VAKVISIE
RUNDVEEHOUDERIJ Rigide datum past niet
DE TREND NAAR VROEGE RASSEN ZET DOOR
Door Wijnand Hogenkamp, redacteur D
at melkveehouders voor steeds vroegere maisrassen kiezen is dui- delijk. Daar zijn ook aanwijs bare redenen voor. De belangrijkste daarin lijkt de, door de overheid, opgelegde datum van 1 oktober. Dan moet het vang- gewas op zand en lössgrond erin zitten. Achterliggende reden is dat een vanggewas, gezaaid voor 1 oktober, veel meer vrije stik- stof uit de bodem vangt en deze de winter over tilt. Als alternatief om niet per se voor 1 oktober te hoeven oogsten, kunnen telers ervoor kiezen om gelijkzaai of onderzaai toe te passen. Dan wordt het onderzaaimengsel al rond half juni in de grond gebracht, afhan- kelijk van de stand van het maisgewas. Maar dat vindt geen groot welkomst- applaus van de telers. In 2019 slaagde de onderzaai maar matig. En er geldt wel de groenverplichting; dus velen moesten na de maisoogst toch nog weer opnieuw zaaien. Dat betekent dubbele kosten en een niet goed geslaagd vanggewas. Mogelijk is het nog belangrijker dat een vanggewas na zaai, in dit geval gelijkzaai of onderzaai, niet vernietigd mag worden. Dat betekent automatisch dat van grondbewerking na de maisoogst geen sprake meer is. Niks onderwerken van de stoppel, niks lostrekken van rijsporen en niks opmaken van de bodem om daar lucht in te brengen. Dat steekt wellicht nog het
meest en dus hebben telers wat meer afstand genomen van onderzaai en is in 2020 veel meer gekozen voor vroege tot zeer vroege rassen. Die zijn veelal wel voor 1 oktober rijp. Toch schuilt daar wel een gevaar in, want je zal maar een keer een seizoen hebben dat de mais maar langzaam afrijpt door weers- omstandigheden. Velen zullen het er in dat geval op aan laten komen en dan maar iets later het vanggewas zaaien, of hopen op een ontheffing, zoals die ook al zo vaak verleend is bij het tijdstip van mest uitrijden op gras door weersomstandigheden.
Een andere reden zou een landbouwkun- dige kunnen of misschien wel moeten zijn. Mais is geen kalenderteelt, dus zaai wanneer het kan, en oogst wanneer het moet, geeft Cumela-bestuurder en loonwerker Twan Gubbels aan in een interview in deze uitgave. Gelijk heeft hij. Een rigide datum past niet in een teelt die van het weer afhankelijk is. Je moet vervolgens een vanggewas telen zoals het hoort en waarvoor het bedoeld is. Nog veel te vaak wordt maisland groen gemaakt omdat het moet. Maar alles wijst erop dat telers die aandacht besteden aan een ge- slaagd vanggewas ook meer en betere mais oogsten door meer overdracht van stikstof en vorming van organische stof in de bodem. Daar past telen van een vroeg ras ook prima bij, omdat de grond dan in elk geval zo vroeg mogelijk vrijkomt. En ja, dat kan soms ook net iets later dan 1 oktober zijn.
BOERDERIJ 106 — no. 11 (8 december 2020) R5
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32