search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
INTERVIEW AKKERBOUW


voorhanden. Anno 2020 hoeft het niet per se meer te gaan om de hoogste opbrengst. Willen we nog steeds grotere bedrijven? Het landschap wordt belangrijker, er is zorg om de biodiversiteit. Het aantal akkervogels gaat omlaag met het dalen van het aantal boeren. Dat is ver- schrikkelijk, je houdt niks over. Telers die overstappen naar bijvoorbeeld strokenteelt of biologisch zien dat het huidige landbouwsysteem zo niet volhoudbaar is. Ook de Nederlandse samenleving identificeert zich met een landbouw waarin de boer boer kan zijn. En waar ook ruimte is voor de omge- ving, voor biodiversiteit. Sowieso betekent klimaatverandering min- der specialiseren, minder kwetsbaar worden.”


Hoe zit het met het verdienmodel? “Voor wat betreft het verdienmodel is er geen verschil met gangbare grotere percelen. Je krijgt iets meer opbrengst. Daartegenover staan iets hogere kosten door langere


‘Op een perceel


van 20 hectare komt een zweefvlieg niet in het midden’


aanrijtijden, maar dat is ook afhankelijk van de verka- veling van een bedrijf. Het maakt veel uit of je één grote huiskavel hebt of verspreid liggende percelen. Qua verdiensten kun je bij omschakeling ook denken aan een transitievergoeding, compensatie voor de aan- vangskosten, zeg maar een soort lesgeld. Meer structu- reel is een vergoeding voor biodiversiteit en leefomge- ving denkbaar. Je produceert immers meer meer dan alleen kilo’s product. Vergoeding kan komen vanuit de EU, maar je kunt ook meerwaarde creëeren door afzet te zoeken waar je teeltwijze wordt vergoed. Dus niet meer je graan bij de coöperatie bij de bulk gooien en concur- reren met graan uit de Oekraïne. Ook dat is iets wat zich moet ontwikkelen.


Qua extra opbrengsten is er ook nog wel wat te halen. Gewassen zijn en worden veredeld voor gebruik in monoculturen. Dat zijn niet per se de beste voor meng- of strokenteelt. Dus wordt er door veredelaars gekeken naar wat goede rassen zouden kunnen zijn voor meng- of strokenteelt. Misschien gaan we straks aan de zijkant van de strook wat anders zaaien dan in het midden. Bij veredelingsbedrijven worden op dit vlak stappen gezet.”


Het idee van strokenteelt roept bij akkerbouwers nogal wat irritatie op. Onpraktisch, terug naar een systeem van ver voor de ruilverkaveling. Gehobby van ‘linkse onderzoekers uit dat gehersenspoelde linkse bolwerk Wageningen’. “Wij zien die reacties ook. We zien haast alleen maar weerstand onder ieder artikel dat erover verschijnt. Je vraagt je af of het alleen tegen de strokenteelt is. Het is heel groot en veel wat in de landbouw verandert, het is niet alleen de strokenteelt. Maar waarom je hakken in het zand te zetten? Je hoeft als je je perceel anders indeelt, niet gelijk je hele wereldbeeld aan te passen. Het hoeft niet allemaal tegelijk.” Van Apeldoorn zegt ook wel te snappen dat stroken- teelt een groep boeren verwart. Ploegen in strokenteelt


is lastig. Dan kijk je naar niet-kerende-grondbewerking, maar hoe pak je het aan als er straks geen glyfosaat meer is om onkruid te bestrijden. “Dat is een verstoring voor die generatie boeren die uit angst voor uitbreiding, inge- peperd hebben gekregen dat het laatste onkruidje weg moet. Maar niet alle onkruid is zo verschrikkelijk. Ik heb biologische tarwe gezien die 8 ton per hectare opbracht en waarin ook zeldzame onkruiden stonden. Bedenk ook dat de huidige onkruiden niet meer dezelfde zijn als ze ooit waren. Door de jarenlange praktijk zijn ze geselecteerd op concurrentiekracht en en resistentie door veel spuiten. Niet alle onkruiden zijn schadelijk. Sommige leveren nectar, waarmee ook natuurijke vijanden zich voe- den. De landbouw moet opnieuw inijken op wat aan onkruiden kan blijven staan.”


Ondertussen is strokenteelt vol- gens het ministerie van Landbouw een optie voor de toekomst. Ook


Rabobank ziet de focus op kleine voertuigjes, meng- teelten, minder pesticiden et cetera wel zitten. Men is bang het systeem straks opgedrongen te krijgen. “Strokenteelt is altijd nog een gangbare landbouw, alleen dan op stroken, met in principe het bestaande machinepark. De mogelijkheden houden bij stroken- teelt niet op. Het is een transitietechnologie, een tussen- fase. Het einddoel is nog veel diverser, op plantniveau mengen, plots van 50×50 centimeter. Daar liggen proe- ven van. Minimale inputs aan kunstmest en chemische middelen, hoogste opbrengsten. Met nog verdere verfij- ning is meer winst te behalen.”


Strokenteelt op een WUR-proefperceel in Lelystad, suikerbieten en gerst wisselen elkaar af. Strokenteelt vergroot de biodiversiteit, als gevolg waarvan plagen ook door natuurlijke vijanden zullen worden aangepakt. Dan zijn minder chemische middelen nodig.


BOERDERIJ 105 — no. 22 (25 februari 2020) A17


FOTO: WUR


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24