MANTELZORG
UW
‘Zijn leven lag letterlijk in mijn handen’
ANNEWIL BARTENS (69): ‘Toen mijn manisch-depressieve man ernstig lichamelijk ziek werd, kreeg hij bepaalde medicatie niet: de com- binatie van medicijnen was te riskant. Ik zag hem bijna doodgaan. Ik heb erop aangedrongen dat ze hem de medicijnen toch gaven. Het ging meteen beter met hem, maar dat was de afschuwelijkste beslissing die ik ooit heb moeten nemen. Zijn leven lag letterlijk in mijn handen.’
‘Eigenlijk wil hij alleen zorg van mij’
BELANG VOOROP
KARIN WILLEMS (54): ‘Vier jaar geleden, we waren net drie jaar samen, kreeg mijn man een herseninfarct. Ik zegde mijn baan op en zorg thuis voor hem. Hans zit nu in een rolstoel, moet ’s nachts aan de beademing, krijgt sondevoeding. Soms wil hij iets zelf doen waarvan ik weet dat het niet ver- standig is, maar ik hou mijn mond. Als het mis gaat, laat hij het een volgende keer wel uit zijn hoofd. Onze band is alleen maar sterker geworden, maar het is zwaar. Het is jaren geleden dat ik een dag echt zorgenvrij was. Dat komt ook omdat hij alleen maar zorg van mij wil. Pas zei iemand tegen me: ‘Je mag hem ook vragen jou te helpen!’. Dat was een eye opener.’
‘Mijn moeder offerde haar leven op’
lotgenoten! Praat met
‘Het geeft me zo’n machteloos gevoel’
PETER TERPSTRA (45): Na mijn moeders dood moest het ouderlijk huis verkocht worden. We wilden mijn vader, die zwaar her- senletsel heeft maar denkt dat hij alles nog kan, onder curatele stellen. Zijn broer was het er niet mee eens en voorkwam dat. Hij beschuldigde me ervan dat ik mijn vader kleineerde en had het over lijkenpikkerij. Dus de notaris onderhandelde gewoon met mijn vader. Die wees een bod af, en liep daarmee ¤ 30.000 mis. Het gaat me niet om het geld, het is zijn geld. Maar het is pijnlijk om te zien hoe veel er fout gaat doordat hij niet inziet dat hij ziek is. En het geeft me zo’n machteloos gevoel dat ik er niks aan kan veranderen.’
De geïnterviewden hebben op verzoek een andere naam gekregen. 30
PETER TERPSTRA: ‘Mijn ouders’ huwelijk was al slecht toen mijn vader een beroerte kreeg. Mijn moeder durfde hem niet in een ver- zorgingshuis te laten opnemen. Ze was bang om door iedereen – de kerk, vrienden, de buurt - nagewezen te worden. Een vriendin van haar, weduwe, zei zelfs: ‘Jij hebt je man tenminste nog.’ Maar ze had haar man niet meer, mijn vader was een ander geworden. Hij dacht dat hij alles nog kon, terwijl wij de boel zagen instorten. Heel pijnlijk. Toch bleef mijn moeder voor hem zorgen. Toen ze na dertien jaar als mantelzorger zelf kanker kreeg, wilde ze niet behandeld worden. Ze accepteerde haar dood als een verlossing.’
‘Ik zag geen andere uitweg’
BERT PIETERSMA (66): ‘Mijn vaders tweede vrouw dementeerde zwaar en dat was erg zwaar voor mijn vader. Hij belde regelmatig op dat hij er een eind aan wilde maken, maar wilde haar niet op laten nemen. Toen hij in het ziekenhuis lag, hebben we haar omgepraat.’ We zeiden ‘Het zou zo goed zijn voor pa als hij zou weten dat jij goed verzorgd bent.’ Pure manipulatie, natuurlijk, maar ik zag geen andere uitweg. Ze gingen er allebei aan onderdoor. Het lukte, mijn vader kwam naar het dorp waar ik woon en het ging al snel stukken beter met hem. Hij heeft nog een paar mooie jaren gehad.’
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61