This page contains a Flash digital edition of a book.
ZONDAG 28 MAART 2010

ZONDAG 23

NIEUWS

ik bewonder zijn

’’

IK HEB THUIS EEN KONIJN. DE ENE MORGEN BIJT HET MIJ EN DE VOLGENDE DAG IS HET SUPERLIEF. WEL, ZO BEN IK OOK EEN BEETJE

Pascale Platel: ‘Ik leef graag nogal chaotisch. Ik heb last met de dagdagelijkse dingen in het leven.’ ©Gianni Barbieux

lukkig ik ben. Mijn zoon is het beste wat mij is overkomen. Hij is nu twaalf. Ik heb maar één kind gebaard omdat ik mijn liefde niet kan verdelen. Het is echt opval- lend hoe het gevoel tussen jezelf en een kind alles overstijgt. Maar ik ben wel eerlijk om toe te geven dat ik tussen mijn twintig en der- tig veel pijn heb geleden. Ik voel- de me nergens thuis. Ik wilde graag mijn weg vinden in de ar- tistieke wereld, maar ik studeer- de uiteindelijk public relations en werkte daarna een tijdje op een Dienst Toerisme omdat ik dacht dat ik van theater spelen niet kon leven. Ik vond mijn draai niet in het leven. Ik heb op één toneel- school ingangsexamen gedaan. Daar mocht ik drie keer opnieuw beginnen maar werd niet toegela- ten. Dat was heel frustrerend.’

Ondertussen ben je al meer dan vijfentwintig jaar een eigenzin- nige en gewaardeerde actrice. Waarom had die examencom- missie niet door dat je een artis- tiek talent was?

‘Ik vind het moeilijk om iets neer te zetten voor een jury als er ver- wachtingen zijn of als ik beoor- deeld word. Dan blokkeer ik. Ja, ik ben blijkbaar een moeilijke vrouw. Ik leef trouwens graag nogal chaotisch. Ik heb last met de dagdagelijkse dingen in het le- ven. Naar de belastingen gaan, mijn boekhouding doen, mijn stoep vegen na een sneeuwbui,... Daar laat ik wel een paar steken vallen.’ ‘Mijn zus is onderwijzeres, wel, die kan dat allemaal managen. Zij treedt trouwens dagelijks acht uur op voor haar klas. Daar heb

ik respect voor. Ik treed amper anderhalf uur op. Artistiek vind ik mezelf een bricoleur. Theater maken,

teksten en columns

schrijven, lezingen geven, ik vind dat allemaal bricoleren, prutsen.’

Komaan Pascale!

‘Ja, maar ik vind dat geen negatief woord. Alle mensen die ik be- wonder, zijn prutsers. Panama- renko is een bricoleur. Hij knut- selde vliegtuigen in elkaar die meestal

niet kunnen vliegen.

Maar ze zijn fantastisch! Ook Toon Hermans was een prutser, ik lees nu een boek over hem. Hij had ontzettend veel talent om mensen te entertainen, te ontroe- ren en te laten lachen. Hier is dat

boek. (Pascale haalt het Levensboek van Toon Hermans uit haar hand-

tas) Lees eens iets voor?’

Op de laatste pagina staat: Als je jong bent denk je niet na over het leven, dan besta je alleen.

‘Voilà! Het is heel opvallend dat Toon Hermans constant over de dood piekerde en zo verweven was met de dood. Als je schrik hebt voor de dood, sta je ook ang- stig in het leven. Het valt mij op dat heel veel mensen gebiolo- geerd zijn door de vergankelijk- heid van het leven. Veel kennis- sen lopen er melancholisch bij. De lange winter heeft ons blijk- baar niet veel goed gedaan.’ ‘De dood houdt mij ook bezig. Al voel ik mij de laatste jaren wel goed in mijn vel, zowel fysiek als psychisch. Ik weet beter wie ik ben, geniet voluit van mijn leven en mijn werk, en ik kan momen- teel mijn honger naar aandacht iets beter temperen. Vroeger was

ik een echte aandachtsmachine, ik eiste meteen de interesse van de mensen volledig op. Nu kan ik die honger loslaten.’

Wat heb je recent geleerd?

‘Ik heb geleerd om weerbaar te zijn, om uit te gaan van mijn eigen sterkte. Ik was lange tijd heel na- ief. Vroeger praatte ik met ieder- een, ik was zeer open met ieder- een en raakte daardoor heel veel gekwetst. Dan heb ik de laatste ja- ren wat kunnen afblokken. Maar ik wil mijn kinderziel behouden. Als iemand mij kwetst of kritiek geeft, kan ik daar een traantje bij laten. Daar ben ik blij om. Het wil zeggen dat ik gevoelig ben en niet dreig cynisch te worden.’

Heb je soms een dipje?

‘Zoals alle vrouwen heb ik last van mijn hormonen. In een uur kan ik twee mood swings krijgen. Overkomt jou dat nooit?’ ‘Volgens de Chinese astrologie ben ik een rat, zo voel ik mij ook wel. (lacht) Ik heb thuis een ko- nijn. De ene morgen bijt het mij en de volgende dag is het super- lief. Onbegrijpelijk! Wel, zo ben ik ook een beetje.’

Wat zou je in een ander leven doen?

‘Ik schreef net een column voor het tijdschriftje van het Sint-Lu- casziekenhuis hier in Gent. Ik heb stilaan ontdekt dat ik van zie- kenhuizen hou, daar vallen alle taboes weg. Je moet mij tegenhou- den of ik ga alle kamers binnen om er te vragen hoe het met ieder- een gesteld is. Ik zou bijvoorbeeld graag een verpleegster zijn op palliatieve zorgen. Met iedereen over van alles praten en er ge- woon zijn voor de mensen. Maar misschien idealiseer ik dat wel.’ ‘Ik ben niet iemand die op de bar- ricaden sta, maar ik ben wel me- ter van Wagenschot, een instel- ling in Eke die jongeren met ern- stige en langdurige moeilijkhe- den hulp en in vele gevallen een thuis biedt. Ik heb daar mijn hart verloren. Na een bezoek rij ik met een mix van weemoed, energie en tederheid naar huis. Je krijgt zo- veel terug van die mensen.’ Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56
Produced with Yudu - www.yudu.com