Tekst: Michel van Dijk - Beeld: TNO
Coalitie Leefstijl in de Zorg maakt werk van een gezonde leefstijl
Nederland leeft steeds ongezonder. Dat gaat ten koste van de gezondheid en kwaliteit van leven van veel mensen en zorgt voor een onhoudbare druk op de gezondheidszorg. De Coalitie Leefstijl in de Zorg wil daarom meer aandacht voor leefstijl in de
gezondheidszorg. Iris de Vries, huisarts en voorzitter Vereniging Arts en Leefstijl, en Yvonne Spies,
programmamanager Coalitie Leefstijl in de Zorg, over de ambities van de coalitie.
R 30 - JUNI 2024
uim tien miljoen Nederlanders leven met een chronische ziekte. Dat aantal neemt nog elke dag toe. Veel van deze ziekten worden mede veroorzaakt door een ongezonde
leefstijl: matig bewegen, ongezonde voeding, onvoldoende ontspanning. Vandaar dat aandacht voor een gezonde leefstijl speerpunt is in het Integraal Zorgakkoord (IZA). Per 1 januari 2025 moet leefstijl standaard onderdeel zijn van de reguliere curatieve zorg. Om dit goed voor te bereiden is op initiatief van het ministerie van VWS de Coalitie Leefstijl in de Zorg gestart, een samenwerking van TNO, de
Patiëntenfederatie, De Vereniging Arts & Leefstijl en de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU). Steeds meer partijen sluiten zich aan, waaronder KNMG, de NVZ, de Nederlandse GGZ en InEen. Yvonne Spies: “De coalitie is een driejarig programma, met als doel aandacht voor leefstijl te vergroten bij patiënten en zorgverleners, kennis over leefstijl en leefstijl- interventies te bundelen, en zorgpraktijken en ziekenhuizen die hiermee aan de slag willen te ondersteunen.” Een belangrijk instrument om leefstijl op de agenda te krijgen van patiënten én zorgverleners, is het zogenoemde Leefstijlgesprek, vertelt Iris de Vries. “Dat gesprek vindt vanaf 2025 plaats in de spreekkamer van iedere zorgverlener, ook van de huisarts. Zorgverlener en patiënt bespreken daarin wat de patiënt nodig heeft om gezonder te leven en hoe de zorgverlener daarbij kan helpen. Dat betekent meer zelfredzaamheid voor de patiënt, en een meer coachende rol voor de zorgverlener.”
‘Een proactieve houding van de zorggroepen is
wenselijk om huisartsen hierin te ontzorgen’
Handelingsverlegenheid Dat betekent niet dat huisartsen straks concrete voedings- of bewegingsadviezen gaan geven, benadrukt ze. “Ze weten daar onvoldoende van en hebben er ook te weinig tijd voor. Het is echter wel belangrijk dat ze het onderwerp op de agenda houden. En dat ze weten naar wie ze patiënten kunnen verwijzen voor een voedingsadvies of een beweeginterventie.” Het leefstijlgesprek hoeft weinig tijd te kosten, vervolgt De Vries. “Als je daar als huisarts de juiste tools en gespreksvaardigheden voor in huis hebt, kun je zo’n gesprek in dertig tot zestig seconden voeren. Dat kan vervolgens leiden tot een passende verwijzing.”
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32