search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
RUNDVEEHOUDERIJ


Vocht en bodemgesteldheid cruciaal in maisopbrengst


Het verschil tussen de potentiële opbrengst van mais en wat de praktijk realiseert is 6,9 ton droge stof per hectare. Oorzaken zijn deels onvermijdbaar, maar er liggen ook kansen.


Door Wijnand Hogenkamp D


e praktijk realiseert gemiddeld een opbrengst van 15,8 ton dro- ge stof van een hectare snijmais. Het potentieel ligt echter op


22,7 ton droge stof. Dat meldde onderzoe- ker René Schils van Wageningen University & Research (WUR) tijdens de afsluiting van de PPS Ruwvoer en Bodem. Uit de cijfers blijkt ook dat de opbrengsten die gereali- seerd worden in de officiële proefvelden wel dicht bij de potentiële opbrengst komen. Jos Groten, onderzoeker bij WUR nuanceert: “Wij sluiten de mais aan de


Een topopbrengst realiseren vraagt om actie op allerlei fron- ten. Toch blijven er ook altijd onvermijd- bare verliezen. FOTO: PETER ROEK


kant uit, evenals die op de kopakkers. Dat is in de praktijk natuurlijk niet mogelijk. Het levert verliezen op waar je niet omheen kunt.”


Een deel van de verliezen in de praktijk is nu eenmaal niet te voorkomen. Groten wijst op mais aan de rand van een perceel, of mais die last heeft van houtwallen, een bomenrij die schaduwwerking geeft en de nodige vochtonttrekking. “En ook al heb je nog zo’n goede bodembewerking gedaan en zaaibedbereiding, je ontkomt niet aan vaker berijden van de kopakker tijdens zaaien en bespuiten van het perceel. Het leidt altijd tot enige verdichting en dat


heeft opbrengstderving tot gevolg.” Een deel van het opbrengstverschil is echter te relateren aan verliezen die moge- lijk wel vermijdbaar zijn. Boerderij sprak met Oscar Koppelman van Pioneer, Jan Roothaert van Limagrain en Arjan Lassche van KWS Benelux. Zij geven gezamenlijk de hieronder genoemde aandachtspunten aan.


Vocht


Een van de belangrijkste oorzaken voor een lagere opbrengst komt voort uit de vocht- voorziening van de mais. Ook in de poten- tiële opbrengst zie je een lagere opbrengst


R28


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32