OMGAAN MET VERLIES TEKST: MONICA BOSCHMAN • FOTO: SHUTTERSTOCK
EEN EENZAME BEZIGHEID
GEEN ENERGIE EN UITZICHT Polspoel: ‘Bij ouderen is vaak sprake van een opeenstapeling van verlies. Iemand verliest de eigen partner maar ook andere dierbaren, de eigen gezondheid en bezigheden. Dat heeft grote betekenis voor het rouwen. Rouwen is heel hard werken en kost veel energie. Niet alle ouderen kunnen dat opbrengen. We onderschatten echt hoe moeilijk rouw voor ouderen is. Ik durf te zeggen: hoe ouder, hoe moeilijker. Eenvoudig omdat de energie en het uitzicht ontbreken. We zeggen zo makkelijk ‘wat een mooie leeftijd’ of ‘jullie hebben samen toch een mooi leven gehad’. Goed bedoeld, maar daarmee bagatelliseren we het verdriet waar de rouwende doorheen moet. Dan voelt de rouwende zich nog eenzamer. We gebruiken ook veel te vaak het woord ‘moeten’: je moet goed voor jezelf zorgen, je moet weer eens
40
een keer gaan kaarten. Zeg niet wat een rouwende moet doen. Dat biedt geen troost, het drijft mensen in de verdediging. Je geeft ze het gevoel dat ze het niet goed doen.’
TROOST VAN DE AANWEZIGHEID Rouw is volgens Polspoel een proces van bewustwording. Van het verlies van binnen toelaten en het een plaats geven zodat je verder kunt. Dat proces bestaat niet uit fasen die je kunt afkruisen. Polspoel: ‘Iedereen doet dat op een eigen manier. Toch heeft elke rouwende een aantal dingen te doen. In ieder geval accepteren dat de partner niet meer terugkomt, de pijn echt toelaten zodat die langzaam milder kan worden, ernaar handelen dat de ander er niet meer is en de zin terugvinden. Wie bijvoorbeeld de tafel voor twee blijft dekken, heeft nog niet geaccep-
ROUWEN IS Arthur Polspoel geeft trainingen over verlies, rouw
en stervensbegeleiding en schreef er tal van boeken over. Maar hij is vooral een man die in de praktijk mensen begeleidt die te maken hebben met rouw en verlies. Polspoel biedt geen pasklare oplos- singen. Hij laat mensen graag zelf voelen, denken en rouwen. Om van daaruit verder te komen.
teerd dat de ander niet terugkomt.’ En wat kunnen mensen in de omgeving doen? ‘Begrip tonen, luisteren en de rouwende accepteren.’ Maar wat als iemand niet verder komt? Polspoel: ‘Een ander kan dat niet oplossen. Dan geldt de troost van de aanwezigheid. Er zijn en de ander daarmee laten zien dat hij of zij voor jou de moeite waard is. Het kan ook fijn zijn dat mensen vanuit de kerk of vanuit andere organisaties op bezoek komen. De toerusting van deze vrijwilligers vind ik heel belangrijk. Het is goed dat zij weten dat praten een doel is en geen middel. Dat ze beseffen dat troost bieden het erkennen van pijn is en dat een gesprek altijd begint bij het gevoel van de ander.’
HERKENNING Volgens Polspoel is het goed dat mensen eerder stilstaan bij de vraag: wat als ik alleen achterblijf? Wat moet
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71