search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
10


Buitenlandse collega’s


Kolonel Dennis van Dijk


‘Er is een groot verschil tussen werken met een groep mensen met dezelfde nationaliteit of met een enkele buitenlandse collega. In Afghanistan had ik meer te maken met groepen. Dan heeft ieder land zij n eigen hoekje, zij n eigen rituelen. Als je geluk hebt, word je een keer uitgenodigd. Maar bij UNTSO zat ik met zestien militairen uit zestien landen. Dan zie je de cultuurverschillen veel scherper. En toch, wat mensen verbindt is eigenlij k heel simpel. Sporten en eten. In Afghanistan gingen we bij voorbeeld volleyballen. Dat werkte fantastisch. Je hebt geen taal nodig, je doet gewoon mee. Hetzelfde met eten. Iedereen krij gt wel iets van huis opgestuurd en dat wordt gedeeld. Ik heb koekjes gegeten uit de meest waanzinnige landen. Soms ook dingen waarvan je denkt: dit eet ik één keer en daarna nooit meer.’


Sinterklaas ‘Zelf heb ik in Jeruzalem een sinter- klaasavond georganiseerd. Mij n vrouw had chocoladeletters, pepernoten en taaitaai opgestuurd. Iedereen uitgenodigd. Die pepernoten, daar waren ze helemaal gek op. Andersom zie je ook dat mensen enorm trots zij n op hun eigen tradities. Een collega uit Eritrea deed een koffieceremonie. Daar ben je de hele ochtend mee bezig. Met zoveel aandacht en zorg. Dat is indrukwekkend om mee te maken. Wat ook typisch Nederlands is: wij bouwen altij d een soort huiskamer. Waar we ook komen, er is in no time een ‘Dutch corner’.


Een barretje, een plek om samen te zitten. Gezelligheid. Amerikanen doen dat bij voorbeeld helemaal niet. Die houden het heel functioneel, maar organiseren dan weer grootse ‘surf & turf’-avonden met steak en kreeft. Dat soort verschillen zie je overal terug. Bij de Britten bij voorbeeld is de hiërarchie veel strakker. In Bosnië hadden ze een officiersmess in Split, prachtig aan het water. Maar als officier kwam je niet in de onder- officiersmess en andersom ook niet. Dat was echt gescheiden. In Nederland zij n we heel gelij kwaardig en dat is goed. Maar soms slaan we daar ook in door. Mensen hebben ook behoefte om even met collega’s van eigen rang onder elkaar te zij n. Tegelij kertij d hoeft het ook weer niet zo strikt als bij de Britten.’


Eerste indruk ‘Als Nederlander moet je goed letten op welke eerste indruk je maakt. Die is niet altij d positief. Ons uiterlij k is niet altij d strak, we hebben verschil- lende badges, naamlinten en we zij n direct. We nemen snel initiatief. Dat kan overkomen als dominant. Maar de tweede indruk is bij na altij d goed. Omdat we kwaliteit leveren en mensen meenemen in het proces, omdat we weten hoe we moeten verbinden. Dat wordt enorm gewaar- deerd. Tegelij kertij d moet je oppassen dat je andere culturen niet overvleu- gelt. Ik had bij voorbeeld een Ghanese collega, een kapitein, echt briljant. Maar die moest je de ruimte geven, en dan kwam er iets heel goeds. Als Nederlander heb je de neiging om direct je mening te geven. Dat moet je dus niet te veel doen. Dat heb ik echt moeten leren. Als jonge kapitein werkte ik met Belgen en dacht ik: we spreken dezelfde taal, dus ik kan gewoon mij n grappen maken. Nou, dat viel niet altij d goed. Daar ben ik echt op gecoacht.’


Nederlands Veteraneninstituut


Oranje petje ‘Soms zij n er gewoon mooie verschil- len. De Duitse taptoe, de strakke Britse ceremonies. Of de Amerikaanse ‘commanders run’, waarbij je met z’n allen achter de commandant aanrent, zingend, in hetzelfde tenue. Ik heb een keer meegedaan, met een oranje petje op. Het zag er niet uit, maar ze waardeerden het dat ik meedeed. Wat mij het meest heeft gevormd, is dat ik ben gaan luisteren. Hoe kan ik mensen verbinden? Waar zit hun trots? Als jij als Nederlander zegt: het is hier een bende, dan ben je meteen klaar. Je moet juist aansluiten bij wat voor hen belangrij k is. En soms zit dat in heel kleine dingen. Even met iemand koffiedrinken. Iemand erbij betrekken die anders buiten de groep valt. Dat maakt het verschil. Internationaal werken vind ik nog steeds het mooiste wat er is. Je komt zoveel verschillende mensen tegen, met allemaal hun eigen kij k op het vak. En soms hoor je dan iets wat alles samenvat. We hadden het een keer over leiderschap. Over voorbeeld- gedrag, integriteit. En toen zei een Italiaanse collega bloedserieus: bij leiderschap gaat het om ‘coolness’. Als officier moet je er gewoon goed uitzien. Dat zegt alles. Iedereen kij kt er anders naar. Maar juist dat maakt het interessant.’


Dennis van Dij k (55)


MISSIES: IFOR, Bosnië (1996), SFOR, Bosnië (1998), ISAF, Afghanistan (2007 en 2011), UNTSO, Libanon (2023) FUNCTIE: plaatsvervangend directeur Operaties bij de Koninklij ke Landmacht RANG: kolonel


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68