+ Portret TEKST RUUD VAN BEUSEKOM • ILLUSTRATIE A.T. BRANDSMA Wulp
De laatste decennia is het aantal wulpen in de Nederlandse Waddenzee verdubbeld. Er lijkt geen vuiltje aan de lucht voor onze grootste steltloper. Helaas wel: de wulp heeft internationale bescherming nodig.
De wulp is in ons werelddeel veruit de grootste steltloper met een gewicht tot wel één kilo. Ter vergelijking: de verwante regenwulp weegt maar de helft. Hij heeft ook de langste snavel; het vrouwtje tot wel achttien centimeter. Dit stelt de vogel in staat om van een breed scala aan prooien te leven: van wormen, kleine en grotere schelpdieren tot insecten en krabbetjes. Met zijn lange snavel kan hij ook diep ingegraven prooien bemachtigen. De voorkeur gaat uit naar grotere prooien als krabben, grote wormen (zeeduizendpo- ten) en strand- en slijkgapers. Wulpen foerageren ook veel op emelten en regenwormen in graslanden, en niet alleen in de broedtijd. Vooral de man- netjes, die een kortere snavel hebben. In het agrarisch gebied vormen emelten en regenwormen het belangrijkste voedsel. In de broedgebieden in de duinen foerageren wulpen vaak op gortdroge plaatsen, maar ze maken ook uitstapjes naar weilanden en het wad.
DOORTREKKER EN WINTERGAST De meeste wulpen in de Waddenzee komen uit broedgebieden in Finland en Noord- west-Rusland. Al vanaf begin juli stromen de vogels binnen om te ruien. Eerst de volwassen vrouwtjes, daarna de volwassen mannetjes. Pas later, in augustus en sep- tember, komen de juveniele wulpen aan: een patroon dat veel steltlopers laten zien. Een deel van de wulpen trekt later weer weg, maar de meeste blijven overwinteren. Hun aantallen pieken in september en februari. In het Waddengebied is de wulp als door- trekker en wintergast een opvallende en talrijke verschijning. Alleen al voor het Nederlandse deel praten we over een maximum van gemiddeld 160.000 exem- plaren, voor de hele Waddenzee 300.000. De trend in de totale Waddenzee, goed voor 35-40% van de flyway-populatie, is stabiel. Binnen de Waddenzee zijn echter opvallende verschillen; in Nederland en
16/3 VOGELS +
In Nederland nemen broedende wulpen vanaf het midden van de jaren negen- tig af. De binnenlandse broedgebieden (heide, hoogvenen) en de vastelandsduinen zijn hun wulpen nagenoeg kwijt; in het agrarisch gebied
van Oost- en Zuid-Nederland
Denemarken neemt de wulp toe, maar in de Duitse Waddenzee neemt hij af (Sleeswijk- Holstein) of blijft hij gelijk in aantal (Neder- saksen/Hamburg). De oorzaken zijn niet duidelijk, maar in Denemarken zal het jachtverbod op de wulp in 1994 ongetwijfeld een rol hebben gespeeld bij de toename. Verder lijkt de wulp onder invloed van klimaatverandering het zwaartepunt van zijn overwinteringsge- bied in Noordwest-Europa te verschuiven van west naar oost, wat ook een deel van de verandering kan verklaren.
ZELDZAAM ALS BROEDVOGEL In veel Europese landen is de wulp als broedvogel zeldzaam geworden. Een groot land als Polen telt hooguit 250-350 broed- paren. Vanwege zijn achteruitgang staat de soort al enige tijd op de Europese Rode Lijst. Tot voor kort nog als near threaten- ed, in 2015 bijgesteld naar vulnerable: een iets minder negatieve categorie. Dit neemt niet weg dat de beschermingsstatus nog steeds zorgelijk is.
is de afname in volle gang. In 1998-2000 werd het aantal paren broedende wulpen in Nederland nog geschat op 6400-7400; dat aantal moet nu fors minder zijn, wel 30-40%. Op de Waddeneilanden broedden in 2006 zo’n 450 paren; driekwart van wat er in het hele internationale Waddengebied broedt.
Wulpen hebben een overstap naar agrarisch gebied gemaakt
AFTAKELING VAN BROEDHABITAT Om de achteruitgang van de wulp in Europa te keren is de AEWA, (African-Eu- rasian Waterbird Agreement) in samenwer- king met onder andere Vogelbescherming Nederland, bezig met een soortbescher- mingsplan. Het blijkt dat wulpen stelselma- tig te weinig jongen grootbrengen. Daar zijn meerdere oorzaken voor aan te wijzen. Een probleem dat al lang speelt is verlies, aftakeling en versnippering van broedha- bitat. Oorspronkelijk bestond dat vooral uit hoogvenen, natte heide, lage open moeras- sen in beek- en rivierdalen. Wulpen hebben, net al veel andere vogels, een overstap naar agrarisch gebied gemaakt. Lange tijd was dat een prima alternatief, maar de voortschrijdende in- tensivering van de landbouw maakt dat het daar nu ook slecht gaat. Uit diverse studies bleek ook dat de predatiedruk op jongen en eieren te hoog is om populaties op de been te houden. Wulpen zijn daarnaast erg ge- voelig voor verstoring door recreanten; dit kan in Nederland een rol hebben gespeeld bij de achteruitgang in de duinen. Wat niet meehelpt is dat Nederlandse wulpen voor een deel in Frankrijk overwinteren. Dat land jaagt, als enig EU-land, nog gewoon op wulpen. We mogen blij zijn dat deze soort zo lang leeft. Toch slaat de vergrijzing nu ook bij de wulp toe en gaat hij wat dit betreft de grutto achterna. l
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32