Nico Verduin, NGZO (foto), Henry Voogd, Kwaligeit
De publiek private samenwerking sneed onderwerpen aan die passen bij een sec- tor die toekomstgericht is. Zo levert het welzijnsonderzoek objectievere en her- haalbare indicatoren voor welzijn van
geiten op. En dat is goed, want daar zijn veel meningen over, en dit helpt om er grip op te krijgen. Maar een pps is ook op ander gebied helpend. Als we als sector met één boodschap, positief naar buiten kunnen treden geeft dat een beter signaal naar de politiek en de maatschappij. Voor NGZO en haar leden zijn drie onderzoeken extra interessant: • Salmonellose. Dat is een zoönose. Het is daarom belang- rijk om te weten in welke mate dit voorkomt en hoe de ziekte op sectorniveau beheerst kan worden.
• Lammeropfoktool. Zorg voor jonge dieren is een thema dat zowel maatschappelijk als in de markt veel aandacht krijgt. In de visie van NGZO is het goed zorgen voor jonge dieren ook onlosmakelijk verbonden aan het produceren van geitenzuivel. Het is daarom belangrijk om objectief inzicht te hebben in deze zorg en te weten hoe zich dat ontwikkelt. Als wij de reputatie kunnen bevestigen dat de
sector ook dit goed geregeld heeft, kan het een betere marktpositie opleveren, of ontwikkelruimte creëren.
• Maatschappelijk gedragen bedrijfsontwikkeling. Voor een duurzame geitenzuivelketen is het essentieel dat melkgeitenbedrijven kunnen doorontwikkelen. Die ruimte krijg je alleen als daar maatschappelijk draagvlak voor is. De resultaten uit de onderzoeken gaan geen kanteling in de sector veroorzaken. Het is standaard dat de land- en tuinbouw elk jaar 2 procent beter of slimmer wordt. Dáár geeft de pps wel voeding aan. De uitkomsten geven zowel op bedrijfsniveau als sectorniveau wetenschappelijk onder- bouwde inzichten en tools om de verdere professionalise- ring en verduurzaming van de sector vorm te geven. We rekenen er op dat melkgeitenbedrijven hiermee hun bedrijf verder ontwikkelen en optimaliseren. Daarnaast willen we waar mogelijk als keten zelf verantwoordelijkheid nemen in plaats van regels opgelegd krijgen van de overheid. Er is nu tijd nodig om stappen te zetten en verdere invulling te geven. NGZO gaat samen met LTO bespreken op welke wijze de ontwikkelde kennis en tools het beste beschikbaar gesteld kunnen worden voor de sector. Er is pas sprake van echt succes als de ontwikkelde kennis ook daadwerkelijk breed wordt toegepast in de sector. Die lat ligt hoog, maar dat ben je ook aan jezelf verplicht als je door de sector bij- eengebrachte gelden besteedt.
Harry Kortstee, onderzoeker bij Wagenin- gen University & Research en projectlei- der van de pps Versnelling verduurza- ming geitenhouderij
De betrokkenheid van de sector was groot, dat was prettig. Wat me opviel was de unieke kwaliteit van de bestuurders. Zij
konden de strategische stukken van het ministerie goed lezen én snappen ook wat geitenhouders willen. Zo heb- ben we een onderzoek naar het maatschappelijk draag- vlak van de geitensector aan het onderzoek maatschap- pelijk gedragen bedrijfsontwikkeling toegevoegd, wetende dat de politiek zonder maatschappelijk draagvlak niet mee zou willen werken. De bestuurders in de sector overzagen dat, dat is knap, en hebben dat ook bij de achterban pro- beren duidelijk te maken. Verder was er bijna elk jaar wel een politieke uitdaging (VGO, Landbouwakkoord) waar- door dat project bijna stilstond. Door de korte lijntjes kon- den we het altijd weer vlot trekken.
Voor elk van de deelonderzoeken hebben we iets kunnen opleveren waar de sector wat mee zou moeten kunnen, op verschillende niveaus. Het een kun je direct gebruiken, het ander kun je in het politieke speelveld inzetten. Duur- melken, welzijnsmonitor, zorg voor jonge dieren en salmo-
4 BE GOAT & TELL IT 2025
nellose bieden inhoudelijk kennis en kun- nen de geitenhouder geld uitsparen. Ver- der kan de sector met de meeste van die onderzoeken en ook met maatschappelijk gedragen bedrijfsontwikkeling aan de maatschappij laten zien dát ze ermee bezig is, en hóe ze ermee bezig is. Als er de afgelopen vier jaar al Kamervragen over onderwerpen in de sector werden gesteld, dan konden de sector en het ministerie van LVVN gebruik maken van de lopende onder- zoeken in de pps. Zij konden aangeven dat het in beeld is en dat er onderzoek naar gedaan wordt. En de bestuur- ders in de sector hebben met de nieuwe kennis meer muni- tie in handen dan eerder.
Ik schat in dat binnen twee jaar alle kennis uit deze onder- zoeken wordt gebruikt, direct of indirect. Met welzijn heeft de sector al stappen verkend richting dierwaardige vee- houderij. En de kennis rondom salmonellose is onontbeerlijk; de sector kan zich na Q-koorts maatschappelijk en politiek weinig veroorloven met een zoönose.
Nu is het aan het Platform Melkgeitenhouderij om de ope- rationele zaken te regelen. Wie gaat wat doen en hoe? Veel heeft met data te maken; data verzamelen, het laden van tools, datakoppelingen. Gaat de sector dat zelf doen, of zet ze dat weg bij een onderzoeksinstelling of automatiseringsbedrijf?
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16