Veehouden in Nederland gebeurt altijd in de nabijheid van mensen en natuur. Naast gasemissies speelt geur een grote rol bij de maatschappelijke acceptatie van veebedrijven. Stal- en mestkoeling in combinatie met lucht wassen en verhoogde luchtuitlaat reduceert de geuruitstoot fors.
“Geur op veebedrijven heeft minstens zo’n complexe samenstelling als parfum”, stelt Michel Smits, projectmanager Livestock Environment bij Wageningen UR. “Stallucht bevat honderden vluchtige verbindingen, die allemaal bijdragen aan het stalaroma. Elk stofje kan specifieke receptoren van de menselijke neus prikkelen. Afhankelijk van de gevoeligheid ervaart iemand iets als intensief indringende stank of minder aangename geur.” De grootste geurproducent van stallen is de mestput. Mest is een voedingsbron voor een gevarieerd bacterieleven en allerlei chemische reacties geven verschillende eindproducten. Smits: “Geurvorming en –uitstoot is een veel moeilijker te tackelen probleem dan dat van ammoniak.”
Bedrijfstypische geur Elke stal in Nederland verspreidt een bedrijfstypische geur. Dat komt onder meer door het soort vee, het dieraantal, de voersamenstelling, de manier van mest opslaan en ventileren van stallen. “Vooral de voersamenstelling en het al dan niet efficiënt verteren van voereiwit hebben het meeste effect op geurontwikkeling”, zegt de expert. “Is het voer te eiwitrijk
en bevat het te veel zwavelhoudende aminozuren, dan kun je er vanuit gaan dat mest veel meer gaat stinken dan bij dieren die naar behoefte worden gevoerd met een uitgebalanceerd rantsoen.” Op het punt van voeding en geuremissie is volgens Smits dus nog een wereld te winnen. “Minder geuruitstoot door een efficiëntere voerbenutting betekent meestal ook lagere emissies van andere gassen. Waarschijnlijk kan een veehouder via voermaatregelen de geuruitstoot nog aanzienlijk beperken tegen lage kosten.” Mest kortdurend in dierverblijven opslaan vermindert de geuremissie. Vanuit dat oogpunt biedt snelle afvoer van mest en urine met mestbanden perspectief.
Ruwheid landschap De geuruitstoot is een ander belangrijk te beïnvloeden punt. Het weer en ruwheid van het landschap spelen een rol bij verspreiding vanuit de stal. De huidige luchtwassers reduceren de geuremissie soms wel met tientallen procenten. Het combineren van bestaande technieken dringt dat verder terug. Smits denkt dan aan klimatiseren van stallen, het beperken van de mestkelderoppervlakte en het
koelen van stalvloeren in de zomer. “Dieren voelen zich behaaglijker, bevuilen vloeren minder en het bacterieleven en chemische processen in mestputten verlopen in een frisse stal trager”, ervaart hij. “En als die stallucht dan nog door een gecombineerde luchtwasser of een biofilter wordt geleid en via een extra verhoogde uitlaat wordt afgevoerd, is een forse geurreductie in de omgeving haalbaar.” Voor het toepassen van maskerende stoffen die de beleving van stalgeuren veraangenamen ziet hij geen perspectief. “Als je geurstoffen in het voer stopt, is het nog maar de vraag hoe die in de mest terechtkomen en wat ermee in de put gebeurt”, zegt Smits. “Geurstoffen sprayen in de stal werkt misschien wel, maar is veel te kostbaar. Bij stallen gaat het om grote hoeveelheden lucht die elk uur behandeld moeten worden. Het is wat anders dan het gebruiken van een luchtverfrisser na een toiletbezoek.”