SOLIDARITEITSFONDS TEKST: INGRID NIES • FOTO’S: EDWARD GERLOC, CODEC
We laten ouderen toch niet op een
VUILNISBELT wonen?
Romana Vasquez is 75 jaar en woont op de vuilnisbelt in Quezon City, de grootste stad van de Filipijnen. Ze woonde eerst met haar schoon- moeder elders, maar dat huis werd gesloopt. Romana: ‘Toen vonden we een half afgebroken huis hier naast de vuilnisbelt dat we konden opknappen met spullen die we er vonden.’
O
p de vraag hoe het is om te leven op een vuilnisbelt glimlacht ze bedachtzaam:
‘Het is het leven van de armen, maar er is ook vooruitgang. Je kunt hier allerlei spullen vinden die je weer kunt verkopen. Zoals slippers en gordijnen, die ik dan eerst repareer.’
Het is zwaar werk, geeft ze toe. ‘Het is vooral zwaar om de vuilnisbelt op te klimmen, want dat is een echte berg geworden. Maar ik accepteer het leven zoals het is. Ook al denken mensen dat het vies werk is, ik weet dat God me ziet en me waardigheid geeft.’
Haar grote verdriet is dat ze ver weg is van haar kinderen. ‘Maar mijn leven heeft zin omdat ik veel te geven heb. Ik mag dan geen geld hebben, maar ik kan mijn buren en vrienden wel helpen door naar ze te luisteren en ze te steunen als ze het moeilijk hebben.’
38
RIJKE ELITE ‘Veel ouderen in de Filipijnen leven in armoede, op een vuilnisbelt of bedelend op straat, en moeten het zien te redden met het weinige dat hun geboden wordt,’ vertelt Will Hurkmans, voorzitter van het Solidariteitsfonds van de KBO. ‘De Filipijnen zijn een erg groot land - ruim zevenmaal zo groot als Nederland - dat bestaat uit meer dan 7000 eilanden. Er is een kleine, rijke elite en een grote arme onderlaag. Ouderen hebben het vaak moeilijk. Een pensioen is er (nog) niet.’
Wat de situatie voor ouderen nog moeilijker maakt, is dat de Filipijnen een van de meest rampengevoelige gebieden ter wereld zijn: er zijn vulkaanuitbarstingen, aardbevingen, droogtes, overstromingen en orkanen. Will Hurkmans: ‘En bij rampen zijn altijd twee groepen de dupe: kinderen en ouderen. Zij zijn het zwakst.’
KBO IN FILIPIJNEN ‘De enige manier om de positie van ouderen te veranderen in een land als de Filipijnen, is om hen te organiseren,’ legt Will uit. ‘Samen ben je sterker dan als individu. Om dezelfde reden is destijds de KBO opgericht. Eigenlijk willen we daar zo’n zelfde structuur stimuleren. Zodat ouderen met elkaar in contact komen, samen dingen ondernemen, elkaar helpen, zich sterker laten horen.’ Het Solidariteitsfonds van de KBO is begin jaren negentig ontstaan om ouderen in ontwikkelingslanden met kleinschalige projecten te steunen, vertelt Will. ‘Binnen de KBO voelen we ons verantwoordelijk voor elkaar. Maar onze saamhorigheid houdt niet op bij de landsgrenzen. KBO-leden zijn ook solidair met ouderen buiten Nederland. Door ons eigen Solidariteitsfonds bieden we rechtstreeks hulp aan ouderen in andere landen.‘
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61