knie te krijgen. Dan kunnen we ons genetisch materiaal exporteren naar gebieden in de wereld waar je geen pootgoed heen kunt brengen.”
In een kweekkas hangen blauwe platen tus- sen de aardappelplanten. Dat zijn plakvallen voor insecten om te zien welke insecten de kas binnen zijn gekomen.
BOERDERIJ 105 — no. 22 (25 februari 2020)
Dat is ook in het belang van de pootgoed- telers in Nederland, vindt Backx. “HZPC moet de omzet op peil houden om voldoen- de te kunnen investeren in onderzoek en ontwikkeling. Dat is belangrijk voor zowel de gebruikers van het pootgoed als voor de pootgoedtelers. Veredeling vergt investe- ringen. Dat is de beste garantie voor een goede toekomst voor HZPC.”
A19
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24