search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
vroeger. De waterbergingsruimte die het gebouw inneemt, kan elders op het perceel afgegraven worden zodat het water evenveel ruimte houdt bij een overstroming. Is er geen overstromingsvrije re- struimte op het perceel, dan is enkel het voorzien van een overstroombare kruipruimte een optie. In Vlaanderen werken we met het principe van meerlaagse waterveiligheid. Daarbij bestaan drie sporen: preventie, protectie en paraatheid. De zogenaamde triple P. Preventie is wat wij vanuit de Watertoets doen. Het protectieve spoor is het klassieke waterbeheer. Denk aan dijken aanleggen, pompen installeren, ervoor zorgen zodat meer- dere woningen en wijken niet onder water komen te staan. We hebben in Vlaanderen ondervonden dat je met alleen die protectieve maatregelen niet meer toekomt. Paraatheid betekent dat je voorbe- reid bent op een overstroming en dat je tijdig weet wat je moet doen.”


Hoe verschillen Nederland en Vlaanderen van elkaar als het gaat om het watersysteem en overstromingsrisico’s? “Nederland ligt voor een belangrijk deel in een del- tagebied. Niet voor niets is er het Deltaplan. Dat be- tekent dat de belangrijkste overstromingsbronnen daar in sterke mate te maken hebben met de zee. De kustzones zijn in Nederland veel groter en spelen dus een grotere rol dan bij ons. In Vlaanderen is het belangrijkste risico eerder verbonden aan de rivie- ren. Daarnaast heb je natuurlijk ook wateroverlast door hevige regenval. Dat kan overal voorkomen.”


Verschilt het Vlaamse waterbeleid dan ook met dat van Nederland? “Vanuit het Deltaplan is in Nederland gekozen voor een zeer strikte veiligheidsbenadering. Er is in de wet vastgelegd dat bebouwde zones beschermd moeten worden tegen zeer extreme stormen, bij- voorbeeld met een terugkeerperiode van een keer in de tienduizend jaar. Dat is een klassieke veilig- heidsbenadering. In Vlaanderen hebben we tien à vijftien jaar geleden bewust gekozen voor een risicobenadering. Niet op elke plaats is een over- stroming per definitie negatief. In natuurgebieden is het bijvoorbeeld soms wenselijk dat er overstro- mingen optreden. Wat natuurlijk niet wenselijk is, is dat water woningen binnendringt. Daarom maken we nu onderscheid tussen het gevaar — de kans op een overstroming — en de gevolgen ervan, zoals schade en negatieve effecten. Die twee combineren we tot een risico. Op die manier kun je inschatten waar je moet ingrijpen en waar je moet inzetten op beveiliging tegen overstromingen.”


22 | Eigen Huis Magazine | 3-2026


Wat kan Nederland leren van Vlaanderen op het gebied van waterbeleid? “Wat wij in Vlaanderen heel sterk doen, is proberen water zo veel mogelijk ter plaatse te houden. Dat is belangrijk om overstromingen te vermijden, want water dat snel in de riolen en rivieren terechtkomt, kan daar voor overlast zorgen. Daarnaast merken wij dat de grondwaterstanden blijven dalen. Bij nieuwbouw is het verplicht om een hemelwaterput te voorzien. Dat water moet worden gebruikt voor zaken waarvoor je geen drinkwater nodig hebt, zoals toiletspoeling, de wasmachine of het besproeien van de tuin. Het is zonde om daarvoor drinkwater te gebruiken. Sinds 2020 vertrekken we voor het overstromings- risicobeheer bovendien van drie bronnen van overstromingen: kustoverstromingen, rivierover- stromingen en regenoverstromingen. Vooral die laatste, de pluviale overstromingen, waren vroeger minder goed in kaart gebracht. Daarom hebben we een digitaal terreinmodel verfijnd met informatie over riolering, afstroming, dijken, ondergrond en andere elementen. Zo krijg je een heel gedetail- leerd beeld van waar water zich kan ophopen.


Swings:


“Vlaanderen is op het vlak van water- voorziening een van de droogste regio’s in Europa. Daarom proberen we drinkwater- gebruik te beperken en water beter te benutten.”


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60