841 | WEEK 36-37 7 SEPTEMBER 2016
ASV: voorstel verstelbare stuurhuizen niet aannemen zonder een onderzoek naar nut en noodzaak
ROTTERDAM De Algemeene Schippers Vereeniging (ASV) heeſt eind augustus een brief gestuurd aan onder andere het ministerie van Infrastructuur en Milieu (I en M) en het Overleg Techniek en Nautiek Binnenvaart (OTNB) over de eisen aan in hoogte verstelbare stuurhuizen. Omdat de Europese beleidsmakers op korte termijn een besluit willen nemen over deze gewijzigde voorschriſten, ziet de ASV zich genoodzaakt het gehele wijzigings- voorstel te verwerpen.
De ASV roept het comité CESNI op (dat uit- eindelijk het besluit gaat nemen) het wijzi- gingsvoorstel niet aan te nemen zonder een gedegen onderzoek naar nut, noodzaak en impact op de Europese binnenvaartvloot. Inmiddels ligt er een concreet voorstel vanuit het secretariaat van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) en de ASV denkt dan ook weinig te kunnen veranderen aan het feit dat de CCR ‘wederom met regelgeving komt die wat de ASV betreſt ongefundeerd is’. Uit het document met wijzigingsvoorstellen blijkt dat de CCR in 2012 al over de wijzigingen heeſt besloten en destijds de sector om een reactie
heeſt gevraagd. ASV in haar brief, die naast het ministerie en het OTNB tevens aan de Nau- tisch Technische Commissie EBU/ESO en aan de Nederlandse rijnvaartcommissaris voor het bedrijfsleven gestuurd is: ‘Dat is bij de ASV niet bekend, ondanks de meerdere malen per jaar dat de organisaties bij elkaar komen om juist de ontwikkelingen op het gebied van de technische voorschriſten te bespreken met het ministerie. Zodoende heeſt de ASV niet kunnen reageren, simpelweg omdat de ASV niet op de hoogte is gebracht van deze ontwikkeling’. De ASV vraagt zich af op basis van welk on-
derzoek of rapportage de CCR heeſt gecon- cludeerd dat er nut en noodzaak is voor het invoeren van de voorschriſten. Bekend is dat met enige regelmaat materiële schade en persoonlijk letsel ontstaat als een stuurhuis in aanraking komt met een object. ‘Echter, is er onomstotelijk bewezen dat met de nieuwe voorschriſten deze voorvallen in grote mate kunnen worden voorkomen in de toekomst’, vraagt de ASV zich af. Op basis van kennis en ervaring van het varen in de dagelijkse prak- tijk, stelt de ASV dat de voorschriſten weinig tot geen ongevallen zullen voorkomen. ‘Veel ongevallen met stuurhuizen zijn namelijk te wijten aan menselijke fouten en/of externe factoren die niet met technische voorschriſten zijn te ondervangen’. Daarnaast is volgens de ASV niet bekend wat de impact van de nieuwe voorschriſten zal zijn op de Europese binnenvaartvloot. De vereni- ging wijst er al jaren op dat het opleggen van
Kamervragen over scheepsbedrijfsafval
Wat doe ik met een gebruikte
tandwielkast?
DEN HAAG De Kamerleden Jacobi (PvdA) en De Boer (VVD) hebben minister Schultz van Haegen van Infrastructuur en Milieu (IenM) onlangs vragen gesteld over de inzameling van scheepsbedrijfsafval in de binnenvaart nu de Algemeene Schippers Vereeniging (ASV) zich heeſt teruggetrokken uit het overleg met haar ministerie. Zij willen weten hoe de minister ervoor zorgt dat mogelijke maatregelen gezamenlijk en zorgvuldig worden uitgewerkt.
Hoe ziet de minister het vervolgproces voor zich nu een belangrijke vertegenwoordiger van de binnenvaartondernemers niet meer wenst mee te werken, vragen zij zich af. En is
Havenbedrijf Antwerpen in beroep tegen kabeltracé windmolenpark
ANTWERPEN Het Havenbedrijf Antwerpen heeſt op 29 augustus een beroep ingesteld bij de Nederlandse Raad van State tegen het voorgestelde kabeltracé van het geplande windmolenpark op zee.
Het voorgestelde kabeltracé houdt een veiligheidsrisico in voor het scheepvaartver- keer van en naar Antwerpen omdat de kabel zich bevindt in het drukst bevaren gebied van de Westerschelde. Er zijn verschillende alternatieven voor het kabeltracé, maar die zijn volgens het havenbedrijf onvoldoende onderzocht. Nederland wil op termijn vijf windparken op zee bouwen, die samen 3500 MW aan energie moeten leveren. De energie die op zee opgewekt wordt, moet aan land gebracht worden. Het net op zee bestaat uit twee transformatorstations in zee, vier onder- zeese 220kv hoogspanningskabels naar land, het ondergrondse tracé op land en een nieuw hoogspanningsstation in Borssele.
Mogelijke tracés Voor deze ‘aanlanding’ zijn er verschillende opties mogelijk. Er wordt hierbij gesproken over een tracé 1, 2, 3 en 4, waarbij een onder- scheid gemaakt wordt tussen 4A en 4B. De tracés 4A en 4B lopen door de Westerschelde. De Nederlandse overheid heeſt een duidelijke voorkeur uitgesproken voor tracé 4B en hier recent de nodige vergunningen voor afgele- verd.
Bezwaren Het Havenbedrijf Antwerpen heeſt een aantal
bezwaren bij dit voorgestelde kabeltracé, be- zwaren die het de voorbije maanden herhaal- delijk op tafel heeſt gelegd tijdens de lopende procedures. Zo is het tracé 4B onverenigbaar met de Schel- deverdragen die in 2005 tussen Vlaanderen en Nederland werden afgesloten, en die afspra- ken inhouden over de veiligheid, toeganke- lijkheid en natuurlijkheid van de rivier. In het tracé 4B bevindt de kabel zich immers in het drukst bevaren gebied van de Westerschelde, op het knooppunt van de scheepvaarttrafie- ken van alle Scheldehavens.
Het voorziene project zou nieuwe artificiële obstakels creëren voor de scheepvaart, daar waar Vlaanderen in de jaren ‘90 nog bijna 50 miljoen euro heeſt uitgegeven voor een grote wrakopruimingscampagne in de Westerschel- de met het oog op de Scheldeverruiming in 1995. Opnieuw obstakels creëren is weinig redelijk in het licht van de inspanningen die in het verleden zijn gedaan om de rivier zo veilig mogelijk te maken.
Het havenbedrijf hoopt daarom dat de alternatieven voor het tracé 4B beter worden onderzocht. “De vaarwegfunctie van de Wes- terschelde mag niet aangetast worden. Geen enkele ingreep mag een belemmering vormen voor de veiligheid en vlotheid van het inter- nationale scheepvaartverkeer van en naar de haven van Antwerpen”, aldus het havenbe- drijf. Het blijſt openstaan voor dialoog om tot een voor alle partijen aanvaardbare oplossing te komen.
de minister bereid bij de Stichting Afvalstof- fen & Vaardocumenten Binnenvaart (SAB) er op aan te dringen meer containers te plaatsen (of op betere locaties), in ieder geval bij de Volkeraksluizen en de Oranjesluizen? En zo nee, waarom niet. Ook willen zij weten hoe de minister de suggestie beoordeelt om ‘eventuele (tijdelijke) meerkosten’ niet op de binnenvaartondernemers te verhalen. Is de minister bereid serieus te kijken naar mogelijkheden om de abonnementsprijs te drukken, om zo meer schippers op het sys- teem aangesloten te krijgen. En is zij tevens bereid het systeem zodanig aan te passen dat meer mogelijkheden ontstaan om afval te scheiden? Ziet de minister hier bovendien
on- gefun- deerde
nieuwbou- weisen aan bestaande schepen (CCR) leidt tot koude sanering van segmenten schepen, waar al een tekort aan is. ‘Met deze nieuwe voor- schriſten wordt daar door de CCR nog een schepje bovenop gedaan. De verplichte periodieke keuring van in hoogte vertelbare stuurhuizen kan eveneens toegevoegd worden aan het lijstje verplichte keuringen. De kosten van al die losse keurin- gen worden alsmaar hoger, wat zeker bij de kleinere schepen de concurrentiepositie ten opzichte van andere modaliteiten nog verder verzwakt’.
kansen om het abonnementensysteem in zijn totaliteit goedkoper te maken? En zo ja, is zij bereid deze kansen te benutten? De ASV heeſt zich eerder gedistantieerd van de conclusies uit het rapport ‘evaluatie inzameling overig scheepsbedrijfsafval in de binnenvaart’, dat minister Schultz van Haegen begin juli aan de Tweede Kamer heeſt aange- boden. De ASV staat niet achter de conclusies en heeſt zich dan ook teruggetrokken uit het overleg waarin de organisaties is gevraagd invulling te geven aan deze conclusies. Dit omdat ASV op voorhand duidelijk heeſt gemaakt op geen enkele manier medeverant- woordelijk gemaakt te willen worden voor een systeem dat misschien juridisch mogelijk is, maar volgens de ASV in strijd is met de geest van het CDNI-akkoord, aldus de ASV eerder in deze krant.
Top maritieme sector in gesprek met Kamerleden
AMSTERDAM Op de eerste dag van de HISWA te Water organiseerde de maritieme sector, verenigd in Nederland Maritiem Land (NML), een informele varende netwerkbijeenkomst met Tweede Kamerleden. Doel van de bijeenkomst was de impact van het maritieme bedrijfsleven op de Nederlandse economie en werkgelegenheid te verduidelijken.
Tijdens de vaartocht door de Amsterdamse haven maakte de sector van de gelegenheid gebruik om met Kamerleden in gesprek te gaan over actuele uitdagingen en kansen. NML voorzitter Wim van Sluis verwelkomde fractieleden van de VVD, CDA, PVDA en de SP en schetste een beeld over de substantiële bijdrage die de maritieme sector aan de Ne- derlandse economie levert. Van Sluis vertelt: “Wij hier aan boord vertegenwoordigen meer dan 253.000 banen en ruim 3 procent van het BBP en zetten Nederland wereldwijd als natie van economie van het water op de kaart. Met andere woorden, de Nederlandse maritieme sector bekleedt een internationaal erkende toppositie”. Verder gaf Van Sluis aan dat deze positie niet vanzelfsprekend behouden kan worden. Zonder een internationaal level play- ing field, gelijke interpretatie van wetgeving en een aantrekkelijk concurrerend vlagregis- ter loopt Nederland het risico de positie kwijt te raken.
Superjachtindustrie Koen Overtoom, interim CEO Havenbedrijf Amsterdam en NML bestuurslid, gaf onderweg
naar de werf van Holland Jachtbouw een korte uitleg over de Amsterdamse haven en de kansen die er liggen in de superjachtindustrie. Niet alleen met betrekking tot nieuwbouw, maar ook met betrekking tot het onder Ne- derlandse vlag brengen van superjachten en de spin-off die dat oplevert voor de super- jacht service industrie. Vervolgens kregen de deelnemers een exclusieve rondleiding over de werf van Holland Jachtbouw, inclusief een kijkje aan boord van de superjachten waaraan gewerkt wordt. Het laatste deel van de vaartocht ging naar de nieuwe locatie van Royal van Lent, onderdeel van de Feadship groep. Op deze afbouwloca- tie kunnen vanaf 2019 superjachten tot 160 meter gebouwd worden, of terecht voor een refit.
Concurrentiepositie NML kijkt terug op een inspirerende en geslaagde dag en is blij dat Kamerleden zich in de maritieme sector interesseren en mee willen helpen de (internationale) concurren- tiepositie van de sector te verstevigen en uit te bouwen.
5
Een gebruikte generatorset?
Uw partner in scheepsverven @nelfpaints
www.nelfmarine.nl
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36