This page contains a Flash digital edition of a book.
1. De Davylamp.


paard in.” Iedereen wendt de blik naar de lift. “De paarden werden in een harnas gehesen, geblinddoekt en ónder de lift gehangen.” Wij zuchten.


1


Liefl ijk landschap Weer bovengronds, met een hoofd vol kolenkennis, gaan we met Johan mee de grote hallen in. “Vrouwen en kin- deren wasten en sorteerden hier de kolen.” Wij zien grote bakken met geel licht erboven om de glinsterende kolen er snel uit te kunnen pikken. Wassen was scheiden: stenen zakken en kolen drijven. De stenen werden gestort en vormden de terril. We pakken hierna een Belgisch biertje. Morgen gaan we naar Namen. We rijden door het liefl ijke landschap richting Housse, waar veel terrils aan de horizon liggen en gaan via de E40 en E42 richting Namen. Pays des Vallées wordt met mooie banieren aangeprezen. In Namen is geen camperplaats, maar wij zijn getipt dat het veilig staan is op de grote parkeerplaats boven op de Citadelle, waar je uren op kunt wandelen. Honderd meter boven de stad heb je prachtig zicht op Namen, met de Maas en de zijrivier de Sambre. Het centrum is charmant met een uitgebreid winkelbe- stand. Wel staat er veel in de steigers.


Troosteloze plaats Deze route


staat ook op nkc.nl Laat je inspireren!


Dan gaan we richting Bois du Cazier bij Charleroi, onze tweede mijn. Wij verlaten Namen via de Avenue de la Vecquée, eerst gefl ankeerd door landhuizen en kasteeltjes, later met slecht wegdek en dito huizen. Rue du Piroy in Malonne spant de kroon. Floreffe wordt gedomineerd door een abdij uit 1121. Via de N90 bereiken wij Châtelet, waar een verzorgingszuil is. Ernaast is het museum Maison de la Poterie, maar dat is helaas dicht. De hele aardewer- kindustrie is gesloten. Wij trekken door naar Marcinelle, een ronduit troosteloze plaats, nog extra omdat Marc Dutroux hier woonde. De afgesloten mijnsite daarentegen is werkelijk oogstrelend. Op de groene, grote parkeer- plaats mogen camperaars overnachten en ’s avonds sluit het hek.


Geen pretpark De gids Marie-Louise, die werkelijk alles over deze mijn weet, vertelt dat de gebouwen in neoklassie- ke stijl volledig zijn gerenoveerd, maar dat de inte- rieurs veelal een andere bestemming hebben gekregen.


70 | Kampeerauto nr. 8/2014 NKC


We zien een nissenhut, een onderkomen van gebogen golfplaat. De gids legt uit dat er veel stonden na de oor- log, destijds voor de krijgsgevangenen. In 1955 werkten hier achthonderd mensen, onder wie veel Italianen, die hier noodgedwongen in woonden. De twee mijnschachten zijn mooi gerestaureerd, maar helaas buiten werking. Bovengronds is hier wel heel veel te zien. Marie-Louise wordt even stil en vertelt: “Op deze mijnsite wordt de grote mijnramp nooit vergeten: 8 augustus 1956, 8.10 uur. Er kwamen 262 mijnwerkers om.” Zij is duidelijk betrokken als ze het tragische verhaal tot in detail vertelt. Dit inferno is door menselijke fouten ontstaan en ingetogenheid past als je fi lms, foto’s en alle gezichten op de muur ziet. “Wij willen dus geen pretpark zijn”, verduidelijkt ze. Op de vraag of er wel iets voor de jeugd is, neemt ze ons weer enthousiast mee naar een grote industriële ruimte, waar schooljeugd onder begeleiding geniet van smeden en glasblazen. Verderop is een glasmuseum met exposities en ook een industrieel museum, als herinnering aan de voorbije industrie. Na de ramp zijn de werkzaamheden weer opgepakt en is er nog tien jaar gemijnd. “Toen de site een ruïne dreigde te worden, werd men wakker en begon de renovatie”, vertelt Marie-Louise. Onder de indruk van de site bedanken we de gids. We overnachten bij de bezienswaardige scheepslift van Ronquières, het hellend vlak op het Kanaal Charleroi-Brus- sel, omdat wij de volgende dag richting Mons willen.


Mijnwerkersdorp Via de Route des Ascenseurs en de A7 komen wij de gele mijnwerkerswijk van Houdeng-Aimeries bij La Louvière binnen. Bois-du-Luc is een mijn met een tot in de details bewaard gebleven en nog bewoonde mijnwijk. Na even zoeken naar de ingang en een geschikte parkeerplaats, worden wij verwelkomd door Coen en Mélanie, jonge mensen met hart voor industrieel erfgoed. Coen vertelt: “Bois-du-Luc dateert van 1838, maar er werd hier al vanaf 1685 gemijnd. De 166 gele huisjes, ateliers, volledige kolenmijn, kerk, ziekenhuis, scholen, feestzaal, muziektent, schuren, stallen, kantoren zijn nog min of meer in tact.” Hij wijst naar de omheining met ronde torens en guilloti- ne-deuren, wat veelzeggend is. Paternalisme pur sang. De site is niet toeristisch, maar puur. “Kijk, hier is het kantoor van de directeur”, zegt Mélanie en ze wijst op een deur- sluis met spiegel erboven. “Spionnetje voor de directeur.”


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76  |  Page 77  |  Page 78  |  Page 79  |  Page 80  |  Page 81  |  Page 82  |  Page 83  |  Page 84  |  Page 85  |  Page 86  |  Page 87  |  Page 88  |  Page 89  |  Page 90  |  Page 91  |  Page 92