search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
AKKERBOUW INTERVIEW


‘Niet neutraal, wel objectief toetsbaar’


Behalve dat hij als onderzoeker nauw betrokken is bij het teeltconcept strokenteelt, toont Dirk van Apeldoorn zich bij verschillende gelegenheden ook pleitbezorger van het systeem. Vraag is in hoeverre die gepassioneerdheid voor strokenteelt hem een objectieve kijk als onderzoeker in de weg staat. “Ja”, zegt Van Apeldoorn. “Ik ben een gepassioneerde wetenschapper. Ik zie strokenteelt als één van de mogelijke antwoorden op de huidige uitdagingen van de akkerbouw. Bij mij is de vraagstelling niet neutraal; ik ga ervan uit dat verandering nodig is. Maar methode en analyse gebeuren strikt objectief. Uiteindelijk communiceer je dan vooral dingen die opvallen, wat natuurlijk weer niet neutraal is, maar wel toetsbaar.”


nadelig voor de verspreiding van nuttige insecten. Na 100 meter is een zweefvlieg uitgeput. Een perceel van 20 hectare, daar komt een zweefvlieg niet in het mid- den. Daar moet dan dus de boer met de spuit het werk overnemen. Zweefvliegen, loopkevers, maar ook een uitbreiding van phytophthorabesmetting stopt waar de aardappelen aan de zijkant van de strook ophouden. Je hoef je geen hogere wiskunde gehad te hebben om dat te snappen. Andersom, als je altijd spuit, hoeft de natuur het werk niet te doen. Maar het probleem is dat het aan- tal beschikbare middelen onder druk staat; ze werken niet meer of ze mogen niet meer.”


Hoe breed kan een strook maxi- maal zijn om nog van strokenteelt te spreken? “Peter Harry Mulder, teler van zetmeelaardappelen heeft stroken van 27 meter, de breedte van zijn spuitboom. Ik vraag me dan af: gaat dat nog wel werken? Hij zegt dat die stroken een goed effect hebben op het aantal patrijzen en zangvogels. Hij maakt zich als akkerbouwer druk over de teruglopende vo- gelstand. Een vogel heeft natuurlijk een andere actieradius dan een zweefvlieg of een loopkever. Hoe dan ook, hij ziet direct resultaat van zijn stroken en dat geeft hem plezier. Dat is wat ik vaker hoor van mensen die met strokenteelt aan de gang gaan. Ze worden weer aangesproken op hun vakmanschap, het geeft hen voldoening, zeggen ze. Voor anderen is het alleen maar een ramp.


Die 27 meter is misschien aan de brede kant, maar zulke stroken zijn al beter beter dan een perceel van 20 hectare met één gewas. Op het landbouwbedrijf Erf testen we op een perceel van 42 hectare het verschil tus- sen stroken van 6, 12, 24 en 48 meter breed. We hebben al veel gemeten. In de 6-meter stroken zie je twee keer


A16


zoveel loopkevers als in de stroken van 48 meter. Loop- kevers zijn de stofzuigers van de akkerbouw, ze eten slakkeneitjes, larves van de koolvlieg, de eerste luizen. Deze kevers heb je als boer graag, terwijl hun aantal juist terugloopt.


‘Waarom je hakken in het zand zetten? Je hoeft bij een andere perceelsindeling niet gelijk je hele


wereldbeeld aan te passen’


Behalve dat bij de 6-meter stroken je meer kevers hebt, is de populatie ook stabieler in de tijd. Op grote percelen gaan er kennelijk veel weg of dood na de oogst. We zien ook een verschil tussen dag en nacht. ’s Nachts trekken de kevers zich terug in een andere strook? Samengevat kun je zeggen: Hoe smaller de stroken hoe meer insec- ten, hoe meer soorten, stabielere populaties, het komt dichter bij een natuurlijk ecosys- teem. Hoe smaller de stroken, hoe beter de ecologie.”


En hoe breder daartegenover, hoe efficiënter en goedkoper de bewer- kingen en de oogst. “Dat is niet altijd waar. Kleinere machines zijn lichter en daardoor goedkoper dan grote. Bij bredere machines maakt de zwaardere con- structie de machine vaak duurder. Een verdubbeling van de werkbreed- te van een eg maakt hem meer dan twee keer zo duur. Bij een heel brede


spuit is al vrij veel techniek nodig om hem in balans te houden.


De man op de machine is het duurst. Dat pleit voor breed en veel capaciteit per man.


“Dat argument vervalt als je gaat praten over autonoom werkende machines, robots. Als de factor mens wegvalt, kan het ook met kleine machines.


Ontwikkeling van de landbouw is het resulaat door de omstandigheden en wensen die er waren. Lang ging het over zoveel mogelijk productie, schaalvergroting, hoge efficiëntie. Er waren genoeg chemische middelen


BOERDERIJ 105 — no. 22 (25 februari 2020)


FOTO: HENK RISWICK


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24