This page contains a Flash digital edition of a book.
OUD-PERSOFFICIER EN MAJOOR B.D. ERIC JONKERS OVER ZIJN TAAK IN URUZGAN ‘Ik kwam in een politiek


Eric Jonkers sloot vorig jaar als majoor een glansrijke carrière bij de verbin- dingen af, maar het waren zijn uitzendingen die een onuitwisbare indruk maakten. Na een indrukwekkende ervaring als verbindingsofficier naar voormalig Joegoslavië mocht hij zich bij zijn volgende uitzending naar Afghanistan bezighouden met het in het gareel houden van de media. Dat ging hem naar eigen zeggen goed af en zorgde voor een kentering in het beeld van de missie.


Door: Fred Lardenoye “J


a natuurlijk snap ik dat, dat is heel logisch van hun vak uit bekeken.” Oud-persvoorlichter Eric Jonkers (57) reageert reso-


luut op de vraag of hij begrijpt dat journalisten als Joeri Boom er spijt van hebben dat ze embedded niet het hele verhaal hebben verteld. “Maar ze hebben er ook voor getekend dat operationele zaken niet gepubliceerd mogen worden. Als je je daaraan conformeert en ook de argumenten daarvoor accepteert, moet je daar achteraf niet over zeuren. Dat som- mige journalisten er daarom voor kiezen om niet in een zetel op de eerste rang te zitten, snap ik ook heel goed.” Volgens Jonkers kan ook Defensie zijn voordeel doen met het werk van unembedded journalisten. “Arnold Karskens confronteerde ons een keer met een lijst van dingen die in Tarin Kowt verkeerd waren gegaan. Ik ben daarmee naar de com- mandant van het PRT gegaan. Die heeft de lijst met zijn mensen ter plekke gecontroleerd en in enkele gevallen kwamen ze erachter dat degenen met wie ze zaken hadden gedaan de zaak belazerd hadden.”


Voormalig Joegoslavië Jonkers kwam 35 jaar geleden na


twee jaar hts als dienstplichtige op bij de verbindingsdienst in Ede, waar hij als onderofficier werd opgeleid. Het beviel hem zo goed dat hij bij- tekende en uiteindelijk met succes


16 MAART 2014


een opleiding bij het toenmalige Opleidingscentrum Officieren Spe- ciale Diensten afrondde. Hij maakte vervolgens carrière bij de verbindin- gen, met name in de opleidingssfeer. “Mijn mooiste drie jaren waren in Ede, waar ik dienstplichtige onder- officieren mocht opleiden. Niks leuker dan ze elke twee maanden net uit het burgerpak mee het bos in te nemen en hen te leren om leiding te geven. Elke dag was er wel een moment dat de tranen uit je ogen liepen van het lachen.” Toen hij vanuit een staffunctie in Den Haag de voorbereidingen van het verbindingsdeel voor UNPROFOR van dichtbij mee- maakte, meldde hij zich aan voor deze missie. “Ik dacht: dat wil ik ook! En er kwam een plaats vrij van een kapitein CISCOM, een soort regiefunctie voor de verbindingen.” Van medio 1993 tot begin 1994 was Jonkers in het kader van UNPROFOR in voormalig Joegoslavië. Door zijn functie trok hij door het hele land. “Of je was met de auto onderweg, of je vloog van Zagreb naar Sarajevo. Van daaruit reed je Bosnië in. Maar ik kwam ook in Servisch gebied.” De ruim zes maanden in het oorlogs- gebied maakten een onuitwisbare indruk op hem. “Wat nog steeds op mijn netvlies gebrand staat, is Sara- jevo onder beleg. Het aantal inslagen lag op de achthonderd à duizend per dag. Dan stond je op het hoofdkwar- tier en keek je uit op Sniper Alley,


waar de mensen op zoek waren naar brandstof en beschoten werden. Je zag hoe de mensen voor hun bestaan moesten vechten. Vervolgens kwam je in een eetzaal langs een buffet waar je naar believen kon opscheppen.” Dat er aan het eind van het buffet twee plastic kratjes stonden om niet gegeten etenswaren in te deponeren, maakte het nog schrijnender. “Een stad onder beleg en dan twee van die lullige kratjes. Alsof je Amsterdam in de hongerwinter denkt te helpen met een plastic tasje eten. Je hebt in je leven een paar momenten dat al je normen en waarden compleet overhoop worden gehaald, dit was er zo een.”


Gebrekkige nazorg


Jonkers vertelt ook hoe een Servische taxichauffeur hem trots vertelde dat ze een oud middeleeuws gebruik nieuw leven hadden ingeblazen. “Vroeger deden ze het met paarden: mensen vierendelen. Nu werd het met auto’s gedaan en daar werd uitvoerig over uitgeweid. Die man werkte door de week gewoon en pakte dan vrijdag zijn geweer om in het weekend op Bosniërs te gaan schieten.” Dergelijke ervaringen zette de wereld van de verbindingsofficier aardig op zijn kop. “Ik heb die hele Koude Oorlogtijd nog meegemaakt en dat stelde daarmee vergeleken niets voor. Je wordt daar dan in één keer tussen gezet. Je krijgt een blauw mutsje en een pas met freedom of movement, maar voor de rest ben je een toeschouwer van een bizar schouwspel.”


De verbindingsofficier stortte zich na terugkeer van zijn missie weer op het werk, maar kwam er al snel achter dat het niet goed ging met hem. Hij nam verlof en meldde zich vervolgens ziek. “De opvang stelde toen niet veel voor. Je kreeg wel een debriefing, maar je kon aan de mensen zien dat het een verplicht nummer was. Zoals het toen ging en zoals het nu gaat, dat is het verschil


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64