RUNDVEEHOUDERIJ INTERVIEW
‘Maak van maisteelt geen kalenderteelt’
In de maisteelt moet de boer de baas blijven. Cumela- bestuurder Twan Gubbels pleit voor een gebiedsgewijze aanpak waar de nitraatuitspoeling te hoog is.
Door Robert Bodde en Wijnand Hogenkamp D Zoals?
“Neem de verplichte datum van 1 oktober om een vang- gewas gezaaid te hebben op zand en lössgrond. Als de mais nog niet rijp is of de grond niet goed, dan moet je wachten. Dat geldt zeker ook voor de bemesting. Als je wilt bemesten, móet er draagkracht zijn. Het land moet er klaar voor zijn. Er was eerder dit jaar sprake van om niet voor 1 april het maisland te mogen bemesten. Dat is niet werkbaar. Ook al omdat de tijdspanne tussen bemesten en zaaien dan te kort is om alle werk zorgvuldig uit te voeren. Cumela heeft de politiek benaderd om de datum te vervroegen. Dat is 15 maart geworden. Dat is al beter werkbaar, maar je werkt dan nog altijd op de kalender.”
Dus je zou eerder moeten bemesten? “Niet altijd, maar op sommige gronden kan dat best. De mineralen die je dan in de grond brengt, spoelen echt niet weg, hoor! En de mais heeft die ook hard nodig. Een gewas van 20 ton droge stof heeft 280 kilo stikstof nodig.
R18
e overheid moet betrouwbaarder worden in regelgeving en minder met kalenderdata werken. Ook moeten gebieden waar de nitraat- norm niet wordt overschreden, ruimte krijgen voor betere bemesting van mais op maat. De overheid moet controleren en handhaven in die gebieden waar het niet goed gaat. Ruimte waar het kan, aanpakken waar het moet. Het zijn de ideeën van Twan Gubbels, gedreven loonwerker in Broekland (Ov.) en Cumela-bestuurder.
Wat schort er aan de huidige regelgeving? “Het is te veel op de kalender. Dat kan echt niet als je res- pect hebt voor de bodem en de groeiomstandigheden. Je moet grond bemesten en bewerken, mais oogsten en een vanggewas telen als alle seinen daarvoor op groen staan. Niet omdat de overheid bepaalt dat een bepaalde actie voor of na een bepaalde datum moet gebeuren.”
Terwijl de bemestingsnorm nog maar 140 kilo werkzame stikstof is. Dan woon je de grond uit.”
Toch is de nitraatuitspoeling nog te hoog? “Dat is maar deels waar. Ik heb klanten waar peilbuizen staan van de overheid om het nitraat in het grondwater te meten. De norm is maximaal 50 milligram per liter. Hier zitten we rond de 19 milligram en het is dalende. Er is hier dus ruimte voor hogere gebruiksnormen. Er zijn ook gebieden waar de nitraatgehalten nog te hoog zijn. Bij- voorbeeld in Twente en in De Peel. Ook in deze veedichte gebieden rekent de overheid boeren vooral af op afge- voerde kilo’s fosfaat. Door mest te scheiden en de dikke fractie met veel fosfaat af te voeren, klopt het op papier. De dunne fractie die op de bedrijven overblijft en in ruime mate op de lichte zandgrond uitgereden wordt, maakt dat daar de nitraatgehalten niet zakken. Dat is het probleem.”
Wat is je voorstel?
“De overheid moet veel meer controleren op de bemes- tingsniveaus en handhaven op overtreding. Maak regiona- le bemestingsnormen. Dan kun je ook ruimte bieden in die gebieden waar het aantoonbaar kan. Nu gooit de overheid een deken van regelgeving over het hele land, terwijl maar in beperkte gebieden de nitraatnorm wordt overschreden. Het enige gebiedsgewijze verschil dat tot nog toe is gemaakt, komt terug in de derogatie, waar men op lichte zandgrond een lagere norm van 230 kilo stikstof uit dierlijke mest hanteert in plaats van de landelijke 250 kilo stikstof. “
Maar derogatie is voor veel boeren een uitkomst? “Klopt, maar ik zie ook dat steeds meer veehouders afzien van derogatie. Ik schat in dat het onder mijn klanten in- middels een kwart is. En dat zijn de grotere bedrijven. Het niet-derogatie-areaal is dus nog groter.”
Wat betekent dat voor de maisteelt? “Dat aandeel neemt op die bedrijven toe. Maar de bewe-
BOERDERIJ 106 — no. 11 (8 december 2020)
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32