search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
Welzijn aflezen aan het dier Loeren naar geiten


In de Duurzame GeitenZuivel Keten zit een welzijnsmonitor die vooral is gebaseerd op de omstandigheden waarin het dier wordt gehouden. De


nieuwe monitor, ontwikkeld binnen de pps Versnelling verduurzaming geitenhouderij, kijkt vooral naar het


welbevinden van de geit zelf. Wat zijn de consequenties?


Alertheid wordt gezien als een teken van positief welzijn.


misschien onbewust,” zegt projectleider Jan Verkaik van Wage- ningen University & Research. “Als hij niet goed naar zijn dieren zou kijken, zou dat niet goed zijn voor zijn portemonnee.” Toch heeft het Platform Melkgeitenhouderij gevraagd om handrei- kingen voor hoe je welzijn zou kunnen meten. Verkaik begrijpt dat. “Iemand anders een keer laten meekijken voorkomt bedrijfs- blindheid. Niet iedereen ziet hetzelfde. Bovendien kunnen dingen altijd beter.”


M


Kijken naar het dier Uit literatuuronderzoek en in samenspraak met vijf geitenhouders die in het project meedraaiden, zijn tien welzijnsindicatoren als de belangrijkste bepaald. In een later stadium zouden dat er meer kunnen worden. “Het platform moet nu eerst een keuze maken”, adviseert Verkaik. “Gaat het platform deze tien direct doorvoeren of stapsgewijs? Volgens mij moet je beginnen met de indicatoren


10 BE GOAT & TELL IT 2025


eer kijken naar het welbevinden van de geit en minder naar de omstandigheden waarin het dier leeft, klinkt logisch. “Een geitenhouder doet dat nu ook al, al is dat


waarmee je de meeste winst op het gebied van welzijn denkt te kunnen behalen. Misschien moet je gewoon aan geitenhouders vragen: wat vinden jullie het grootste welzijnsprobleem in de sec- tor? Zo betrek je de geitenhouders bij de verdere invulling en ont- wikkeling van de monitor.” Zo’n vraag zou nog best wat discussies kunnen opleveren, voorziet de onderzoeker. “Want we weten niet wat de meest voorkomende welzijnsproblemen zijn. Bovendien weten we niet hoe een geit iets ervaart. We moeten oppassen dat we dieren niet te veel vermense- lijken of hogere eisen aan het welzijn van de dieren stellen dan aan dat van onszelf.” Of geitenwelzijn betekent dat de gedomesticeerde geit natuurlijk gedrag in een stal moet kunnen uitvoeren, is volgens Verkaik niet de juiste vraag. “Het gaat erom of een geit vrij gedrag kan uiten dat zij wil uiten. Moet zij kunnen klimmen? Als je die gelegenheid in de stal creëert, zie je dat zo’n klimtoestel wordt gekoloniseerd door geiten die het hoogst in rang zijn. Missen de geiten die het laagst in rang staan dan het klimmen, juist ook omdat ze er wel naar kun- nen kijken?”


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16