Uw mening
een lij st. In diezelfde week ontving ik informatie over het land, het volk, de cultuur en de geschiedenis. Daarnaast kreeg ik enige informatie over mij nen en soorten militaire voertuigen. Militaire vorming kreeg ik niet. Na deze week ben ik met een plunjezak met militaire kleding en een Glock naar huis gestuurd om een oproep af te wachten wanneer de vlucht zou plaatsvinden. Dat was afhankelij k van het ondertekenen van het Dayton- akkoord. Een jaar lang was ik de contractor bij het contingentscom- mando IFOR I. Voor zover ik weet zij n er destij ds nog meer technische burgers, werkzaam bij DGW&T, als militair uitgezonden. ROY NAGEL
Eerste burger op missie (2) In 1992 ben ik, als gemilitariseerde
anesthesieverpleegkundige, als lid van het chirurgisch team (FDS) van de Koninklij ke Marine voor zes maanden uitgezonden naar Cambodja, VN-missie UNTAC. Wij hebben hier veel ingrepen verricht bij zowel de lokale bevolking als bij VN-personeel. Het was een zeer leerzame en dankbare periode. In 1994 ben ik in dezelfde functie voor vier maanden uitgezonden, wederom gemilitariseerd, naar Srebrenica (UNPROFOR). En in 1997 voor drie maanden naar Novi Travnik, missie SFOR. Verder kan ik nog vermelden dat begin jaren negentig twee burgeroperatie- assistenten zij n uitgezonden, als militair, naar Irak tij dens de Amerikaanse inval aldaar. H.G. LEENHOUTS
Eerste burger op missie (3) Tij dens de Golfoorlog in 1991 heeft
Engeland een verzoek gedaan aan meerdere Europese landen om het Engelse geneeskundige systeem met personeel te ondersteunen. Zweden reageerde met het toezeggen van een veldhospitaal en de Nederlandse landmacht leverde een medisch team, bestaande uit militaire artsen, verpleegkundigen en verzorgenden. Onderdeel van het chirurgisch team
waren twee burgeroperatieassisten- ten uit een ziekenhuis in Utrecht, die voor de missie gemilitariseerd werden. Uiteindelij k werd het Zweedse veldhospitaal ontplooid in Riyadh, Saudi-Arabië, en maakte het Nederlandse geneeskundig detachement daar deel van uit. Omdat het personeel van de Zweden met name uit gemilitariseerde burgers en reservisten bestond, was het Nederlandse geneeskundige detachement een waardevolle aanvulling. Kortom, de operatie- assistent in 1998 was zeker niet de eerste en ik durf niet eens met zekerheid te stellen dat de twee operatieassistenten die in 1991 gemilitariseerd werden de eerste waren. RICHARD VAN DE VELDE, LUITENANT-KOLONEL GENEESKUNDIGE DIENST, B.D.
Eerste burger op missie (4) Ik denk dat Gea Willemsen niet de
eerste operatieassistente is die haar operatiepak verruilde voor een uniform. In 1990 zij n Annet Volz en ik (Aletta Wiersma) uitgezonden naar Saoedi-Arabië met een medische missie. Wij waren op dat moment werkzaam als burgers in het militair hospitaal Dr. A. Matthij ssen in Utrecht. Vanwege een tekort aan militair operatiepersoneel werd er een beroep op ons gedaan. Wij zij n toen met een militair team vanuit het ziekenhuis, samen met een aanvulling van medisch militair personeel, tot ongeveer dertig man uitgezonden naar de Eerste Golfoorlog. Via Cyprus kwamen wij in Saoedi-Arabië terecht. Bij terugkomst heb ik ook nog een interview gegeven aan Checkpoint. Het was een kleine, korte missie, maar die mag niet vergeten worden. ALETTA WIERSMA
Eerste burger op missie (5) Het artikel in Checkpoint over de
‘eerste burger op missie’ is een onwaar stuk en een typisch voorbeeld van geschiedvervalsing. U begint met te stellen dat Defensie in 1998 een beroep doet op burgers wegens een
tekort aan medisch personeel, het betreft hier de uitzending SFOR-3 in 1998. Tij dens de uitzending IFOR-2, van juni 1996 tot en met december 1996, zij n echter ook burgermedewerkers uitgezonden. Dit betrof drie burgers, ingedeeld bij de geniegroep als onderdeel van 17 GFPI. Zij waren lid van de Technische Ondersteuningsgroep Genie (TO). Dit waren bouwkundigen in drie vakrichtingen. Daarnaast waren tij dens dezelfde uitzending twee burgers ingedeeld bij het veldhospitaal in Novi Travnik. Dit betrof een ok-assistente, afkomstig uit een ziekenhuis in Leiden, en een laborante, afkomstig uit een ziekenhuis in Eindhoven. Al met al dus twee jaar eerder. Bij zonder dat dit over het hoofd is gezien. ANTOINE DOPPEGIETER
Niet macho genoeg Toen ik het artikel las waarin Mandy
Heeren uitlegt dat er achter ieder uniform een mens zit (Zien & lezen, CP06-2025), moest ik denken aan mij n uitzendperiode in 1993 in het voormalige Joegoslavië. In een open brief in de Defensiekrant reageerde ik destij ds op de uitspraak van een generaal dat de Nederlandse militairen niet macho genoeg overkwamen, omdat ze allerlei frutseltjes en knuffeltjes aan hun uitrusting hadden hangen. Ik heb toen gezegd dat de Nederlandse militair geen ‘clean mean fighting machine’ was, maar een mens in een uniform, die zij n taken uitvoerde met als steun iets van het thuisfront, onder andere ter ondersteuning van hun afwezigheid. Van menigeen kreeg ik schouderklopjes; anderen vonden het maar niets dat ik als sergeant-majoor de uitspraak van een generaal durfde te betwisten. De mooiste schouderklop kreeg ik van de generaal zelf, een paar jaar later, toen ik hem in een andere functie in Den Haag op de kazerne tegenkwam en hij mij gelij k gaf dat ik destij ds die open brief in de Defensiekrant had geplaatst. PIETER J.M. EMMEN, SMMB B.D.
59
Checkpoint 01-26
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68