28
Jong en oud
Veteranengevoel Eric: ‘Ik denk dat het veteranengevoel gaat over een bepaalde herkenning. Je hebt dezelfde of vergelij kbare dingen meegemaakt. Het gaat erom dat je op elkaar aangewezen bent, dat je in moeilij ke omstandigheden goed met elkaar kunt samenwerken. Voor mij is dat denk ik wel de kern. In de tij d dat ik werd uitgezonden, waren er veel minder mogelij kheden voor contact met het thuisfront dan tegenwoordig. Dus ook het pij nlij ke missen van je geliefden als je op missie bent, hoort er voor mij bij .’ Marc: ‘Collega’s in het VST vertellen soms over wat ze meegemaakt hebben in bij voorbeeld Afghanistan of Irak. Dat zij n vaak vrij heftige verhalen. Door mij n werk kreeg ik van de missie zelf vaak weinig mee. Ik zat vrij wel permanent binnen in het schip. Persoonlij k heb ik geen uitgesproken gevoel bij “het veteranengevoel”. Dat komt waarschij nlij k daardoor. Maar afgaand op de verhalen die ik hoor, is het een soort verbinding. Een gevoel van verbonden zij n met
V Marc Stuit (1990) werkte van 2011
tot 2018 bij de Koninklij ke Marine, bij de Technische Dienst. Hij is in 2014
uitgezonden naar Soma lië. Ook nam hij deel aan Operatie Sea Guardian in de Middellandse Zee (2018). Tegenwoordig werkt hij als
automation engineer. Hij is sinds 2020 vrij williger bij het VST.
Nederlands Veteraneninstituut
de militairen met wie je ingrij pende gebeurtenissen hebt meegemaakt. Mensen door wie je je begrepen voelt, zonder ook maar een woord te wisselen.’
Trots en twij fel Eric: ‘Als jonge jongen vond ik school vreselij k. Ik ben nog altij d trots dat ik ben toegelaten tot de KMar. Dat is immers niet voor iedereen weggelegd. Mij n vader heeft op de KMA gezeten. Ik herinner me goed hoe blij ook hij was toen ik werd toegelaten. Ik kij k met voldoening terug op het werk dat ik 35 jaar bij de KMar heb mogen doen. Ik wil graag dienstbaar zij n en denk dat de KMar een belangrij ke bij drage levert aan de veiligheid in onze maat- schappij . Ik heb er een prachtige tij d gehad. Twij fel heb ik nooit gehad over mij n keuze voor deze loopbaan.’ Marc: ‘Ik dacht heel vaak toen ik bij de marine werkte: ik zit hier echt op mij n plek. Er kwam van alles op mij n pad: een verwarmingsinstallatie die niet
goed werkte, motoren die uitvielen. Dat hele praktische, oplossings- gerichte werken past goed bij me. Twij fel heb ik nooit gehad. Trots voelde ik als het ons lukte een nieuw en complex probleem op te lossen. Het is vaak echt teamwork: samen bedenken wat er aan de hand zou kunnen zij n en samen tot een oplossing komen. Als het lukte, gaf dat veel voldoening.’
Burgermaatschappij Eric: ‘De laatste jaren van mij n loopbaan werkte ik bij de AIVD. Ik had te maken met niet-militaire opsporingsinstanties zoals de FIOD, de IND en de Arbeidsinspectie. De overgang van de KMar naar de burgermaatschappij was voor mij niet heel groot. Wel een groot verschil is dat er bij de KMar een niet-lullen- maar-poetsenmentaliteit heerst. Dat mis ik soms in de burgermaatschappij . Daar willen veel mensen over veel dingen hun zegje doen. En je moet
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68