Jacques van Outryve volgt al meer dan dertig jaar de Brusselse landbouwpolitiek op de voet. Vanuit zijn Brusselse kraaiennest heeft hij een bijzondere kijk op het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) dat in 2012 precies vijftig jaar bestaat. In een veranderend Europa moeten veehouders marktkeuzes maken op basis van toegankelijke kennis.
Brussel bepaalt steeds meer het wel en wee in de landbouw van de individuele EU- lidstaten. Dat is niet nieuw. Nieuw is dat Europa zich steeds meer met de productie- en randvoorwaarden gaat bemoeien en minder met de markt. Brussel zet hiervoor de lijnen uit en laat de concrete invulling aan de lidstaten zelf over. Dat kan ook niet anders want de landbouw in de 27 - straks 30 - lidstaten is zo verschillend wat betreft structuur, natuurlijke en sociale omgeving. Dus ook de maatschappelijke opdracht is in elk land wat anders. Het landbouwbeleid wordt ‘tailor made’, geen eenheidsworst zoals ten tijde van het markt- en prijsbeleid. Het heeft volgens mij dan ook geen zin over een ‘level playing field’ - gelijk speelveld - te klagen. Europa wil diversiteit inzake landbouw. Dat werd zo door staatshoofden en regeringsleiders bij de definitie van Europees landbouwmodel beslist. Er zijn dan ook geen ‘beste van de klas’, al denken sommige landen dat wel van zichzelf! Lidstaten kunnen dankzij de vele nationale vrijheidsgraden waarover zij beschikken, denk ook aan fiscaliteit en sociaal beleid, binnen het strikte Europese kader het de landbouwers gemakkelijk(er) of moeilijk(er) maken.
Crisisbestendig
De marktsituatie in met name de varkenshouderij is al enige tijd belabberd. Niet Brussel, maar lidstaten vinden dat de markt zijn gang moet gaan. Die markt is echter sterk gewijzigd en reageert in bepaalde lidstaten niet meer op de varkenscyclus gelet op het grote aandeel van de vaste kosten. Bovendien kan de sector niet langer rekenen op gestabiliseerde markten voor
voedergrondstoffen. Lidstaten hebben het oude GLB nu eenmaal uitgekleed. Oude Europese marktinstrumenten hebben afgedaan. Zij werden (nog) niet door nieuwe vervangen. Hoe kan de sector – trouwens ook andere sectoren zoals de zuivelsector na 2015 - meer crisisbestendig worden gemaakt? Dat is de uitdaging voor het GLB na 2013.
Keuzes maken Veehouders moeten de keuze maken voor welke markt zij gaan produceren. Wij gaan de wereld niet vanuit Europa voeden. Landbouw en voedselproductie is een complex verhaal. Dat doe je niet van op afstand maar op vraag en met respect voor de eigenheid van elke markt en maatschappij. Elke markt en maatschappij heeft zijn eigen vorm van maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO). Ook hier kan volgens mij geen sprake zijn van een ‘level playing field’. Landbouwers kunnen kiezen uit markten: wereldmarkten, regionale markten of lokale markten. Elke afzetmarkt stelt specifieke eisen. Schaalvergroting is hierbij geen doel op zich maar een middel naast andere middelen om op de gekozen markt competitief te zijn.
Vooruit kijken Landbouwvakbeurzen zijn op de eerste plaats ontmoetingsplaatsen met innovatie als aanleiding. Er wordt samen vooruit gekeken, niet achteruit. In België zijn vakbeurzen, in tegenstelling tot Nederland, ook een familiaal gebeuren. Boerengezinnen compleet met partners en kinderen van landbouwers willen elkaar ontmoeten, nieuwigheden zien en niet enkel horen. Kennis en resultaten van fundamenteel
Brussel stelt productie- en randvoorwaarden vast en dicteert niet de markt.
Jacques Van Outryve 56 jaar Europees en landbouwjournalist Oud-voorzitter van de Belgische Vereniging van Landbouwjournalisten (BVLJ-ABJA) Adjunct-hoofdredacteur van Boer&Tuinder – weekblad van de Boerenbond Docent Bio-ethiek en Beleid aan het KATHO-HIVB
Foto’s: Boerenbond
of praktijkgericht onderzoek dienen toegankelijk te zijn voor iedere landbouwer. De overheid heeft hierin een zware rol te spelen. Lidstaten, sommige meer dan andere, hebben hun landbouwonderzoek en voorlichting geprivatiseerd en praktijkcentra afgebouwd. Landbouw is op het vlak van innovatie echter geen sector als een andere. Onderzoek en ontwikkeling moeten duizenden bedrijven tegelijk ten goede kunnen komen. Hier is ook een belangrijke taak voor de onderwijsinstellingen en de vakpers weggelegd voor het verspreiden van resultaten. In Vlaanderen werd door toedoen van de overheid een geheel netwerk van praktijkcentra uitgebouwd samen met de sector en de vakpers.